home
Home

 

persoonlijk
Persoonlijk

 

muziek
Muziek

 

geofictie
Geofictie

 

Muka
Muka

 

verhalen
Verhalen

 

foto's
Foto's

 

colofon
Colofon

English (Engels)Vakantie 2007

Reggae Sundance

Bas en Laura en ik gaan ook dit jaar naar Reggae Sundance, het reggae festival in de buurt van Eindhoven. Laura en ik hebben gepland om direct daarna op vakantie te gaan. Het festival is in een weekend, en de wegen staan bomvol op vrijdag. Na een tijdje in de file te hebben stilgestaan, besluiten we om uit te stappen. Laura neemt voor de zekerheid mijn plaats achter het stuur, terwijl Bas en ik naast de snelweg gaan plassen. Dat lucht op. En ondertussen is de auto nog maar vijftig meter verder. De vrachtwagenchauffeur achter ons lacht ons hartelijk toe.
     Maar hiermee houden de rijen niet op. Om binnen te komen, staan we maar liefst vijfeneenhalf uur in de rij, van kwart voor drie tot kwart over acht. De eerste optredens zijn al bezig terwijl wij een plek voor onze tenten zoeken en ze opzetten. Ik ben doodop en we hebben alle drie dorst en trek. Ik verlies mijn bril ergens in het gras naast de tent, en vind 'm de volgende ochtend terug. Ik heb er denk ik op gestaan; hij is flink verbogen en onbruikbaar. In de enorme party-tent op de camping zien we van grote afstand Buju Banton optreden, de laatste act van die avond. We hebben Anthony B helaas gemist.
     Het is de eerste keer dat we onze eigen, nieuwe tent opzetten en erin slapen, een driepersoons Nordisk die we een paar dagen geleden hebben gekocht bij Bever. Ook onze matjes en mijn slaapzak zijn nieuw. Alles doet het.


Reggae 'Pon Da Beach

Reggae 'Pon Da Beach (scan). Klik op de foto's voor vergrotingen.


De volgende dag gaan we eerst maar es naar het strand. Tot vorig jaar was Reggae Sundance in de Genneperparken in Eindhoven, maar dat werd veel te vol. In 2006 was het festival uitverkocht, met veel te veel mensen op veel te weinig ruimte. We hadden ons toen voorgenomen niet meer te gaan. Maar de organisatie besloot te verhuizen naar een grotere locatie, het E3-strand bij Eersel. Op hun website maakten ze duidelijk geschrokken te zijn van de te grote drukte van vorig jaar, en we besloten om het nogmaals te proberen. Het E3-strand is een fraai wit zandstrand rondom een schone poel zonder vissen, met hier en daar wat waterplanten op de bodem en libelles en zwaluwen aan het wateroppervlak. Eromheen staan eikenbomen. Het is er nog erg rustig op zaterdagochtend, en we zwemmen veel en bouwen een auto van zand. Als ik te ver dreig te zwemmen wordt me door mensen in een motorbootje vriendelijk gevraagd terug te gaan.
     Een klein beetje van de oude sfeer van Reggae Sundance is nog wel over. Zo nu en dan zien we gezinnetjes met jonge kinderen met enorme dreads, moeders met kleine babytjes, mensen die elkaar niet kennen maar opstaan om elkaar een zitplaats te gunnen. Ik was voor het eerst bij Reggae Sundance in 1999, en heb de sfeer altijd buitengewoon vriendelijk, lief en relaxed gevonden. Maar dit (en ook vorig) jaar zijn er ook wel erg veel festivalgangers, zuipende jochies van achttien en ordinaire meisjes van zestien, die luidruchtig zijn en egocentrisch en hun troep overal laten slingeren. Ach ja. Wij zijn zelf ook flink veranderd in acht jaar tijd... En de drukte is weliswaar minder dan vorig jaar, in aantal mensen per oppervlakte, maar het aantal mensen is toegenomen. Het is allemaal veel massaler geworden, jaar na jaar. Reggae Sundance is ontdekt, de doem van elk festival dat leuk en kleinschalig is, denk ik zo. Ooit komt er een moment dat de organisatoren moeten zeggen: tot hier en niet verder. De organisatoren van Reggae Sundance hebben gedacht: welja, laat maar komen, laat maar groeien, da's relaxed, man! Ach ja.
     In totaal zijn er negentien acts in drie dagen. Eentje komt uit Italië, eentje uit de Verenigde Staten, eentje van de Virgin Islands en eentje uit Guyana. De overige vijftien komen allemaal van Jamaica. In vroegere afleveringen van Reggae Sundance was altijd meer muziek uit Afrika. Soms was de programmering half reggae en half Afrikaans. Maar de laatste jaren is het alleen reggae. Yellowman treedt op om een uur of vijf en is erg goed. Maar Jimmy Cliff vind ik behoorlijk saai en zelfs irritant. We gaan vroeg slapen en horen Bunny Wailer in onze tent. Die klinkt ook erg fijn.
     De volgende dag beginnen we weer zwemmend. Het is al drukker op het strand. 's Middags zien we Franziska en iets later Midnite. Vooral die laatste is erg goed, misschien wel de enige echte roots reggae band dit jaar. Ik was vooraf niet zo zeker van Gregory Isaacs (het verhaaltje over hem in het programma gaat alleen over "hits"), en tegen de tijd dat hij optreedt liggen we alweer onder een boom, vlakbij het strand. Het regent een klein beetje, niet zo lang, en tijdens de bui zijn Laura en ik aan het zwemmen. Het wordt al donker. We zijn zo'n beetje de enigen in het water. Gregory Isaacs klinkt overigens best goed.
     De slotact was met veel tamtam aangekondigd. Niet voor niks, want Jah Cure heeft de afgelopen acht jaar in de gevangenis in Jamaica gezeten. Daar heeft hij drie albums opgenomen en dit weekend is hij sinds een week vervroegd vrijgelaten. We zien zijn eerste optreden. Wel emotioneel, maar de muziek is eigenlijk drie keer niks. Kwijlerig en sentimenteel. Het publiek houdt aanstekers boven hun hoofd. De arrangementen zijn gladjes. We branden tegen deze tijd wierook om de vieze etens- en toiletlucht tegen te gaan. Na afloop weten we alledrie een hangmat te bemachtigen waar we in liggen totdat ons wordt verzocht naar de camping te gaan.


