home
Home

 

persoonlijk
Persoonlijk

 

muziek
Muziek

 

geofictie
Geofictie

 

Muka
Muka

 

verhalen
Verhalen

 

foto's
Foto's

 

colofon
Colofon

English (Engels)Engeland 2008


Normans Bay

We herkennen de weg naar Eastbourne nog van een half jaar geleden. Maar het weer is nu stralend zonnig. Hotel Oban aan de seafront in Eastbourne is mooi en luxe, en onze kamer kijkt uit over zee. We eten lam en zeebaars in het restaurant op de benedenverdieping en gaan om half negen slapen.


Dover

Dover. Klik op de foto's voor vergrotingen.


We zijn uitgenodigd door Judge Smith, de muzikant wiens websites Laura onderhoudt, om zijn zestigste verjaardag te komen vieren. Het feest begint om half één in The Grand Hotel, dat vijf minuten lopen van ons hotel ligt. 's Ochtends zijn we nerveus, nou ja, vooral ik. Het voelt als een concert, het voelt alsof we nu al van alles missen.
     We wandelen wat op de boulevard langs marktkraampjes die fudge en miniatuur giraffen en dergelijke verkopen, en gaan dan maar naar The Grand. Op het terras staat een bordje "Alleen voor gasten," en we vragen of we desondanks mogen gaan zitten. Maar natuurlijk mag dat! We worden als vorsten behandeld. Ik drink een lager en Laura thee, en we krijgen er schaaltjes chips en olijven en wat al niet meer bij. Oudere heren zijn bezig met het sjouwen van muziekinstrumenten, en bouwen een drumstel op het terras op, maar we zien dat ze niet bij het feest horen.

Het feest begint in de tuin van het hotel, waar we hartelijk worden ontvangen. Het weer is indrukwekkend zonnig. In een zaal lunchen we daarna aan vijf grote tafels. Judge heeft kadootjes voor alle aanwezigen. We spreken met veel mensen, sommigen kenden we al, anderen niet, en sommigen alleen van naam. We merken dat Judge nogal over ons heeft opgeschept, doordat zo'n beetje iedereen met bewonderende woorden op ons af komt. Na de lunch volgt muziek, niet alleen door Judge zelf. David Shaw-Parker zingt het lied On Again! On Again! door Jake Thackray en begeleidt zichzelf op gitaar, Judge zingt een nieuw lied en Carpet Tiles, met John Ellis op gitaar, David Jackson speelt op sopraan-saxofoon een stuk uit Twinkle, en Arthur Brown zingt Jerusalem a capella. Na afloop babbelen we nog wat na. Judge wil ons later graag nogmaals wat uitgebreider spreken, en we spreken af.
     Als het voorbij is en we weg zijn, voelen we ons wat leeg en verlaten, een alcoholloos katertje. De volgende ochtend verhuizen we naar camping Normans Bay.


Judge's verjaarstaart

Judge's verjaarstaart.


feestversiering

Gescande feestversiering.


Laura aan het strand in Eastbourne

Laura aan het strand in Eastbourne.


ik aan het strand in Eastbourne

Ik aan het strand in Eastbourne.


zonlicht op zee

Zonlicht op zee (uitzicht vanuit onze hotelkamer).


Vandaag regent het. De camping ligt aan het eind van een doodlopend weggetje aan zee. Het waait hier enorm hard. De camping-baas wijst ons een min of meer beschut plekje voor onze tent. Niettemin moeten we (voor het eerst sinds we de tent hebben) alle scheerlijnen gebruiken, en schrikken dan nog regelmatig wakker van het geklapper. De zee ligt op misschien maar vijftig meter van onze tent, het pad over, een dijkje en het stenenstrand. Wat een woeste golven.


onze tent in Normans Bay

Onze tent op de camping in Normans Bay.


Normans Bay is de plek waar volgens de overlevering de Normandiërs in 1066 aan land kwamen om Engeland te veroveren. Her en der zien we langs de weg bordjes met "Welkom in 1066-land." We rijden naar het nabijgelegen Pevensey Bay, en eten er in een pub lam met thee voor maar zes pond per persoon. Wie zei er dat Engeland duur was? Laura wordt slaperig en gaat de tent in en ik neem foto's aan het strand (met mijn nieuwe camera).


de zee bij onze camping

De zee bij onze camping.


de zee bij onze camping

Nogmaals de zee bij onze camping.


de zee bij onze camping

En nogmaals.


