home
Home

 

persoonlijk
Persoonlijk

 

muziek
Muziek

 

geofictie
Geofictie

 

Muka
Muka

 

verhalen
Verhalen

 

foto's
Foto's

 

colofon
Colofon

English (Engels)Vakantie 2011

We vertrekken op dinsdag 12 juli om tien voor tien 's ochtends en rijden via Arnhem, Duisburg, Köln. We verdwalen een beetje rond Dortmund maar vinden de snelweg gauw terug. Ik rijd de hele dag. Later in de middag wordt het met het dak open zelfs te warm. Laura valt naast me soms in slaap. Bij Freiburg gaan we van de weg af naar het zuid-oosten. Het is een prachtig bergweggetje. Bij een hotel vragen we de weg naar een tankstelle, die vier kilometer verderop blijkt te zijn. We rijden terug naar het hotel en vragen een kamer.
     Het is een christelijk hotel, met her en der reclame voor God. In de vensterbank van de eetzaal staan geboetseerde neger­muzikanten. De kamer is mooi, met een aparte slaapkamer. Er is een groot balkon met uitzicht op een berg. We horen schapen blaten en koeien loeien en koeienbellen klingelen. We zijn er nog maar net of het onweer barst los. Het gaat hard. Er valt veel regen, en zelfs grote hagelstenen.


regen

Foto van de regen, genomen vanaf ons balkon. Klik op de foto's voor een vergroting.


Laura eet varkensvlees met de plaatselijke specialiteit brägel (een soort rösti maar dan met alleen aardappel), en ik kalfsvlees met warme morellen. Met bier en ijs en koffie met cognac zitten we na het eten nog een tijd onder het afdak op het terras. Iets verderop zit een vaste gast met een dikke sigaar. We twijfelen een tijd of de poes in het weiland in de verte niet een rotsblok is. De hele nacht horen we het ruisen van de beek langs het hotel.

's Ochtends is het grijs en regenachtig, en de wolken hangen laag op de berg. Laura rijdt eerst naar Zürich, waar het druk is en de snelweg moeilijk te vinden. Daarna gaan we verder naar San Bernardino. Ik rijd verder terwijl Laura slaapt. Het regent nog, maar rond Milaan klaart het op en wordt het 30 graden. Laura leidt ons naar Valpolicella, oostelijk van het Gardameer, en we vinden een hotel waar de jongste gasten behalve wijzelf boven de tachtig jaar zijn. We dineren beiden met risotto en daarna vlees. Elk half uur luiden de kerkklokken, de hele nacht lang.

We staan vroeg op en ontbijten met voorverpakte koekjes met jam en andere zoetigheden en veel koffie. Er is geen hartig beleg. We checken uit en zijn dan zo slim om alvast alles wat we in Venetië nodig gaan hebben in één rugzak bij elkaar te stoppen. Ik rijd over de snelweg naar Venetië, en we parkeren de auto op het parkeerterrein van het vliegveld.
     Op het vliegveld vinden we de bus al snel, en we worden in ongeveer drie kwartier naar de bushalte van de stad gebracht. Op de brug naar de oude stad hebben we een prachtig uitzicht over het water en de stad. Ik was vijfentwintig jaar geleden al eens één dag in Venetië, en we hebben mijn kaart van toen bij ons. In Venetië verandert natuurlijk nooit iets. We vragen een taxi hoeveel het kost om ons naar ons hotel te brengen. Zestig euro. Hm. We lopen wel.
     Ons hotel is in een klein steegje ruim buiten het centrum. Het is een prachtig mooie stad. Het is wel erg warm. Het is kwart voor één en onze kamer is al klaar. Het is een kamer op de begane grond. We gaan meteen de stad in.


uitzicht vanuit onze hotelkamer

Uitzicht vanuit onze hotelkamer.


straatbeeld

Straatbeeld.