Reggae Sundance 2007

Sfeerbeeld van Reggae Sundance 2007 (foto copyright Derrick Bergman, van de site van Reggae Sundance).


polsbandjes en twee muntjes

Polsbandjes en twee overgebleven muntjes.


Eenmaal terug thuis slapen we flink en doen inkopen. Een nieuwe bril voor mij, en ook maar meteen een harddiskrecorder (omdat Laura's videorecorder kapot is gegaan). Wat zijn we toch rijk in dit land. We verdienen maar schamele salarissen, maar we kunnen zonder problemen een tent kopen en vijf dagen later ook een harddiskrecorder.

Frankrijk

Tot op de dag voor vertrek weten we niet zeker waar we heen willen. Tot de mogelijkheden behoren onder meer Zweden, Frankrijk, Zwitserland, Slovenië en Bulgarije. Pas erg laat hakken we de knoop door. We vertrekken op donderdag 16 augustus, rond tien uur, en sturen in de richting van het zuiden. We hebben andermaal de auto van Laura's moeder mogen lenen, een Ford Ka.
     Het is niks bijzonders dat we pas zo laat beslissen. We zijn allebei vaak wat besluiteloos en impulsief. Dus als we iets willen, kunnen we soms dagen lopen dubben, om dan plotseling een beslissing te nemen. Waar we dan vervolgens zelden of nooit spijt van hebben.
     Het is vreselijk om Brussel door te moeten. Misschien is het wel een plan als ze er ooit borden neerzetten die iets meer zeggen dan politiebureau links en wijk habbelepap rechts. Sommige mensen willen Brussel soms achter zich laten. Wat een waan van een stad... ontzettend! Maar het lukt ons. We houden ons hart vast voor Parijs, maar daar staan wel borden. Zonder problemen scheuren we erdoor (of erlangs, we merken het nauwelijks).
     Bij Orléans verlaten we de snelweg, en uiteindelijk komen we aan bij een camping aan de Loire, naast het dorpje Sully-sur-Loire. Het is er te mooi, in Laura's woorden "ansichtkaart-geniek," met veel te schoon gerestaureerde huizen en een protserig kasteel. De camping heeft diverse folders over de "Castles at the Loire river." Maar de rivier zelf is prachtig, daar kan weinig aan gerestaureerd of geverfd worden. Mooie grindstranden en vele eilandjes. Onze tent staat op pak 'm beet twintig meter van de oever.


Sully en de Loire

Sully-sur-Loire en de rivier in de avond.


de nieuwe tent en ik

De nieuwe tent en ik, aan de Loire.


De camping is te groot naar onze smaak. Bij binnenkomst hebben we zelfs een plattegrond en een code voor de slagboom meegekregen. Er staan vele caravans, mensen zitten uitgebreid te barbecuen en er is een tent met een televisie waar niemand naar zit te kijken. Staat gewoon zomaar aan. Wij hoeven maar één nacht te blijven. We halen pizza bij het pizza-stentje naast de kampwinkel en drinken er een lokaal Frans biertje bij. Ondertussen begint een mevrouw te zingen, begeleid door een orgeltje, ter vermaak van de kinderen. Oeps.
     Om twintig over negen de volgende ochtend rijden we alweer weg. Over kleinere wegen rijden we via Bourges, Saint Etiènne en Le Puy naar een plek op de kaart met riviertjes, in de Auvergne. In het dorp Cayres volgen we bordjes naar een camping, die ver van de weg af blijkt te liggen. Het is een mooi weggetje tussen weilanden door die met muurtjes van rotsstenen van elkaar gescheiden zijn.
     De camping ziet er prachtig eenvoudig en rustig uit, maar we twijfelen een beetje omdat er geen rivier dichtbij is. Alleen een miniscuul stroompje waar de watermolen aan gebouwd is. Daar dankt de camping zijn naam aan, Le Moulin. Wel verzekert de eigenaar, een wat oudere boer, ons dat het meer vlakbij bijzonder mooi is. Le Lac du Bouchet is een kratermeer, in een met bos overdekte vulkaan.


satellietbeeld van Cayres en het kratermeer

Dit satellietbeeld van Google maps toont het dorp Cayres en het kratermeer in het bos.