Wat een fijne, beleefde mensen, die oogcontact maken bij het passeren op straat, elkaar goedemorgen wensen in het hotel, ook als ze volslagen vreemden voor elkaar zijn, en keurig in de rij op hun beurt wachten. Een verademing. Wat zijn de meeste Nederlanders toch onbeleefd en onopgevoed. En luidruchtig. Een groep dames in het hotel had tijdens het eten erg veel lol, maar telkens wanneer hun gelach luider werd, merkte één van hen op: "Nou dames, zullen we weer wat stiller proberen te zijn?" Het verkeer hier is ook heerlijk. Mensen wachten rustig als je wilt keren, of seinen met hun lichten: ga maar, ik wacht wel. Wat een genot.
     Nadat het vandaag bijna de hele dag geregend heeft, wordt het 's avonds droog. Het waait natuurlijk nog wel hard. We gaan vanavond al om een uur of zeven slapen. Wat zijn we moe. Laura leent onze shampoo uit, maar we vinden 'm de volgende ochtend niet op de afgesproken plek terug. Zou te gek zijn ook, als honderd procent van de mensen hier beleefd zou zijn. En misschien was het wel een toerist...!

We worden om een uur of zeven wakker. Laura gaat lezen en ik slaap nog tot negen uur door. Het weer is beter dan gisteren, minder regen en minder wind. Vlak naast Pevensey Castle ziet Laura een fijne tearoom. Het is er stil en ruim en licht. Ik drink er een cafetière sterke koffie en Laura thee. Ze eet een stuk rozentaart (!) en ik een paddestoelenomelet. Daarna rijden we naar Judge. We praten onder meer over het feest, en bespreken het laatste nieuws en het beheer van de websites. We bekijken en drinken een pot Chinese bloem-thee (flowering tea).
     We nemen laat in de middag afscheid, en spreken af om elkaar volgende week nogmaals te zien. Laura en ik rijden naar Eastbourne. We eten goed maar wel veel bij een Indiaas restaurant in het centrum. Laura drinkt rode wijn en ik krijg erg veel dorst van een zoute lassi. Zo zout ben ik het niet gewend in de Nederlandse Indiaase restaurants. We rijden terug naar de camping.
     We noemen Laura's zachte, rustgevende speeltjes gremlins, omdat ze ons er uiterlijk wel aan doen denken. Eigenlijk zijn het speeltjes voor poezen, gekocht in een dierenwinkel. Maar vannacht is ze ze kwijtgeraakt, allebei die ze uit Nederland had meegenomen. Waarschijnlijk tijdens de nachtelijke wandeling van tent naar WC uit haar T-shirt gerold. Hm. De mensen die onze shampoo hadden 'geleend,' zijn weg. Hm. We slapen van elf tot zes. De tent weerstaat de wind erg goed.

De volgende ochtend vindt Laura beide gremlins terug in het gras. We wassen ze en leggen ze te drogen op een handdoekje op de auto. En de shampoodieven zijn terug. We zien onze shampoo naast hun verlaten tent staan, en stelen ons eigendom terug. De shampoo die we in de campingwinkel hadden gekocht, stonk een halve dag in de wind. Ik slaap nog twee uur extra in de ochtend, en daarna gaan we naar Pevensey Castle.


de gremlins liggen te drogen

De beide avontuurlijke gremlins liggen te drogen op een handdoekje op de autoruit.


We lopen een paar uur rond bij Pevensey Castle. Het is er mooi. Vanaf de derde eeuw van onze jaartelling was het een Romeins fort, in de middeleeuwen werd het een kasteel, en nog in de tweede wereldoorlog werd het versterkt als bescherming tegen een Duitse invasie. De zon schijnt en er is zo nu en dan een bui. We lunchen in dezelfde tearoom waar we gisteren ontbeten.


Pevensey Castle met slotgracht

Pevensey Castle met slotgracht.


de buitenmuur van Pevensey Castle

De buitenmuur van Pevensey Castle.


een boom nabij Pevensey Castle

Een boom nabij Pevensey Castle.


