home
Home

 

persoonlijk
Persoonlijk

 

muziek
Muziek

 

geofictie
Geofictie

 

Muka
Muka

 

verhalen
Verhalen

 

foto's
Foto's

 

colofon
Colofon

English (Engels)Vakantie 2010

Op vrijdag 23 juli hebben we allebei vrij en pakken we in. Ik ben een beetje wazig. Het is mijn eerste vrije dag na een aantal erg drukke weken op mijn werk. Laura pakt het slimmer aan. Ze gaat 's ochtends naar de kapper en laat zich er verwennen, en ze komt uitgerust en blij terug. Voor vertrek rijden we met de volle auto langs de Citroën-garage waar ze onze ruitewisser vervangen.
     Om half vier rijden we. We zijn wel vergeten om onze kaarten mee te nemen. We hebben alleen de Google-routebeschrijving bij ons van ons huis naar het hotel in Italië, en kaarten van Frankrijk, noord-Italië, Nederland en Noord-Beveland.
     In Duitsland staan we een tijdje in een flinke file. Meerdere mensen stappen uit hun auto. Ik neem een paar foto's. De Nederlandse mevrouw naast ons gaat naar de Côte d'Azur en wil heel graag babbelen. We eten wat van onze reisvoorraad en het restje brood dat we hebben meegenomen, en om tien uur vinden we een motel langs de snelweg in Bad Camberg. Het regent dat het giet. We eten er vieze frietjes en gaan om kwart voor twaalf slapen.


file in Duitsland

In de file in Duitsland. Klik op de foto's voor vergrotingen.


Op zaterdag koopt Laura na het ontbijt een zeehondmok voor me. Het regent zo'n beetje de hele dag, soms heel erg hard. Slecht zicht. We rijden over München naar de Brennerpas. We lunchen met de broodjes die we vanochtend gesmeerd hebben en kopen later meer broodjes bij een Autogrill.
     De Alpen zijn mooi. Bijna meteen als we Italië binnen zijn gereden, klaart het weer op. We krijgen zelfs nog zon. Laura leidt ons naar een mooi, klein meertje, maar het stadje Molveno aan dat meer blijkt vol te staan met hotels. Het is ongeveer half acht.
     We parkeren bij een hotel en informeren. Vol. Alle parkeerplaatsen in het dorp zijn ook vol dus we lopen. Het meer is erg mooi. Dit is vast 's winters een ski-oord en 's zomers een surf- en zeiloord. We lopen wel zes of acht hotels langs. Zelfs de enige camping is vol.
     We besluiten om op advies van een hotelmevrouw naar een stadje vlakbij te rijden, Andalo. Daar vinden we rond half tien hotel La Roccia waar ze nog een kamer hebben. De kaartsleutel van onze kamerdeur werkt niet, dus we krijgen de hotelloper. We eten in pizzeria La Romantica pasta, vlees en een ijsje terwijl de radio keihard aanstaat. We zijn de enige buitenlandse toeristen. Het uitzicht uit onze hotelkamer is erg mooi. We gaan om een uur of elf slapen.


uitzicht vanuit onze hotelkamer

Uitzicht vanuit onze hotelkamer.


We vertrekken rond tien uur de volgende ochtend uit de ondergrondse parkeergarage. We rijden over kleine, stille kronkelweggetjes via Tione en Fiavè naar Riva aan het Gardameer, en dan langs de oever naar Limone sul Garda, waar we tegen onze gewoonte in een hotel geboekt hebben. Limone leek ons extra leuk omdat ik erg van citroen en limoen houd, en het stadje vol staat met citrusbomen. We arriveren om één uur bij het hotel maar de kamer is nog niet klaar.


ik poseer voor een meer

Ik poseer voor een meer onderweg (foto door Laura).


Laura bedwingt een rots

Laura bedwingt een rots.