We staan er nog maar net, als onze buren weg willen rijden. Maar ze bedenken zich en stappen uit de auto om ons te zeggen dat ze de hele avond weg zullen zijn en dat wij de tafel en stoelen wel mogen gebruiken als we willen. We voelen ons meteen thuis.
     Het dorp heeft een rare en lelijke kerk, en een bijzonder lelijke fontein. De kerk heeft in plaats van een toren een voorgevel die hoger is dan het gebouw zelf en waarin vier klokken op rij hangen. Langs de klokken kun je door de gevel heen kijken. We zien deze bouwstijl ook bij kerken in dorpen in de omgeving. Het wekt de indruk van een ouderwetse horror-kerk. Alsof ie uit een verhaal van Edgar Allan Poe is gestapt. Of misschien is dit het buitenverblijf van graaf Dracula.
     Het eten in het hotel-restaurant in het dorp is heerlijk. Omdat ik geen foie gras wil eten, kies ik een gerecht met namen die ik niet ken. Pas nadat ik het in mijn mond heb gestoken, merk ik dat het kikkerbilletjes zijn. Als we het voor de zekerheid navragen bij de ober, zegt hij met een grijns van genot: "Frog's legs!" Het is niet ons lievelingseten. Op de kaart staan alleen Canadese, Amerikaanse en Ierse whisky's, geen Schotse. We drinken water.
     Op de terugweg rijd ik door het donker en zie vlakbij de camping net op tijd dat er een poes op straat ligt. Ik rijd erlangs en stop. Het is een heel jong poesje, en hij heeft pijn. Hij beweegt alleen zijn kop, en mauwt zeer klaaglijk. Hij bloedt niet. We vermoeden dat ie door een eerdere auto is geraakt. Laura draagt hem naar de camping, in de hoop dat de boer het dier kan oplappen. Maar alle lichten zijn er uit. We besluiten hem in het zachte gras te leggen, in de hoop dat ie deze nacht overleeft. De volgende ochtend is het poesje dood.


Laura op de camping in Cayres

Laura bij de tent en de auto op de camping in Cayres.


We worden vroeg wakker door het geluid van machines van de boer en geloei van koeien. Het is prachtig weer en we zetten koffie. Op de droefenis over het poesje na is het een fijne ochtend. We hebben onze bagage niet goed genoeg uit- en weer opnieuw ingepakt tussen Reggae Sundance en de vakantie, merken we. Ik heb per ongeluk mijn wietpijpje meegenomen, maar ik ben blij dat ik de wiet thuis heb gelaten. Althans, dat dacht ik toen nog. Pas als we thuis zijn en uitpakken, blijkt dat ik mijn wiet de hele tijd bij me heb gehad.
     We gaan naar het meer. Het is groot. Het is mooi, en heel blauw. Helemaal rondom staan bomen, bijna overal tot aan de oever. Heel soms is ergens plek voor een grasveldje, en er staat één gebouw, een hotel. Er zijn diverse wandelroutes rond het meer. Wat moet dat een vulkaanuitbarsting zijn geweest! Ik meen dat ik ergens op een informatiebord heb gelezen dat het wordt geschat op 300.000 jaar geleden. Na het meer een tijdje vanaf de oever te hebben bewonderd, besluiten we om een waterfiets te huren. Het is overal nog heel stil. Er is één verdwaalde zwemmer.


Lac du Bouchet

Gescand beeld van het visitekaartje van het hotel aan het Lac du Bouchet.


Ik probeer het met "bateau-vélo," en het lukt. Aan de muur hangt dezelfde foto als in het restaurant gisteravond. De hoteleigenaar blijkt een broer te zijn van de restauranteigenaar. We kiezen nummer 8 en het ruime sop. We hebben zwemvestjes aan en weten nog niet of we wel willen zwemmen. Het is zonnig en vroeg. Er lift een spin mee.


vanaf de waterfiets

Zicht vanaf de waterfiets over het kratermeer.


We fietsen een uur in de wind en keren dan terug naar de kust. Als we het bos uitrijden, neem ik vanaf de vulkaan een aantal foto's van de omgeving. Laura's geheugenkaart is enorm groot. We rijden naar het dorp voor brood en camembert, dat we op de camping opeten. Maar we bedenken ons, en keren terug naar het water. Zwemmen. Jippie!


omgeving van het Lac du Bouchet

De omgeving van het Lac du Bouchet. De foto is genomen vanaf een verhoging, met de vulkaan achter me.


We parkeren bij het strandje en lopen er door het bos naar toe. Het water is heerlijk en mooi helder. Dichtbij de bodem, op ongeveer een meter diepte, zwemmen groene vissen. We vermaken ons prima in het water. Het meer schijnt in het midden 27 meter diep te zijn.
     Vlakbij ons installeren zich ongeveer acht Engelsen. Na een tijdje hijsen vijf ervan zich omstandig in wet-suits. Wat gaan die nou doen? Ze hebben geen surfplank, zuurstofflessen of speedboot bij zich... Ze zetten badmutsjes op en gaan zwemmen. Ze gaan wel ver zwemmen, dat moet gezegd. Het hele meer over. Da's een kleine kilometer zwemmen. Maar toch, wet-suits?
     We keren rond zes uur terug, en als we door ons dorpje rijden, komt ons een stoet koeien tegemoet. Een aantal draagt een forse bel om de nek en erachteraan loopt iemand met een stok.
     Na de eerste nacht is nu ons campingveldje helemaal leeg. De dichtstbijzijnde buren zijn zeker veertig meter bij ons vandaan. De camping telt in totaal 21 plaatsen, maar ik schat dat minder dan een derde bezet is. We eten ravioli en gaan vroeg slapen. Het is fris 's nachts.
     De volgende ochtend is zondag. We hebben nog net genoeg water voor twee kopjes koffie 's ochtends, dus we gaan inkopen doen. We rijden naar een ander dorpje dan Cayres. Wat is het hier mooi. Het doet een beetje denken aan Ierland. Stenen, muurtjes, struiken, groepjes bomen. Overal tussen de weilanden liggen kleine muurtjes van grote keien, niet zelden met dieprode keien bovenop, die nemen we aan lava-stenen zijn.