We rijden terug, gaan even naar zee en luieren verder op de camping. 's Avonds rijden we naar Pevensey Bay en eten er fish and chips, eerst elk cod (kabeljauw), en daarna ik nog een haddock (schelvis). De ruimte is wit en kil, de mevrouw vriendelijk. Ik eet ook een pickled onion. In de seven-eleven vraagt de verkoper of ik uit Jemen kom. Ik ben zo perplex dat ik alleen antwoord: "Nee, uit Nederland. U wel dan?" Nee, hij komt uit Sri Lanka. Juist ja. We gaan rond negen uur slapen en hoewel Laura de volgende ochtend al om zes uur wakker is, slaap ik tot elf uur.


zonsondergang nabij de camping

Zonsondergang nabij de camping.


zonsondergang op de camping

Zonsondergang op de camping.

The New Forest

Het regent 's ochtends flink, en het lijkt er niet op of het binnenkort gaat opklaren. Grijs. Laura koopt broodjes en de campingmensen voorspellen nog vele dagen regen. We hadden gepland om nog een nacht te blijven, maar de regen doet ons de das om. We besluiten om een bed and breakfast te gaan zoeken. Inpakken gaat ondanks de regen vrij vlot.
     We rijden in de richting van Southampton, naar The New Forest. Twee gasten op Judge's feest hebben het ons aangeraden. We passeren een veerooster. Hier lopen inderdaad paarden los rond. Wat een mooi gebied, met bos en hei en weide. Bij een sjiek hotel, the Beaulieu Hotel, besluiten we om maar te blijven. Er is geen dorpje, alleen het hotel aan de weg. We hebben een ruime kamer, met bad en douche, en uitzicht op wilde, grazende paarden. Ik neem een bad met een kop thee. Laura gaat lezen en ik ga naar buiten.


paard vlakbij het hotel

Het weer is nat en grijs.


Na het eten bestellen we een dessertwijn, die gewoon op de wijnkaart staat, maar dat blijkt iets moeilijks en ongewoons. De ober antwoordt: "Oh, port?" En de ober die er vervolgens bij wordt geroepen, zegt ons dat dessertwijn alleen per fles gaat. Maar uiteindelijk lukt het. Rare tafelgewoonten van die Britten... De volgende ochtend vertrekken we weer. De luxe bevalt ons wel, maar het is ons hier te duur.

Het is voor Engelse begrippen prachtig weer, droog en zelfs zo nu en dan zon. Op diverse plekken stappen we uit om paarden te bekijken. We rijden door Beaulieu en nog een paar openluchtmuseumdorpjes, en tenslotte helemaal naar Lepe waar het plotselinge uitzicht op de zee ons verrast. Aan de overkant zien we het eiland Wight. We voeren de meeuwen een hartige taart die niet lekker meer is.
     Vroeg in de middag vinden we een B&B in Langley, een buitenwijk van Southampton. Het is een klein kamertje voor 70 pond. In de eetkamer hangen herinneringen aan de Titanic. Daarna rijden we weer naar Beaulieu en lopen er wat rond. We zien een chocolademakerij en een autogarage met onder meer een oude Rolls-Royce. Er lopen paarden vlak buiten het dorpje.


veulen in de wei

Veulen in de wei.


kerkhof

Kerkhof.


boom

Een boom nabij Beaulieu.


veulen

En zijn veel veulens.


paardenfluisteraar

De paardenfluisteraar.


Op de terugweg tanken we, en erna rij ik plotseling eventjes rechts en rij mezelf vast. Pff... wat een gedoe toch, dat links rijden. Iedereen blijft beleefd. Niemand toetert. In Nederland zou ik van meerdere chauffeurs een opgestoken middelvinger verwachten. Fijn land. We proberen om een B&B te vinden voor een normale prijs, pak 'm beet 30 in plaats van 70 pond per nacht.
     We stranden in een donkere pub annex B&B waar geen plek is. Het is tijd om een plan te trekken. We willen niet in een tent als het zo nat is. Een tent is okee als je maar wat kunt rondwandelen of in het gras liggen. We willen ook niet in een hotel voor 100 pond per nacht. We willen een camping met een blokhut, of een B&B voor een normale prijs. Maar dat vinden we niet. Misschien op Wight, of misschien hebben onze huisbazen Steve en Marie nog wel tips.