We rijden terug naar het dorp en wandelen omlaag naar de boulevard. Daar lunchen we, Laura pasta met zeevruchten en ik een zeevruchtensalade. We drinken er echt citroensap bij, geserveerd met een karafje water. Het uitzicht op het meer en de bergen is prachtig, maar het is wel erg toeristisch. Ik koop een halfkorte broek.
     Om drie uur mogen we op de kamer. Het is een wat aftands hotel. De kamer heeft geen raam, alleen een glazen deur. De deur is wel meteen de deur naar buiten; er is geen gang. We zwemmen wat in het zwembad, en daarna slapen we tot zeven uur. Het eten is niet heel lekker. Het is erg gericht op de Duitse toeristen, die de meerderheid van de gasten vormen. We drinken er een liter witte wijn bij. Het is volle maan en we dromen allebei heftig. We slapen wel lekker.

Op maandag gaan we meteen na het ontbijt naar het strandje naast de camping, vlakbij ons hotel. We huren er strandstoelen met een parasol en liggen er tot een uur of vijf te lezen. We lunchen met broodjes van de beachbar. Ik lees De Weetmuts en Het Vergeetboekje door Marten Toonder. We zijn erg moe en gaan direct na het eten slapen, rond zeven uur.
     Tussen negen en tien liggen we wakker van de voetballende buren. Zij maken ons de volgende ochtend om acht uur ook weer wakker. Ze verspreiden een lucht van parfum en sigaretten. De wenkbrauwen van de buurvrouw zitten bijna bovenop haar hoofd.

Laura ontbijt vroeg en ik laat. Daarna rijden we het meer rond. Eerst rijden we via de dorpsbakker. Het blijkt de bakker te zijn voor alle hotels van het dorp, iedereen dus. Er is geen toonbank, eigenlijk alleen een grote hal met grote zakken brood. Onze drie broodjes worden gewogen op een anderhalve meter hoge weegschaal.
     Ergens zit een vrachtwagen vast in een tunnel en staan we een tijdje te wachten. We lunchen om vier uur met ijs in Torri del Benaco. Aan de noordwestkant lopen de rotsen heel steil het meer in; daar bestaat de weg dus voor het grootste deel uit tunnels. In het zuidwesten en zuiden is de wereld plat. Ten noordoosten van het meer lopen de bergen glooiend het meer in en is er meer ruimte voor de weg. De oostelijke en zuidelijke kanten van het meer zijn gevuld met hotels en surfscholen en pretparken en toeristen. Sirmione is ontoegankelijk door de files voor volle parkeerplaatsen. Mijn stemming is niet opperbest doordat ik al dat toeristische gedoe en goedkoop vermaak deprimerend vind. Ik heb twee keer kort koppijn.
     We lunchen om één uur op een grasveldje tussen villa's met muren en elektrische hekken eromheen. We gaan vroeg slapen.


Laura aan de ijskoffie

Laura aan de ijskoffie.


een mus op het terras

Een mus op het terras.


Woensdag is een slaapdag. Laura gaat 's ochtends naar het zwembad en vindt er een vleermuis in het water. Ze krijgt een Duitser zover dat hij de vleermuis met een schepnetje uit het water redt en onder een struik te drogen legt. Ik lees De Doffe Doffer, De Zwelbast en De Slijtmijt. 's Avonds eet Laura een vis.

Donderdag begint bewolkt. We lopen samen naar het strandje bij het meer, maar als het begint te regenen schuilen we onder een boom. Als de regen te hevig wordt, gaan we naar de beachbar ernaast en zitten onder een afdakje op het terras. Ze hebben geen thee, en dus drinken we ijsthee. We eten tosti's. Wat een chagrijnige bediening! (Niet vanwege het weer; gisteren ook al.) Als het wat minder regent gaan we terug naar het hotel.
     We zitten op het terrasje voor onze kamer, liggen in bed, slapen en lezen wat. Om vijf uur drinken we een limoncello op het terras van het hotel en we eten om zes uur. 's Avonds zijn er mooie regenbogen aan de overkant van het meer te zien. Het buurmeisje vindt het interessant maar haar ouders laten zich niet zien. Ik lees Het Boze Oog en De Grauwe Razer.


het strand

Het strand, met onweerswolken.