We lunchen in een mooie tuin langs een kanaal, overschaduwd door druivenranken, en we drinken er een fles prosecco bij. Na de lunch slenteren we door straten, steegjes en pleinen naar de zee. We staan op Fondamenta Nuova vlakbij het tankstation, en hebben uitzicht op de begraafplaats San Michele. De tankbediende verkoopt ons flesjes water voor vijftig cent.
     Daarna lopen we naar het San Marcoplein en drinken er citroensap en bitter lemon in Florian's (voor iets van negen euro per glas!). Het is erg druk op het plein, niet leuk. Het is bovendien erg warm. Het zweet stroomt me over het voorhoofd. We lopen verder langs allerlei winkels naar het Rialto maar gaan er niet op. Weer veel te druk. Ik koop een waaier.
     We lopen terug en dineren in hetzelfde restaurant met weer een fles prosecco. Er zijn brutale mussen. Wat heerlijk hier. Er is erg weinig openbare muziek in Venetië, en opvallend veel rust buiten het centrum. En vooral: geen geluiden van auto's of brommers. Wat een ideale stad, zo rustig. Mooie, verwarrende stad, waar je je weg niet vindt door de straten maar van brug naar brug.


Laura op het terras

Laura op het terras.


mus

Mus.


straatbeeld

Straatbeeld.


straatbeeld

Straatbeeld.


kanaal

Kanaal.


plein

Plein.


kanaal met kade

Kanaal met kade.


straatbeeld

Straatbeeld.


zicht op San Michele

Zicht op begraafplaats-eiland San Michele.


Laura in Florian's

Laura in de hitte in Florian's.


file van gondels

Een file van gondels (links staat Laura).


ons terras bij nacht

Ons terras bij nacht.


Op vrijdag ontbijten we in het kleine binnenplaatsje naast onze kamer. We volgen het gisteren ontdekte bordje "sinagoge" naar de joodse wijk. We vinden een mooi, stil plein met een synagoge die tegelijk ook een museum is. Er is ook een herdenkings­muur van het ghetto. In een winkel verkopen ze een schaakspel gemaakt van Venetiaans glas van Sefardische joden tegen Asjkenazische joden. Op zoek naar een postzegel wandelen we langs een kanaal en komen uit bij zee, met andermaal een tankstation.


plein in de joodse wijk

Plein in de joodse wijk.


in de joodse wijk

In de joodse wijk.


water

Water.


zicht op zee

Zicht op zee.


tankstation

Tankstation.


We nemen bus 51, die de oude stad rondvaart (en een stukje door het Canal Grande) en daarna oversteekt naar het Lido. "Finish," zegt degene die de boot telkens aan- en weer afmeert, en dus stappen we maar uit. Hier zijn auto's. En veel luxe villa's met soms prachtige tuinen, en veel strand­winkeltjes. We lopen het eiland over naar het strand en keren dan terug. We lunchen op een terras met een schommelbank. We nemen bus 2 terug, door het Canal Grande, en stappen uit vlakbij ons hotel. In de namiddag vinden we een leuk terras waar we eerst witte wijn drinken en later op de avond ook eten, Laura gegrilde zalm en ik een anglerfish.


kanaal

Kanaal (vanaf de boot).


kerk met non

Kerk met non.


water

Op het water.


huis op het Lido

Huis op het Lido.


kanaal voor gondels

Kanaal voor gondels.


Laura

Laura.


Op zaterdag vertrekken we al. We lopen naar de boot, die om 10:18 vertrekt. We zitten in de kajuit, en het duurt ongeveer veertig minuten naar de kust. Onze auto heeft trouw op ons gewacht. We rijden naar het huisje dat we gehuurd hebben, in Petriano in de Marche, en om een uur of één lunchen we met pizza in een hotel aan de weg. De route is erg mooi, een provinciale weg door de Podelta langs zee. Laura doet boodschappen bij een supermarkt, en belt de mensen dat we misschien wat later zullen zijn. Maar we vinden het makkelijk en zijn er toch op tijd, om zes uur.
     Het is een afgelegen en groot huis met akkerland eromheen, en we rijden erheen over een kleine bergrug met prachtig uitzicht naar beide kanten. De mevrouw, Claretta, verwelkomt ons met een mand met groente uit eigen tuin. Ons appartement is op de eerste verdieping en is luxer en groter dan we hadden verwacht. We hebben twee balkons. De mensen wonen zelf ook op de eerste verdieping; beneden wordt denkelijk geboerd (schuren en zo). Net na ons komt een Nederlands gezin aan, dat in het appartement boven ons woont.
     Vóór het eten zitten we even met wijn op de schommelbank in de tuin. We eten pasta bolognese op ons balkon, omgeven door anti-muggen-wierook en -kaars. De servieskast hangt boven de wasbak zodat afdrogen niet nodig is. Na het eten maken we kennis met de oude herdershond Lili. Er zijn ook kippen, kalkoenen en parelhoenders.