fotogeniek kerkje

Fotogeniek kerkje, niet ver van onze camping.


weilanden met muurtjes

Weilanden met muurtjes.


muurtje met rode stenen bovenop

Muurtje met rode stenen bovenop.


Bij de boulangerie naast de kerk kopen we water, brood en merengue. Dezelfde mevrouw uit het hotel-restaurant in Cayres staat er achter de toonbank. Ik kijk haar verbaasd aan, in twijfel of ze het echt is en of ik er iets van moet zeggen, als ze me toelacht en zegt: "Ja hoor, inderdaad!" Wat gezellig.
     Daarna rijden we nog wat in de omgeving. Vlakbij ligt het gehucht Trintinhac, volgens Laura mogelijk het geboortedorp van Kruifje. Vanaf ongeveer tien kilometer buiten Cayres is het niet meer bergachtig en zijn er geen stenen muurtjes meer, een compleet ander landschap. St. Didier-sur-Alliers is een gehucht (een versterkte boerderij en een stuk of drie van normaal formaat) op een vooruitstekende rots in een fors dal. Het loopt dood. We zijn blij dat we erheen zijn gereden, maar terug moet achteruit de berg weer op.


vervallen huis

Een vervallen huis.


St. Didier-sur-Alliers

St. Didier-sur-Alliers vanaf de overkant van het dal.


In een ander klein dorpje zit een mooie witte poes langs de weg. We stoppen en stappen uit om haar te aaien, maar ze rent van me weg. Op hetzelfde moment komt een meisje van een jaar of acht in beeld, die er na enige moeite in slaagt om de poes te vangen. Ze geeft 'm aan me, en zegt iets in het Frans waarvan ik vermoed dat het betekent: Alsjeblieft, nu kun je 'r aaien. Laura krijgt een jong poesje, kind van de eerste witte poes, om vast te houden en te aaien. De ouders staan het geheel van een afstandje met een glimlach in de gaten te houden. Iets verderop voeren en aaien we paarden die met velen in een bestruikte wei staan. We hadden al een aantal dagen te weinig dieren ontmoet.
     Eenmaal terug op de camping heb ik nog ondernemingslust en ga wandelend op avontuur. Laura blijft op de camping en leest. Ik schuil naast een struik tijdens een korte regenbui, zie een stel koeien rond een verscholen poel en volg vele kleine weggetjes tussen struiken en muurtjes door.


vanuit mijn schuilplaats tijdens de regen

Vanuit mijn schuilplaats tijdens de regen.


We eten ravioli en gaan al om half acht naar bed. We lezen elkaar hoofdstukken uit een kinderboek voor, De Zomer Van Winn-Dixie, en gaan om negen uur slapen. Het regent 's nachts. De volgende ochtend is de lucht helemaal grijs. Het is koud, en het ziet ernaar uit dat het gaat regenen. We besluiten te vertrekken in de hoop dat het elders zonniger is, en rijden naar het oost-zuidoosten. Maar eerst kopen we ergens taartjes, omdat Laura jarig is.
     We volgen Aubenas, Privas, en rijden dan onder de Route de Soleil door naar het oosten, richting Gap. We spreken 'Gap' tegen elkaar uit alsof we naar lucht happen. Tenslotte komen we aan in het dorpje Le Lauzet, aan de rivier Ubaye. Op de steile helling langs de rivier ligt een oersimpele camping. Vlakbij is het eindpunt van een raft-route. De Ubaye is her en der behoorlijk wild. De rivier en de omringende bergen zijn majestueus.
     We schrijven ons in bij de eigenaar, een meneer met een buik, die eruit ziet alsof ie zelfs niet verbaasd zou zijn als de rivier op een dag de berg op zou stromen, en we betalen aan een wat ouder echtpaar dat vlakbij de ingang in twee tenten woont en op in- en uitgaande gasten let. Het is 5 euro 80 per nacht. Hij bewaart het wisselgeld in een plastic bekertje.
     De camping bestaat uit afzonderlijke veldjes op terrassen langs de berghelling, ongeveer acht veldjes op ongeveer drie verschillende niveau's. Het is niet druk, en dus kunnen we een veldje voor ons alleen kiezen. Met de auto moeten we het veldje rond rijden, maar een dag later vinden we een smal paadje waardoor we lopend een stuk kunnen afsnijden.


onze tent op de camping in Le Lauzet

Onze tent op de camping in Le Lauzet.


de tent staat vlakbij de rivier Ubaye

De tent staat vlakbij de rivier Ubaye.