Ze hebben in elk geval een uitstekend ontbijt, met vers fruit en een rijk Full English Breakfast. Marie gaat voor ons op internet op zoek naar een jeugdherberg. Ze vindt er één in Burley, middenin de New Forest. We nemen afscheid en rijden met de trouwe Citroën AX ponyland weer in, over de cattle grid.
     Bijna meteen zien we een groepje pony's en er is een heel klein veulentje bij. Na een tijdje de kat uit de boom gekeken te hebben laat hij zich graag aaien. Een eindje verderop ontmoeten we vijf ezels, waarvan één wit ezelveulen. Ook hij laat zich graag aaien. Sjonge, wat fijn. Soms stoppen we de auto echt elke vijf minuten.


een veulen en ik

Een veulen en ik (ik in mijn Judge Smith T-shirt).


ponyveulen

Ponyveulen.


ponyveulen wordt geaaid

En hij laat zich nog aaien ook!


ezelveulen

Ezelveulen en ik.


ezelveulen

Ezelveulen en Laura.


Burley blijkt een dorpje met veel kitscherige new-age-heksenwinkeltjes met glitterende plastic draken en zo. Judge en wikipedia leren ons later dat de geschiedenis van Burley veel heksen en hekserij kent. Laura koopt een glitter-ring.
     De jeugdherberg is behoorlijk moeilijk te vinden. We vragen het bij de golfclub en later nog aan een meneer die met grof geschut zijn heg staat te trimmen. Binnen wordt ons door de schoonmaakster gezegd dat de herberg pas laat in de middag open gaat. Ze verwacht wel dat er nog plek zal zijn. Het ziet ernaar uit dat er alleen single sex slaapzalen zijn, of dure vierpersoonskamers. Op het grasveld naast de herberg staan grote tenten en tipi's die je kunt huren, maar we lijken er ook met onze eigen tent te kunnen kamperen.
     We gaan weer even Burley in, nemen cream tea bij de Inn en informeren naar de mogelijkheden om paard te rijden. Ze verwijzen ons naar Burley Manor Stables. Daar spreken we af om morgen met een groepsrit voor beginners mee te doen. Laura heeft twintig jaar geleden een paar jaar op paardrijles gezeten. Ik heb nog nooit paardgereden.
     We mogen bij de jeugdherberg drie nachten onze tent opzetten, en er is ontbijt en avondeten als we willen. Het is er niet luxe maar gemoedelijk.


de jeugdherberg

De jeugdherberg.


een bloem

Een bloem.


We worden de volgende ochtend al rond zes uur gewekt door de drukke kinderen uit de tipi's. Het zijn er veel. Om acht uur gaan we ontbijten, en rond tien uur rijden we, langzaam want ponyland, richting Burley Manor Stables. In het dorp staan twee ezels te slapen, elk bij de deur van een (nog gesloten) winkel. De plaatselijke bevolking loopt er zonder boe of bah langs.
     Als we naar de stallen lopen, zien we een klein eekhoorntje op de vuilnisbelt naast de mestvaalt, vlakbij ons. Hij laat zich een heel tijdje bekijken. Ik mag op Kenny rijden, en Laura's paard heet Domino. We zetten handtekeningen dat we verantwoordelijk zijn, krijgen caps en worden geholpen bij het opstappen. Laura rijdt twee paarden vóór me (dus er zit één paard tussen). De paarden proberen telkens blaadjes te eten, wat wij zouden moeten beletten. Kenny is een fijn paard, luistert pas bij een flinke ruk aan de teugels, geniet en kijkt veel rond, en jaagt Merlyn, het paard vóór ons, een beetje op. We lopen door mooi natuurgebied (ze hebben hier niet anders), sommige stukjes in draf. We lopen te paard ook langs wilde paarden. Na een uur zijn we weer terug. Dat was fijn!
     We lunchen op een terras in een tuin, en daarna rijden we ponyland weer in. Op het cricketveld bij de golfclub staan de vier ezels en het jonkie weer.


verre velders bij cricket

Verre velders bij cricket.


In een supermarkt in Lyndhurst, alweer zo'n toeristisch stadje met telkens weer dezelfde tovenaars-gift-shops, kopen we onder meer Guinness en Mackeson, en terug in Burley kopen we een Guinness-koffiemok. Op een parkeerplaats ligt een veulen en zijn moederpaard staat ernaast.


op de parkeerplaats in Burley

Op de parkeerplaats in Burley.