Laura

Laura onder een boom in de regen.


regendruppels

Regendruppels op een tafel op het terras.


dorp aan de overkant van het meer

Het dorp aan de overkant van het meer.


regenboog

Regenboog.


regenboog

Regenboog en Laura.


Op vrijdag wandelen we meteen na het ontbijt. We lopen via het klooster de berg op, een mooi, steil, rotsig bergpad. We komen Engelsen tegen waarvan de moeder de kinderen voortduwt en lachend tegen ons zegt dat ze geen slapjanussen in haar familie duldt. Er zijn mooie, imposante uitzichten. Op het laatst durf ik niet verder, met afgronden aan beide kanten van het pad en geen houvast, en we keren om.
     We willen een andere terug- dan heenweg, maar dat valt niet mee. We klimmen over een hek en lopen door een olijfboomgaard met ezels met een jonkie in een bijna droge rivierbedding. Maar aan het eind kunnen we niet verder en moeten omkeren. We lopen van de kaart af, en vragen advies bij een hotel. De mevrouw weet er ook niets van maar verkoopt ons wel goedkoop limonade (ze heeft geen water).
     Om kwart over drie lunchen we op onze hotelkamer. We slapen wat, zwemmen een half uurtje in het zwembad en gaan daarna eten.


palmboom

Palmboom.


roofvogel

Roofvogel.


ik

Ik (foto door Laura).


Limone

Zicht op het dorp Limone.


Laura klimt

Laura klimt.


Laura trots

Laura terecht trots.


zicht op Limone

Zicht op Limone.


ik bovenop de berg

Ik heb last van hoogtevrees, bovenop de berg (foto door Laura).


hagedis

Hagedis.


twee vlinders

Twee vlinders.


cicade

Een cicade.


olijfboomgaard

Olijfboomgaard.


ezels

Ezels.


Laura en ik in een spiegel langs de weg

Laura en ik in een spiegel langs de weg.


Op zaterdag gaan we met de auto naar het dorp om kadootjes te kopen. We proberen voor Laura's zus een hangertje te vinden met een citroentje eraan maar dat lukt niet. We vinden wel een ander mooi hangertje. We bezoeken een kwekerij van allerlei citrusfruit. In de winter worden in het houten geraamte rond de kwekerij glasplaten gezet, zodat het geheel één grote kas wordt. We kopen er een sinaasappelachtig boompje met vruchten voor Laura's tante, een calamondin, en we kopen limoncino en grappa voor onszelf en vrienden.
     We eten ijs op een terras onder een sinaasappelboom, Laura verse aardbeien en ik citroenijs. Even verder lunchen we op hetzelfde terras waar we de eerste dag ook zaten, Laura pasta en ik pizza, en als toetjes Laura Lumumba-ijs (met rum) en ik weer citroenijs. We drinken er weer vers citroensap bij. Laura koopt een nieuwe zonnebril.
     We wachten eventjes op het vertrek van een rondvaartbootje, maar de eigenaar krijgt onvoldoende klandizie en zegt ons dat ie pas over een uur of twee weer uitvaart. Helaas. We besluiten om met de zwaan te gaan fietsen. Al vanaf het begin hebben we een waterfiets op het meer gezien in de vorm van een zwaan. We keren terug richting hotel, en lopen naar de oever waar de zwaan ligt. Maar die blijkt een dagje "urlaub" te hebben, zo wordt mij verteld, en dus zwemmen we maar wat in de buurt van de afgemeerde zwaan.
     Na het eten betalen we in het hotel voor alle drankjes die op onze rekening zijn gezet. Het personeel noteerde de drankjes op kleine briefjes waarvan wij een carbondoorslag kregen. Kennelijk werd dat dan later in een computer ingevoerd, want het afrekenen ging minder ouderwets. Onze fooi stelt het personeel voor grote problemen. Ze moet het even aan de manager vragen. Ja, het mag, als we het maar contant doen en niet pinnen. Vooruit dan.


een huis in Limone

Een huis in Limone.


bloemen

Bloemen.


zicht op het meer door een raam van de kwekerij

Zicht op een dak en het meer door een raam van de kwekerij.


citrusvruchten

Een plant met citrusvruchten.


zicht op de daken van Limone vanuit de kwekerij

Zicht op de daken van Limone vanuit de kwekerij.


zicht op Limone vanuit de kas

De kas is meerdere meters hoog. Dit is een uitzicht op Limone vanuit de kas.


bloem

Bloem.


bloemen

Bloemen.