Als we naar het dorp rijden, valt er van een viaduct een jerrycan omlaag, en stuitert tegen het rechterportier aan. We schrikken. Ik denk eerst dat het een vallend rotsblok is. Laura stopt, maar op de deur valt niks te zien. Ik gooi de jerrycan in de berm.
     We eten op het terras van een restaurant in het dorp. Ik drink er een gek Schots biertje bij, Adelscott, gebrouwen met whiskey. Rond de lamp cirkelt een mot met een lijf van wel acht centimeter. Ik sta op om 'm goed te bekijken. We eten elk een lap vlees en kiezen onze toetjes binnen uit een vitrine, zoete mousse. We blijven als laatsten op het terras, en Laura rijdt terug.
     Het regent het grootste deel van de nacht, maar 's ochtends is het weer droog. De douches zijn hier goed, maar we weten nog niet dat er ook zit-wc's zijn en gaan na de koffie in het dorp bij het restaurant van gisteren koffie drinken.


bergtoppen nabij het dorp

Bergtoppen nabij het dorp.


oude Citroën op de camping

Op de camping staat een oude Citroën vrachtwagen onder een afdakje.


Geldgebrek noopt ons een geldautomaat te zoeken, en dus rijden we naar het dichtstbijzijnde stadje, dat Barcelonnette heet. Het ziet er toeristisch uit, en we tappen er onze flappen. We doen boodschappen en lunchen, en eenmaal terug wandel ik een eind terwijl Laura leest. 's Middags regent het een tijd. 's Avonds rijden we weer naar Barcelonnette en eten bij Mexicaans restaurant Poco Loco, in een verwarmde tent op een stadsplein. Het stadje heeft een stedenband met Valle de Bravo, een Mexicaanse stad, wat blijkt uit standbeelden, muurschilderingen, winkels, restaurants en nog veel meer. Eenmaal thuis leert Wikipedia me dat veel families uit Barcelonnette die naar Mexico waren geëmigreerd in het begin van de twintigste eeuw terug zijn gekomen, en dat nog steeds veel families uit Barcelonnette in Mexico wonen. Ik rij over de bochtige weg in het donker terug.


weg naar Barcelonnette

De weg naar Barcelonnette.


De volgende ochtend dwingt de zon ons om in de schaduw te ontbijten. We rijden naar Le Lauzet en wandelen er wat in het dorpje. We kopen brood, water en kaas bij de boulangerie, en rijden dan weer terug naar de camping. We zijn in een wat lanterfanterige stemming.


meer nabij Le Lauzet

Het meer nabij Le Lauzet in 2006 (een foto van Wikimedia Commons).


In de middag wandel ik met Laura naar een paar mooie plaatsen in de omgeving die ik gisteren op mijn wandeling heb ontdekt. Vanaf de tent eerst langs de rivier, en daarna omhoog, langs de weg en kleine weggetjes de bergwand op, in de richting van een hoge, stenen brug met houten reling. Vanaf de brug hebben we een prachtig zicht op de diep onder ons gelegen rivier, die zich in de loop van de tijd een weg tussen de bergen door heeft weten te slijpen.


Laura boven het ravijn van de Ubaye

Laura boven het ravijn van de Ubaye.


lager gelegen brug over de Ubaye

Zicht op een lager gelegen brug over de Ubaye.


waterval langs bemoste stenen

Een waterval langs bemoste stenen.


De weg loopt dood. Althans, hij verdwijnt in een tunnel zonder licht. Gisteren was het druilerig weer en was ik alleen en kreeg ik koude rillingen terwijl ik erin stond te turen. Nu zien we er twee mensen op mountain-bikes met lampen op hun helmen naar binnen fietsen. Langzaam lopen ook wij naar binnen. Het is er vochtig en ruikt bedompt, als een kelder, naar natte stenen. Het is diep, veel dieper dan ik had gedacht. Na een tijdje verdwijnen de achterlichten van de fietsers voor ons uit zicht. Wij keren om.


we lopen de tunnel in

We lopen de tunnel in.


zicht als we omkijken

Zicht als we in de tunnel omkijken.


We vinden nog hoger langs de bergwand een mooi weitje met uitzicht over het dal van de Ubaye, waar we lunchen in het gras. Vlakbij ons zit een beest. We vermoeden dat het een wat groot uitgevallen sprinkhaan is. Hij zit alleen maar te zitten. Het fototoestel heeft met macro-fotografie vaak geen enkele moeite.


het beest

Het beest.


nog een laatste blik op het ravijn

Nog een laatste blik op het ravijn.


Terug op de camping, na een middagslaapje, ga ik het water in. Ik wil tenminste geprobeerd hebben om hier te zwemmen. Maar het is ijzig. Te koud om echt te zwemmen. Jammer hoor, maar de foto ziet er wel stoer uit!


te koud om echt te zwemmen

Te koud om echt te zwemmen.


Het gaat regenen, en dus gaan we weer naar het restaurant in het dorp. We eten het voorafje op het terras, maar daarna is het te koud. We dragen onze wijn naar binnen en kiezen een tafeltje uit. Naast ons zitten vier alternatief uitziende Amerikanen aan een tafeltje. Eentje vertelt een verhaal over domme hippies met als clou: "And then they were ever so surprised and said: 'But don't we all want cheap gas...?'" Ze moeten er alle vier hartelijk om lachen (en wij ook). We drinken Irish coffee (na de ober te hebben uitgelegd wat dat is). We lopen terug in het donker met een lampje. "Morgen gaan we naar Italië," besluiten we.
     's Ochtends is het weer mooi weer. Zelfs terwijl we inpakken, twijfelen we nog. Het is hier mooi. De campingbaas accepteert zijn fooi met wat gemopper. We rijden via Barcelonnette naar Cuneo. De pas is hoog en erg mooi. We genieten altijd weer van hoge bergpassen. Als we Italië binnenrijden, zit voor ons op de weg een alpenmarmot te wachten, een fors beest. Hij maakt nauwelijks haast en kuiert naar zijn hol langs de weg.


alpenmarmot

Een alpenmarmot in 2006 (een foto van Wikimedia Commons).