zicht vanaf het balkon

Zicht vanaf het balkon in Petriano op onze auto en een Méhari die op bezoek is.


uitzicht

Uitzicht.


olijven

Laura bekijkt de olijven.


Op zondag word ik later wakker. Laura ligt in de tuin te lezen, en Lili waakt naast haar. Laura babbelt kort met de andere vakantiegangers, die boven ons in huize Claretta wonen. Wandelend verkennen we de omgeving. Er zijn weiden met bloemen, een speeltuintje, een vijver met ganzen en een adembenemend uitzicht. Naast huize Claretta liggen de groentebedden van de boerderij, met uien, bonen, kastomaten, komkommers, courgettes, pompoenen, meloenen, druiven, vijgen, olijven.
     Met de auto rijden we naar het dorp Petriano. Het is pittoresk en ligt op een heuvel. De kerk in het midden staat op de top van de heuvel. We zien geen restaurants of winkels. We besluiten een restaurant te zoeken in het volgende dorp, Gallo, maar ook daar slagen we niet. Het is ook een veel minder charmant dorp.
     We rijden dus maar door naar Urbino, ongeveer 14 kilometer verderop. Het centrum is prachtig en oud. Het is ommuurd, met enkele poorten, en het is goed onderhouden. We lunchen met ijs toe. Veel straten lopen omhoog en dan weer omlaag. Op straat is merkbaar dat het een universiteitsstad is. In een delicatessen­winkel kopen we wijn, opvouwbare wijnkoelers voor in de vriezer en sjieke nutella. We mogen het over een uurtje komen ophalen. Daarna eerst weer een ijsje. En nog een, in een grote, biologische yoghurt­ijs­salon. Laura eet een "warm" chocolade­mousse-ijsje, veel minder koud dan ander ijs.
     We rijden terug naar huis en gaan op bed lezen. Rond half acht maakt Laura een salade van Claretta's komkommers en tomaten, en warmt het eten van gisteren op. Claretta en haar man (hij spreekt alleen Italiaans, maar Claretta wel Engels) brengen ons zoals gisteren beloofd een nieuw tafeltje en twee stoelen voor op ons balkon. We eten op het balkon en onder ons houdt Lili de wacht.


Petriano

Petriano.


Urbino

Urbino.


uitzicht

Uitzicht.


Lili

Laura en de oude hond Lili.


Maandag worden we wakker rond half negen. Het is kouder dan de voorgaande dagen. In de ochtend regent het zelfs eventjes. We blijven de hele dag binnen (en op het balkon). We lezen en doen de was. Ik lees het boek door Jona Lendering over Alexander de Grote uit, en begin in een boek over Carthago en de Punische oorlogen. Het is heerlijk rustig rond huize Claretta, een oase van rust in dit drukke, chaotische land.