Laura

Laura.


twee pulletjes

Twee pulletjes.


pulletje onder moedereend

Een pulletje in de schaduw onder de moedereend.


de zwaan

De zwaan.


We vertrekken na het ontbijt, rond half tien, en rijden naar Laura's tante, die in Magenta woont. Vlak voor Milaan vinden we met enige moeite een rustig plekje om te lunchen. Wel komt er een schreeuwende mevrouw langs die wil dat we onze auto van haar privé-weg weghalen. We doen het. Ze heeft ook schreeuwende kinderen en honden meegenomen. We zien haar niet meer terug. Om een uur of twee, half drie komen we bij Laura's tante aan.
     Ze is blij dat ze ons ziet, heel hartelijk, en is verrast over de cadeaus. We zitten de hele middag en avond op het terras en eten een koude maaltijd van rijstsalade en sperziebonen en kip. Voor het eten laten we de hond uit, die hard aan de riem trekt. We slapen heerlijk.

We ontbijten op het terras en lopen gedrieën door Magenta en over de markt. We krijgen erg veel proviand en andere cadeaus mee, en nemen afscheid. Maar als we in de file bij Novara staan, komen we erachter dat we de zonnebrand en Laura's smartphone zijn vergeten. We keren om om de spullen op te halen.
     Via Aosta rijden we daarna de regen in naar de Mont Blanctunnel (ook vóór de Mont Blanctunnel zijn al veel tunnels). In de buurt van Aosta lunchen we op een parkeerplaats langs de snelweg. Vanaf Aosta is er onafgebroken plensregen. We rijden door de tunnel Frankrijk in, en gaan daarna in de richting van het meer van Genève.


Laura

Laura.


gletsjer

Een gletsjer nabij de ingang van de Mont Blanctunnel.


in de Mont Blanctunnel

In de Mont Blanctunnel.


Op de kaart lijken Morzine en Avoriaz erg rustig en afgelegen, maar als we er aankomen blijkt het tegenovergestelde waar. Het is buitengewoon toeristisch en het staat er vol met hotels en skiliften. Weer mis. We rijden door naar Thonon.
     We parkeren in een parkeergarage in het centrum en lopen eerst naar het Tourist Office. Het is al zeven uur. Gewapend met een folder met hotels gaan we wandelen. Het eerste hotel is om zeven uur dicht en is telefonisch onbereikbaar. En de volgende hotels zijn ofwel vol ofwel gesloten om zeven uur. En eentje gaat pas over een maand open. Hebben wij weer. Bij het zevende of achtste hotel storten we in. De mevrouw belt een aantal andere hotels en vindt er uiteindelijk eentje met nog plek. Ze leggen de weg uit, we fooien met enige moeite, en we haasten ons terug omdat de parkeergarage om negen uur sluit.
     Met de auto rijden we naar hotel Bellevue. We hebben trek. De mevrouw van het hotel is erg aardig, en het hotel is gezellig, met alleen Franse gasten. Maar er is geen diner, dus we rijden terug naar de stad. Daar vinden we een restaurant met traditioneel Savois eten (dat wil zeggen, onder andere kaasfondue). Om half tien beginnen we aan het diner. Ik drink Mont Blanc-bier.
     We rijden terug en liggen om twaalf uur in bed. De douche is provisorisch, achter een tussenwandje in onze kamer. We besluiten om nog een nacht te blijven.


hotel Bellevue

Hotel Bellevue.