Italië

We lunchen op een verlaten zijweggetje naast een dertig centimeter breed riviertje. In Italië wemelt het van reclameborden langs de weg. Richtingsborden verdwijnen geheel onder het geweld. Snelheidsborden worden massaal genegeerd. Laura leidt ons naar het Lago d'Orta, een meer dat er vrij klein en dus wel leuk uitziet, één bergrug ten westen van het Lago Maggiore. Het meer is prachtig pittoresk.
     We komen uit in het stadje Orta San Giulio en vinden er een camping. We lopen het terrein op en vragen aan twee Britten die naast hun bungalowtent van de zon zitten te genieten of het hier leuk is. Mevrouw is enthousiast en vertelt honderduit, dat het hier fantastisch is, dat ze hier al tien jaar komen maar dat dit wat rust betreft echt de beste camping is van alle campings in de omgeving, dat het de afgelopen dagen heeft geregend maar nu wel droog lijkt te blijven, en veel, veel meer. Haar man zegt geen boe of bah. We blijven.
     We zetten de tent op, en wandelen meteen naar het meer om het water te voelen. 's Avonds eten we op een terras dat op de berghelling is gebouwd met uitzicht over het meer. We bestellen ieder vlees met spaghetti vooraf en drinken er een fles heerlijke witte wijn bij (Gavi 2006). Op het terras loopt een zwerfkatje rond. Naast ons zitten Engelsen waarvan één mevrouw beslist niet snapt wat de maximaal toelaatbare hoeveelheid parfum in een restaurant is. Als wij ooit een restaurant beginnen, besluiten we, weigeren we mensen met teveel parfum simpelweg de toegang.
     Eenmaal terug op de camping blijkt dat we de tent onder een lantaarnpaal hebben opgezet. Geen nood. Ons tentje is heel simpel te verplaatsen. We halen de slaapzakken er in het donker uit, trekken vijf haringen eruit en tillen de tent dan vijftien meter verderop naar een donkerder plekje. Fluitje van een halve cent, in het donker misschien net een cent.
     De volgende ochtend blijken we onder een boom te staan die we niet kennen. Laura oppert amandel, maar daar is ie denk ik wat te groot voor, en in elk omhulsel zitten twee vruchten naast elkaar. We drinken koffie op het campingterras en lopen naar het winkeltje in het dorp voor ontbijt.


vruchten aan de boom boven onze tent

Vruchten aan de boom boven onze tent.


De campingbaas hoeft niks van ons te hebben, alleen onze namen. Die noemen we hem. We mogen later wel es betalen. Het vertrouwen voelt gastvrij aan. Daarna gaan we naar een grasveldje aan de oever van het meer, en we blijven er de hele middag. Ik zwem veel en Laura leest. Het water is heerlijk van temperatuur, en mooi schoon. Hier en daar is wat wier, maar niet op plekken waar het meer wat dieper is, verder van de oever. Al na een paar stappen is het te diep om te staan.


Laura aan het Lago d'Orta

Laura aan het Lago d'Orta.


eiland San Giulio, in het Lago d'Orta

Het eiland San Giulio, in het Lago d'Orta. Deze foto is niet door ons gemaakt, maar ik weet al niet meer waar ie vandaan komt.


Ordinaire Engelsen (met een Engelse, dus niet Britse, vlag) liggen op luchtbedden op het gras en waterskiën, en praten door walkie-talkies met elkaar. We denken een tijdje dat ze Deens praten, zo onverstaanbaar is hun accent. Een Italiaanse mevrouw laat haar dochtertje en haar hond, een Leonberger, zwemmen. Achter ons luncht een groep Italianen in het grasveld onder een boom aan een opklaptafeltje. Ik moet denken aan een scène uit Amarcord, of misschien een film met Mastroianni of zo. Pas rond zes uur gaan we. Op de terugweg kopen we twee citroenijsjes.
     Laura kookt de in Frankrijk gekochte couscous met kikkererwten-tomaat-paprika saus, en we eten komkommersla vooraf. Er hangt op ons veldje een penetrante lysol-geur, die we toeschrijven aan een of andere bloesem. We branden wierook en kaarsjes en drinken een fles witte wijn. Laura belt haar tante, die in Magenta woont, niet ver hier vandaan, en we spreken af dat we overmorgen om drie uur bij haar zullen zijn.


het eten van deze avond

Het eten van deze avond (flits!).