Eenmaal terug op de camping leest Laura verder in Maeve Binchy, en ik ga erop uit om foto's te maken in het bos. We zien rond de jeugdherberg vrij veel eekhoorns, en soms naderen de paarden tot bij de omheining (er is een veerooster bij de ingang van de jeugdherberg).


paard op een golfbaan

Fore! Een paard op de golfbaan.


een boom

Een boom.


bos

Het bos rond de jeugdherberg.


moegespeelde verre velders

Moegespeelde verre velders bij cricket.


De volgende dag is het al minder druk. De gezinnetjes zijn 's ochtends bezig om in te pakken. We worden om half acht wakker, en ik maak koffie op het brandertje. Laura levert een gevecht met de wasmachine van de jeugdherberg en verliest. Maar ze krijgt het wel voor elkaar dat de herbergmensen ter compensatie onze was in hun eigen machine doen. Die doet het gelukkig wel.
     We rijden ponyland weer even in. Op de weg naar Burley loopt één van de vijf ezels alleen. Hm. Da's niet goed. Ezels zijn niet graag alleen, weet ik. Dat beeld van Eeyore klopt helemaal. Zo worden ezels na jaren van eenzaamheid. In Burley zien we de andere vier ezels bij de parkeerplaats, waaronder ook het jonkie. We stappen uit. Vanuit de verte horen we de vijfde, eenzame ezel balken. Dit groepje van vier hoort het ook, want de moeder en leider van het stel begint als antwoord meteen hard en langdurig te balken. Ze lopen in draf op elkaar af en ze begroeten elkaar hartelijk. Ze lopen gevijven naar het cricketveld, en wij rijden terug.
     Laura gaat weer slapen en lezen, en ik ga weer terug naar het cricketveld. Het is er druk. Heel veel paarden met veel veulens, en ook de vijf ezels zijn er. Als ik terugkom, heeft Laura de was al opgehangen, buiten aan de lijn en op tafels.


Guinness

Weerspiegeling in een glas Guinness.


In Burley eten we een driegangenlunch. Daarna rijden we nog wat rond maar er is iets gaande in Ringwood, kermis of voetbal of een andere ramp. Telkens worden we omgeleid en het valt niet mee de snelweg te vermijden. Wel zijn er veel mooie auto's op de weg (het is zondag en mooi weer), onder meer een oude Austin Seven en een Bentley uit de jaren dertig. Nog één keer eten we in de jeugdherberg. Morgen moeten we weer gaan. Er is geen plek meer voor ons. Het eten is erg veel. Geen wonder dat we zwaar dromen.
     Ik droom dat we meedoen aan een televisie-spelshow voor jonggehuwden. De zender is eigendom van een goedkope supermarkt, die weliswaar heel normaal lijkt maar stiekem wel nazistische en pornografische lectuur verkoopt. Laura droomt dat we verdwalen in een nieuwbouwwijk en de uitgang niet meer kunnen vinden. Zouden we misschien te burgerlijk worden of zo?

Llama Park

We pakken in en verlaten ponyland. Laura leidt ons over prachtige weggetjes door Hampshire, West Sussex en East Sussex naar lamaland. We wisten al een hele tijd dat we daarheen wilden, Ashdown Forest Llama Park. We zijn er om een uur of twaalf. We lunchen eerst op het terras, en gaan dan naar binnen. In de stal staan vier groepen lama's en een enkele alpaca, en buiten in de weilanden nog veel meer. De omgeving is prachtig wijds, rustiek, stil en groen. We zien een witte alpaca van één dag oud.


lama-windwijzer

Lama-windwijzer.


alpacajong

Alpacajong.


lama met jong

Lama met jong.


In de stal zijn verzorgers bezig met het trainen van de lama's. Ze gewennen ze aan hoofdstel en leiband. Ik dacht altijd dat lama's liever niet aangeraakt willen worden, en vraag ernaar. Ze antwoordt: "Lama's zijn een beetje als katten. Dus als ze willen, komen ze wel op je af." Ze voegt eraan toe dat lama's wel vaak kopschuw zijn en er niet van houden om op hun kop te worden aangeraakt, en dat het lang duurt om hun vertrouwen te winnen. Nu en dan lukt het ons om ze te aaien. In de wei staat Sooty, een alpaca die al jong wees was en dus met de fles is grootgebracht. Hij komt zelfs op ons af om ons nieuwsgierig maar voorzichtig te besnuffelen.


een lama aaien

Lama's kunnen heel goed geaaid worden. Ze geven zelf aan of ze dat wel willen.


Sooty

Sooty.