Op dinsdag ontbijten we om negen uur met slappe koffie, thee, sinaasappelsap en geroosterde baguettes. Er is druivenjam uit eigen tuin en de mevrouw geeft ons als tip om de Gorges du Pont du Diable te bezoeken. Daar wilden we toch al heen; we hadden het op de heenweg al gezien. We zeggen haar dat we nog een nacht willen blijven en ze antwoordt even later trots dat dat kan omdat ze andere gasten een andere kamer heeft gegeven. Er is nog precies één nacht één kamer voor ons. Fijn hotel.
     De Gorges du Pont du Diable zijn een diep door een rivier uitgesleten ravijn waarbovenop grote rotsblokken terecht zijn gekomen, zodat het gedeeltelijk overdekt is. We rijden naar de Gorges, kopen tickets in een toeristische winkel, en gaan dan de berg af naar de ingang. Met een groep van ongeveer dertig mensen gaan we onder leiding van een Franstalige en luide gids de kloof in, over trappetjes en bruggetjes met de rivier onder ons, eerst steeds dieper, dan weer verder. Het is prachtig zonnig en warm weer, en beneden is het erg vochtig. Het drupt en druipt; soms ziet het er als regen uit.
     Na een tijdje raken we de groep opzettelijk kwijt, zitten eventjes op een bankje en nemen dan zomaar ergens een bospad terwijl het bordje "sortie" de andere kant uit wijst. Het is een heel geklim, en waarheen eigenlijk? We keren om. Op een bankje observeren we een vinkenpaar, en terug in de winkel kopen we een cadeau voor een vriend.
     Het tankstation is moeilijk te vinden. We vragen de weg twee keer maar rijden desondanks heen en weer en dan weer heen. Tanken mag alleen met een pasje en niet die van ons. Maar de jongen na ons is erg vriendelijk en laat ons op zijn pasje tanken waarna we hem contant terugbetalen. We lunchen op een dekentje langs de weg, vlakbij een bergrivier. Fijn gekabbel achter ons.


bos

Bos.


bos

Bos.


zicht op het ravijn

Zicht op het ravijn en de bezoekers.


Laura bevoelt de steen

Laura voelt hoe glibberig de steen is.


rotsblok bovenop het ravijn

Twee rotsblokken bovenop het ravijn.


zicht omhoog

Zicht omhoog.


ravijn

Ravijn.


boom

Boom.


vlinder

Vlinder.


bos

Bos.


Laura

Laura wandelt hoopvol op het bospad.


bos

Bos.


We rijden terug naar Thonon, parkeren weer in de garage en nemen de kabelbaan omlaag naar de haven. Er liggen jachten maar er is ook visvangst. Het is niet zo groot en niet zo druk. Er zijn wel heel veel terrassen en spelende kinderen maar het is ruim genoeg.
     We kopen kaartjes voor een rondvaart op het meer. De boot heet Le Colibri en vertrekt om vijf uur. We eten nog een ijsje (ik citroen en grapefruit en Laura vanille-aardbei-softijs dat minder kunstmatig smaakte dan het eruit zag) en varen dan het meer op, met ongeveer 25 mensen op de boot. We zijn veel op de voorplecht waar het ondanks kleine schreeuwkinderen erg leuk is. We maken een uur lang een rondje op het meer.
     Hierna gaan we naar restaurant La Terrasse, waar we om half zeven op het terras gaan zitten en vanaf zeven uur eten. Het is om de hoek, naast het eindpunt van de kabelbaan, en dus niet bij de grote terrassen. Laura eet gefrituurde sardines of ansjovis, komplete visjes met kop, oog, staart en ingewanden en al, en heeft als hoofdhap vis (een féra, een kleine marene). Ik eet gazpacho-geitenkaas-tapenade in laagjes in één glas en als hoofdhap eenzelfde vis.
     We hebben geen tijd voor een toetje en zijn om kwart voor negen terug in de parkeergarage, net op tijd. In het hotel bekijken we met Laura's smartphone de weersverwachting (het hotel heeft gratis wifi). We besluiten om morgen richting de driehoek Lyon-Grenoble-Valence te gaan. We lezen en schrijven, en gaan om elf uur slapen.


Thonon vanaf bovenaan de kabelbaan

Zicht op Thonon vanaf bovenaan de kabelbaan.


Thonon aan de oever van het meer

Thonon aan de oever van het meer.


onze weerspiegeling in het meer

Onze weerspiegeling in het meer.


het meer

Het meer.