De volgende dag rijden we rond het meer. In Omegna kopen we een plant om morgen aan Laura's tante te geven. De twee euro fooi (voor het inpakken) worden met grote blijdschap begroet. In Gozzano, aan de zuidelijke punt van het meer, is een markt. Het is al twaalf uur, en de markt wordt opgeruimd. Van een Afrikaans uitziende man kopen we een kado voor Laura's zus en wierook. Als hij merkt dat we de twee euro fooi echt niet terug willen, geeft hij ons met een brede glimlach nog een extra pakje wierook mee.
     Ons water is bijna op, en op de camping gaan we naar het cafeetje om wat te drinken. Terwijl we onze bestelling aan de mevrouw opgeven, stapt er een Italiaanse man de deuropening binnen, een meter of tien verderop, en schreeuwt zijn bestelling naar binnen. We worden onmiddellijk genegeerd, en de mevrouw gaat met zijn bestelling aan de slag. Eventjes staan we met de mond vol tanden van verbazing, maar dan besluiten we om verontwaardigd weg te lopen. Het lijkt of de mevrouw een beetje verbaasd is. Ja dag!
     We komen terecht in de 'birreria' in het dorp. Daar zijn de sfeer èn het bier goed. We vragen naar lokaal bier, en de eigenaar is enthousiast. Daarna drinken we nog Licher Weizen van de tap, Schneider Weisse en Franziskaner Hefe-Weiss, en een Erdinger en Hacker-Pschorr. De chips, tortilla, kroepoek, pistache-noten en olijven blijven aangevoerd worden. Waarom zouden we eigenlijk gaan eten? We zitten hier prima. Laura checkt haar mail op een pc die naast de gokautomaten bij de wc staat. We eten er pizza. 's Avonds op de camping blijkt ons veldje Harley's en tenten rijker te zijn geworden.
     We worden om twee uur 's nachts gewekt door motorrijders die het leuk vinden om luidruchtig te zijn als ze gaan slapen. Om half acht 's ochtends maken ze alweer een heel kabaal. "Wat waren jullie luidruchtig, zeg," merkt Laura op als ze haar tent uit komt, maar ze krijgt te horen: "Dat waren wij niet, hoor," en: "Gefeliciteerd!" De rest van de dag hopen we dat de eikels weggaan. Ze zijn trots op hun eigen asocialiteit, iets van: Kijk ons es durven, stoer hè? Het zijn Amsterdammers, zo te horen. Geen land mee te bezeilen. We besluiten om maar vast in de richting van Magenta te gaan.
     We rijden naar Vigévano en bezichtigen er het oude, grote kasteel met stallen, pleinen, een kerk. Het centrale plein is nu een koopgoot met terrassen, maar het is nog wel te zien dat het in de vijftiende eeuw heel mooi was. We eten lasagne en spaghetti in een cafeetje verderop, en in het ernaast gelegen internet-café zoeken we het adres van Laura's tante op.


plein in Vigévano

Plein in Vigévano.


overdekte weg in Vigévano

Overdekte weg in het kasteel-complex in Vigévano.


We vinden het huis van Laura's tante in één keer. Haar dochter is er ook. We wandelen in het natuurgebied langs de rivier de Ticino. Laura en ik worden er allebei hevig lek geprikt door de muggen. We krijgen antimuggenspul mee. Terug in Magenta eten we rijstsalade, courgettecake en sla, en meloen, citroenijs en aardbeien toe. Laura en haar tante drinken samen een lokaal Menabrea-bier. Laura krijgt ter gelegenheid van haar verjaardag een design-brievenopener die 'Ameland' heet. We krijgen maar liefst vier flessen wijn mee (waaronder twee witte Gavi!) en een fles champagne. Als we gaan, rijdt Laura's nicht een stukje voor ons uit om de weg naar Novara te wijzen. Wat een hartelijke, gulle, gastvrije ontvangst!
     Ik rijd terug in het donker. Ik heb mezelf de Italiaanse rijstijl al aangemeten. Zie niet om en wacht niet op anderen. Gewoon doen, gewoon gaan. Als je wacht of beleefd wilt zijn, kom je er nooit tussen. Ik let niet op de borden die zeggen dat je ergens 30 mag vanwege een zachte berm of werkzaamheden die hier twee jaar geleden misschien ooit plaatsvonden, maar rijd mijn eigen snelheid. "Politie kan altijd wel een reden verzinnen om je te pakken," zei Laura's tante ons vanavond. Mensen hebben weinig of geen vertrouwen in de overheid. Maar de overheid maakt het daar dan ook naar. We rijden in de richting van vuurwerk. Regelmatig staat er een auto langs de weg stil te knipperlichten. Even verder begint de file in tegenovergestelde richting. Het is zondagavond, en men wil bij het meer weg. Inhalende motorrijders maken het me moeilijk om langs de file te rijden. Ik flits met mijn groot licht in bijna elke bocht naar rechts.
     Ondanks de muggenbeten slaap ik goed, maar Laura slaapt pas om vier uur. Misschien moeten we vandaag toch echt de was doen. Of nieuwe sokken, onderbroeken en T-shirts kopen. We doen de was. Een Nederlandse mevrouw raadt ons aan om daarvoor het babybadje te gebruiken (er is geen stop), en leent het ons uit. Het zijn wel drie wassen. We zijn lang bezig. Het is warm. Daarna liggen we even te lezen, maar 's middags gaan we weer uren lang zwemmen.
     Als we op de camping terugkomen, staat er een grote tipi bij op ons veldje. We eten rijstsalade en drinken er mousserende rode wijn van Laura's tante bij. De Nederlandse familie in de tipi is luid, maar op een gezellige, drukke manier. Nu zijn alle ongeveer zeven tenten op dit veldje van Nederlanders.


uitzicht als we op onze rug onder onze boom liggen

Uitzicht als we op onze rug onder onze boom liggen.


volle maan (met schijnbaar een tak ervoorlangs)

De volle maan (met schijnbaar een tak ervoorlangs).


volle maan, deze zelfde avond

De volle maan, deze zelfde avond.