Er zijn ook drie rendieren in een weiland. Rare beesten. Ze maken een klikketie-klop-geluid als ze lopen, en ze zijn veel kleiner dan ik had gedacht. We keren steeds weer terug naar de stal met lama's. In het winkeltje kopen we een zachte knuffellama (gemaakt van alpacawol), een alpacawollen sjaal en twee portemonnees. In een toeristisch boekje over muziek in Sussex dat ze er ook verkopen, wordt Judge zowaar genoemd.
     We vertrekken laat in de middag, en aan de hand van een foldertje gaan we op zoek naar een B&B. Alles zit vol, en we worden telkens weer doorgestuurd. Eén van de huizen is een waar paleis. We bellen aan, en een oude maar vitale man doet voor ons open.
     "Ah! Daar zijn jullie dan!" zegt hij. Wij kijken verbaasd. "Waren jullie niet met z'n drieën?" Eeuh... Hij begrijpt het, en over zijn schouder roept hij: "We hebben geen plek meer voor nog twee mensen, toch?"
     Ik probeer afscheid te nemen maar we moeten binnenkomen om te worden doorgestuurd. Er is geen ontkomen aan. We worden op de bank neergezet, ik krijg pen en papier, en hij dicteert aanwijzingen. "Nog vragen?" informeert hij na de herhaling op commanderende toon. "Nee? Dat kon ook niet, want ik ben dertig jaar soldaat geweest!" En hij vertelt vol trots van zijn zoon en/of dochter in Irak en/of Afghanistan. Zijn aanwijzingen leiden ons naar Piltdown Man Pub. We durven het niet aan om hem niet te gehoorzamen.
     Piltdown Man Pub ligt vlak buiten het dorp Piltdown (ja, waar Piltdown Man werd opgegraven). Piltdown Man Pub blijkt een vervallen stuk triestigheid, ordinair ook, maar alles wel heel vriendelijk en schattig. Een grote kinderspeelplaats waar niemand is, op het terras houten banken die rotten, en binnen gekopieerde aankondigingen dat hun drankprijzen deze zomer niet zullen stijgen. We eten er. Ze hebben geen kamer vrij. Er komt een man in een Mercedes cabrio, en ontmoet er iemand die duidelijk zijn minnares is. Ik speel eventjes in het opblaasbare "Kiddie Kastle." Dan gaan we.
     We rijden maar door naar camping Normans Bay, niet ver van Judge met wie we over een paar dagen weer hebben afgesproken. Het is er druk geworden. We krijgen een plaats helemaal achteraan, zetten onze tent op en dan is het donker.


de maan boven zee

De maan boven zee.


vliegeren op het strand

Vliegeren op het strand.


De volgende ochtend worden we vroeg wakker en rijden vrijwel meteen naar Eastbourne. Alles is er nog dicht (het is nog vóór negen uur), maar we vinden een Italiaanse koffieshop die al open is, Costa. Daarna rijden we naar het Bentley Wildfowl and Motor Museum.
     Wat een krankzinnige plek. Er is een klein auto-, motorfiets- en fietsmuseum, er zijn veel eenden, zwanen, ganzen en flamingo's, ook een model-treintje dat op sommige dagen rijdt, nagebouwde neolithische hutten, biggen en nog wat ratje-toe. Het is heel zonnig. We praten er een hele tijd met de 77-jarige meneer die in het automuseum werkt. Er staan onder meer een prachtige Minerva, een Alldays and Onions uit 1909, een Lagonda Rapide en een AC uit 1922.


een rare eend

Rare vogels...


Minerva

...en oude auto's (dit is de Minerva, een AK 32/34 HP uit 1928 met een carrosserie door Elkington uit Chiswick).


We staan vroeg op, ontbijten andermaal bij Costa, en zijn om tien uur bij het lamapark, de openingstijd. We zijn er nog drie uur zoet. Er is nog een alpaca-baby geboren, afgelopen nacht. Om twee uur zijn we weer bij Judge. We luisteren veel naar muziek en eten 's avonds Italiaans in Eastbourne.


Ashdown Forest Llama Park

Ashdown Forest Llama Park toegangsbewijs (een stickertje).


De volgende ochtend lukt het ons om een eerdere boot te krijgen. Pas nu merkt Laura dat ze in plaats van haar eigen paspoort per ongeluk het paspoort van een vriendin meegenomen had. Niemand heeft het gemerkt.


naar het begin van de bladzijde