Laura

Laura op het meer.


Laura en voorgerecht

Heb ik dit besteld? Is dit eetbaar? Waarom kijken ze me zo aan?


zonsondergang

Zonsondergang.


Op woensdag rijden we bijna de hele dag, langs kleine weggetjes. We willen lunchen met de rijstsalade van Laura's tante maar die blijkt beschimmeld. Tegen die tijd is het al bijna twee uur, en dus is alles dicht in dit land. We lunchen bij een Turkse snackbar met kebab op een dorpsplein met platanen.
     Op het dashboard licht een rood lampje op. De handleiding van de auto zegt: Onmiddellijk stoppen. We vullen de radiateur bij met water en rijden naar de dichtstbijzijnde autogarage, in de buurt van het meer van Paladru. De drie mannen die aan onze auto werken zijn zwijgzaam. Een uur of wat later zijn ze klaar. De radiateur moet als we in Nederland zijn snel worden vervangen, begrijpen we.
     Op een helling boven het meer van Paladru, nabij het dorp Bilieu, vinden we een camping met uitzicht op het meer. Er is regen en onweer voorspeld, dus we zetten de tent stevig op. Na het eten van de pasta met spek krijg ik hevige koppijn. Er weerklinkt hier ongeveer elke minuut een felle piep van twee seconden. Laura zoekt een tijdje en vraagt uiteindelijk aan de buurvrouw of de piep uit mag. Het mag. Het blijkt een middel om de mollen te verjagen, zoals de buurvrouw aan Laura met gebarentaal uitlegt (Laura begrijpt het Franse woord voor mol niet, en de mevrouw spreekt geen Nederlands of Engels). Ik vond al dat het hier zo doods was, met weinig vogels.
     We hebben als enige een tent; verder zijn er bijna alleen mensen uit de omgeving in caravans met tuintjes. Onze buurvrouw is (behalve tegen mollen) wel aardig. Onze andere buur maait verveeld en dronken zijn kleine gazonnetje met een gigant van een motormaaier. Het uitzicht hier is prima.
     De eerste helft van de nacht regent en onweert het hard, met verblindende flitsen. We hebben besloten om morgen het automuseum Schlumpf in Mulhouse te bezoeken. We slapen weinig.


autopech

Onze trouwe auto met pech langs een kleine weg in Frankrijk.


onze tent

Onze tent op de camping in Bilieu, met uitzicht op het meer van Paladru.


We worden donderdag om acht uur wakker, en pakken de kletsnatte tent in. Een uurtje later rekenen we af bij de campingbaas, een jonge meneer. Hij was onvindbaar, maar bij de tweede keer opbellen neemt hij op en zien we hem bellend uit een caravan komen, met een hond en poes die zo te zien dikke vriendjes zijn.
     We rijden eerst in een dorp naar een bakker en kopen er brood en twee gigantische stukken meringue. We laten ons naar een kaaswinkel wijzen, die een boerderij met winkel blijkt te zijn. We ontbijten in de auto in het dorp.
     We rijden over veel kleine weggetjes en lunchen op een parkeerplaats langs de weg. Daarna begint het hard te regenen. Vlak vóór Mulhouse gaan we linksaf een berg op richting Le Markstein. Het gaat plotseling heel erg steil omhoog, weg van de Rijnvlakte. Er staat een bord naar een boerderij ("ferme") met herberg en restaurant: Molkenrain. Dat blijkt prachtig. Het weer klaart weer op.
     Er zijn koeien, varkens, kippen, konijnen en twee waakhonden die vooral knuffelbeesten blijken te zijn. Het uitzicht is fantastisch: vanaf hoog over het vlakke, groene landschap. De slaapkamers zijn zalen met plek voor zo'n twaalf personen in stapelbedden per kamer. We installeren ons en gaan de dieren begroeten.
     We drinken voorafgaand aan het diner Elzasser Riessling in de eetzaal, waar lange eettafels staan. We bestellen het reguliere menu, dat vol zit met woorden die we niet kennen. Roï blijkt ham met stamppot te zijn. Vooruit dan maar... Op de kaart staan ook onder meer Fleischschnakas, Bibalakas, Ro´gebragaldas, Bargkas en Gendarmes. Vooraf krijgen we een stuk vleestaart, en toe eerst kaas en dan ijs (ik) en meringue (Laura). Het is gezellig druk tijdens het eten, met tientallen mensen die elkaar allemaal kennen en uitbundig begroeten. Maar niemand blijft slapen; ze komen alleen voor het eten.