We worden gewekt door het lachen van het tipikind. Ons laatste douchemuntje blijkt niet te werken. Voor het overige kost de camping 22 euro 50 per nacht. Het is nauwelijks luxer dan de Franse camping, eigenlijk minder leuk zelfs, en die was vier keer zo goedkoop. Maar ze hebben hier wel een luxe meer vlakbij. De grondprijzen zullen wel flink veel hoger zijn dan aan de Ubaye. We rijden via Domodóssola naar de grens.

Zwitserland

We rijden over de Simplon- (Sempiona-) pas via Italiaanse en Zwitserse douaniers Zwitserland binnen. De Grimselpas in Zwitserland blijkt prachtig mooi. We rijden omhoog door compleet houten dorpjes waar opvallende stapelhuisjes tussen staan, door ons al snel stapluisjes genoemd (sta-pluisje). De uitzichten zijn ook wonderschoon. Soms is er regen of mist of iets dat daar tussenin zit.


dorpje vlakbij de Grimselpas

Dorpje vlakbij de Grimselpas (foto vanuit de auto genomen).


stapelhuisje

Een stapelhuisje. Boven de verdieping met de voordeur zit ruimte waar verticale balken een ronde, platte steen dragen, en daar rust de bovenverdieping van het huis op. Ik weet niet meer waar deze foto vandaan komt. Wij hebben 'm niet gemaakt.


haarspeldbochten in de Grimselpas

De weg voor ons verdwijnt in haarspeldbochten de bergwand op en de wolk/mist in (foto vanuit de auto genomen).


Rhône-gletsjer in de mist

Zicht op de Rhône-gletsjer in de mist (foto vanuit de auto genomen). Deze gletsjer is de bron van de rivier de Rhône (althans voor een heel groot deel).


Bovenop de pas ligt plots een meer. Of een zee. De mist verhindert ons de overkant te zien. We zijn onder de indruk. Het is kleddernat hier, maar het waait ook flink, dus de mist waait telkens snel weer weg. En weer terug. In plaats van het woord mist zou ik het woord wolk moeten gebruiken, maar als je er middenin staat, ziet het er plots helemaal niet meer als een wolk uit.


Totensee

Het meer heet de Totensee, en ligt helemaal bovenop de Grimselpas, 2160 meter hoog. Wikipedia leert me dat in november 2006 door onbekende oorzaak alle vissen in het meer zijn doodgegaan. Maar ja, met zo'n naam...


We zijn heel moe. We hebben slaaptekort. Elke nacht in een tent is niet goed voor onze rug, en wij zijn wel gesteld op enige mate van luxe, eigenlijk. Het is half vier of zo, en we gaan een hotel op de pas binnen. De regen en mist maken het behoorlijk donker. Het lijkt wel of de dag ten einde is. De meneer van het hotel lijkt stijfjes en kortaf, maar later ontdooit hij een beetje. We denken zelfs dat hij misschien een spierziekte heeft. Onze kamer is mooi. De muren zijn helemaal 'bekleed' met houten panelen, en als de wolken even weg zijn hebben we een fantastisch uitzicht over het meer. We eten in het hotel en gaan om half tien slapen.


Laura in de hotelkamer

Laura in de hotelkamer.


uitzicht vanuit de hotelkamer

Uitzicht vanuit de hotelkamer.


hetzelfde uitzicht een kwartier later

Hetzelfde uitzicht een kwartier later.


Bij het ontbijt de volgende ochtend schrijven we ansichtkaarten. Op de rots bij een hotel een klein stukje terug zit een aantal uilen in hun gekooide verblijven. Er schijnen ook marmotten en wasberen te zijn, maar die laten zich niet zien. Het regent nog altijd af en aan. In de rots is een kristalgrot en een winkeltje. Laura houdt van stenen en mineralen, en we gaan naar binnen.


ansichtkaart met zicht op het meer en het hotel

Een van de ansichtkaarten die we in ons hotel hebben gekocht, met zicht op het meer en het hotel.


omgeving op de Grimselpas

Omgeving op de Grimselpas.


De kristalgrot is klein, maar de kristallen zijn heel groot en mooi. Er staat een lief, oud dametje achter de toonbank. Laura koopt een paar stenen die daadwerkelijk op de Grimselpas zijn gevonden.


kristalgrot

In de kristalgrot.


Om een uur of half één vertrekken we. Ook de afdaling van de Grimselpas is erg mooi. Rond de middagspits rijden we met de snelheid van een slak door Zürich. Wat een files. Het weer is slecht; regenbuien en wind.


gletsjer langs de afdaling van de Grimselpas

Een gletsjer met rivier langs de afdaling van de Grimselpas.


ergens op de terugweg

Ergens op de terugweg.


Ergens in Duitsland besluiten we om te proberen nog vannacht Nederland te bereiken. Tot nu toe hadden we gedacht om nog één of meer nachten in Duitsland te zijn. Maar het weer is niet best, en we zijn al vrij dichtbij inmiddels. Typisch iets voor ons, vinden we, om dat zo op het laatste moment te beslissen en ook nog doen. Tussen twee en half drie zijn we uiteindelijk thuis, en we gaan meteen slapen. We zijn twee weken weggeweest en hebben maar liefst ongeveer 3800 kilometer gereden.


naar het begin van de bladzijde