De dag erna leest Laura 's ochtends haar eerste e-book uit op de iPad. Omdat we geen ontbijt hebben, besluiten we in Pesaro een café te gaan zoeken. Daarna willen we misschien nog wel naar het strand.
     Zodra we weer in de bewoonde wereld zijn raken we tamelijk opgefokt en nerveus van het verkeer hier. Men rijdt woest en onvoorspelbaar, en de aanwijzingen zijn vaak onbegrijpelijk. Vrijwel niemand houdt zich aan de maximumsnelheid, en soms is die ronduit absurd (30 waar iedereen 90 rijdt bijvoorbeeld). Vaak zie je een richtingsbord te laat of helemaal niet, of bij twee van de vijf afslagen van de rotonde staat hetzelfde aangegeven, of er staat een groot bord met reclame voor een supermarkt (acht minuten rechtdoor rijden) waarna je verschillende rotondes over wordt geleid zonder ook maar een vervolgbordje. Er staat sowieso veel te veel reclame langs de weg.
     Kortom: het lukt ons niet om het strand van Pesaro te vinden, zelfs niet eens een parkeerplaats. En al helemaal geen ontbijtcafé. Na enkele pogingen hebben we in het volgende kustdorp meer succes, Fano. In een lunchroom bestellen we koffie met broodjes en eten dat op het terras aan de overkant van de straat op (natuurlijk met jaren-tachtig-popmuziek uit luidsprekers op het terras).
     Daarna vinden we een leuke Zuid-Amerikaanse winkel in een oude kerk. Ik koop een bloes en Laura een berenrugzakje en een portemonnee. We kopen ook lama-vingerpopjes. Om bij de zee te komen moeten we nog een eind lopen door een saaie flatwijk, dus we zien ervan af. We lopen langs de poort van een oude burcht, maar daar mogen we niet in.
     Op de weg naar Urbino vinden we een supermarkt, die zelfs op zondag open is. Maar tussen twaalf en twee op een doordeweekse dinsdag is ie natuurlijk wel dicht. Verderop is een kleinere supermarkt die wel open is. We rijden naar huis en lunchen.
     Om een uur of vier maken we nog een wandeling in de omgeving. We lopen het weggetje waar ons huis aan ligt een stukje verder af. Het is hier prachtig en het is opvallend stil. Om ons heen worden graan, groenten, druiven en olijven verbouwd. Beneden aan de heuvel keren we terug. Bij een huis lopen achter het hek ongeveer vijf hondjes tegen ons te blaffen. Aan het hek hangt een bordje "pas op voor de hond en zijn baas" met een tekening van een pistool.
     Dus als er een meneer in de tuin op ons af komt en van alles in onverstaanbaar Italiaans roept, denken we eerst dat we worden weggejaagd. Maar hij lijkt vriendelijk, en we denken iets van "cane piccolo" te verstaan. Ja hoor, we worden inderdaad uitgenodigd om hun jonge hondjes te komen bekijken. De man is een jaar of zeventig, er is ook een vrouw, en twee jonge mensen van rond de twintig. En ze hebben drie pups. Eentje bruin, en twee zijn wit met zwarte vlekken.
     We kijken, aaien de pups en praten wat. Vooral de man praat, Italiaans met soms een paar woordjes Duits. De drie anderen spreken alleen Italiaans, ook de jongeren. Soms snappen we iets van wat hij zegt. Hij vraagt of we een pup willen houden maar dat gaat echt niet.


ik

Ik (foto door Laura).


Laura

Laura.


samen

Wij samen.


artisjok

Artisjok.


uitzicht

Uitzicht.


weg

Weg.


pup

Pup.


pup

Pup.


Op woensdag staan we vroeg op. Het was koud vannacht, maar als we na het ontbijt naar de auto lopen is het al veel warmer. We rijden via Urbino over een rustig, heuvelachtig weggetje dat steeds steiler wordt naar San Marino. We stoppen een paar keer bij mooie plekjes.
     Onze auto (afgelopen voorjaar gekocht) doet het goed. Ook met de bergen heeft ie weinig problemen (minder dan de AX), en het open dak is heerlijk. In de loop van de vakantie leren we wel dat op de snelweg dak dicht en airconditioning aan ook heel prettig is.


uitzicht

Uitzicht.


Laura

Laura.


zee

Zee.


koeien

Koeien.