Molkenrain

Ferme auberge Molkenrain.


konijn

Konijn.


indrukwekkend uitzicht op de Rijnvlakte

Indrukwekkend uitzicht op de Rijnvlakte.


varkens in hun trog

Smakelijk eten!


de hond wil geaaid worden

De hond wil geaaid worden.


We staan op vrijdag om half acht op, ontbijten (er is alleen brood, jam en koffie/thee) en rijden om negen uur naar Mulhouse. Om tien voor tien staan we voor de deur van het museum, die om tien uur opent. Al sinds ik een klein jochie was, heb ik hierheen gewild. Voor een Bugatti-liefhebber mag het natuurlijk niet gemist worden. Enkele jaren geleden hadden Laura en ik al eens bij vergissing in Straatsburg naar het museum gezocht. Maar nu is het dan zover.
     Er is een grote zaal met van alles, een kleinere zaal met race-auto's (veel Bugatti 35 en Gordini) en een donkere zaal met de krenten uit de pap, zoals Hispano-Suiza en Isotta Fraschini, en de twee Bugatti's Royale (Coupé Napoleon en Park Ward). De door Schlumpf gebouwde reconstructie van de Esders-Royale staat meteen bij de ingang. Je vindt hier een pagina met de foto's die ik in het museum heb genomen.
     De kaartjes bij de auto's geven te weinig en vaak irrelevante infomatie, zoals we bij de uitgang bij de suggesties in het gastenboek zullen schrijven. Op details is niet zo gelet; er zijn kapotte riempjes, verbogen spiegeltjes, enzovoorts.
     We eten rond twaalf uur in het restaurant, Laura spaghetti en ik broodjes kaas, en zijn om half vijf weer buiten. Ik voel me gedeeltelijk teleurgesteld en gedeeltelijk tevreden. Prachtige auto's gezien maar ook veel gemist (Alfa-Romeo's, Bugatti's 54, 59, 251), en de auto's staan vaak te dicht op elkaar of te dicht bij een pilaar. De auto's in de donkere zaal zijn bovendien slecht te zien.
     We zitten weer vanaf ongeveer half zes in de eetzaal van Molkenrain witte wijn te drinken.


voor de ingang van de Schlumpf Collection

Met enige eerbied voor de ingang van de Schlumpf Collection (foto door Laura).


een kudde koeien van Molkenrain

Een kudde koeien van Molkenrain.


Molkenrain

Molkenrain.


bomen

Bomen.


meringue

Laura geniet van een gigantische meringue.


We vertrekken op zaterdag. We willen nog een dag of drie langer vakantie houden. Maar we zijn nog niet zo ver als de auto weer om radiateurvloeistof vraagt. Onzeker wat we moeten doen rijden we naar een garage. Maar daar lachen ze. Het is immers al bijna zaterdagmiddag, en dat betekent dat Frankrijk niet werkt. "Nee hoor, niemand zal jullie willen helpen," lacht de meneer ons toe.
     We bellen onze garage in Nederland om raad, en zij vertellen ons dat we best voorzichtig naar Nederland kunnen rijden. Hmm, da's einde vakantie dus. Laura heeft de telefoon nog maar nauwelijks neergelegd, of we horen plotseling een enorm lawaai onder de auto. We parkeren meteen op de vluchtstrook. De uitlaat hangt los.
     Andermaal belt Laura de garage om raad. Ja hoor, ook daarmee kun je thuiskomen. We zorgen voor drinkwater voor onszelf en voor de auto. We rijden de hele dag en komen 's avonds thuis aan, murw van het lawaai van de uitlaat. We hebben deze vakantie in totaal ongeveer 3600 kilometer gereden.


naar het begin van de bladzijde