Om kwart voor twee komen we in de hoofdstad San Marino aan. We lopen door de stadspoort de stad in, en na een stuk door een toeristische maar mooie oude stad vinden we een lunchterras. Het eten is vies en niet wat we besteld hebben. De serveerster verontschuldigt zich voor de leeftijd van de ober ("my boss, he old").
     We lopen door en vinden meteen om de hoek een modelauto­winkel. Ze hebben veel oude auto's, Lancia, Alfa Romeo, Talbot, Rolls-Royce, en Laura vindt een Citroën Pluriel Charleston, schaal 1:18, die we kopen.
     We lopen door de winkelstraatjes verder naar de torens. Het uitzicht is prachtig. De torens staan bovenaan een heel steile berg, en onder ons zien we heuvels en in de verte de zee. Omdat we de toeristen zat zijn, gaan we via een smal, steil bospaadje weer naar beneden. Bij Urbino gaan we naar de supermarkt. Ze snappen niet wat ravioli in blik is, en leggen ons uit: ja maar, ravioli is pasta hoor! We zijn rond negen uur thuis, en eten supermarkt-lasagna.


Laura bij de kaart van San Marino

Laura bij de toeristenkaart van San Marino.


diepte

Diepte naast de burcht.


burcht

Eén van de drie burchten van San Marino.


Op donderdag staan we vroeg op om de nabijgelegen thermale baden te bezoeken, aan dezelfde weg als ons huis. Het is een tamelijk vreemde bedoening. We vragen of we mogen zwemmen, en daarop wordt ons gevraagd om een formulier in te vullen met vragen over onze medische toestand. Vervolgens krijgen we van een secretaresse in een witte jas (er staat een matrixprinter met kettingpapier op haar bureau!) een behandeladvies, namelijk zwemmen in hun baden. Iemand loopt met ons mee om de kleedkamers te wijzen, en we dragen plastic hoesjes om onze haren en voeten. Het lijkt hier meer op een ziekenhuis dan een luxe zwemparadijs.
     Het is een klein zwembad, niet dieper dan ongeveer 130 centimeter, met nog twee kleinere baden, eentje kouder en eentje warmer dan het grote bad. Er is een vriendelijke meneer met reuma die oorspronkelijk uit Sicilië komt en een beetje Duits spreekt. Om tien uur begint een gymles in het bad, en we gaan weer. 's Middags lezen we thuis, en doen een middagslaapje. We eten rijst met groente en vismix.


vlinder

Vlinder in de tuin.


De volgende ochtend word ik heel vroeg wakker. Ik ben chagrijnig, en blijf dat eigenlijk de hele dag. Laura heeft een beetje hoofdpijn. We gaan naar de tourist information in Urbino voor wandelroutes in de omgeving. We krijgen heel veel folders mee maar voelen ons te lamlendig en besluiten om vandaag toch maar in Urbino te blijven. We bezoeken het museum in het paleis van de hertog, en zien schilderijen uit de veertiende tot zeventiende eeuw, wandtapijten en houten inlegwerk.
     We lunchen op een mooi terrasje, maar niet zo lekker. Ik ben sowieso niet zo weg van de Italiaanse keuken. Ik vind het weinig subtiel en weinig gevarieerd. Standaard pasta of risotto vooraf en vlees of vis (vaak gegrild) met spinazie als hoofdgerecht. Of pizza. En ik hou niet van zoet en weinig ontbijt, noch van warme lunches. Ik hou wel van ijsjes, en daar eten we veel van. Ik eet alleen maar yoghurt- of citroenijs. Daarna gaan we nog weer even het museum in, en zien Romeinse inscripties. Laura rijdt een omweg naar huis, via Isola del Piano (door ons vrij vertaald als het piano-eiland) en een avontuurlijk, klein weggetje met hellingen tot 20%. 's Avonds eten we zalm en lees ik Cat's Cradle door Kurt Vonnegut.


Urbino

Het paleis van de hertog in Urbino.


Urbino

Urbino.


Zaterdagochtend rijden we naar de bakker in Gallo en kopen er brood en onder andere perensap. Vandaag willen we een eindje in de omgeving rijden. Het is weer een normale 25 tot 30 graden, na enkele dagen rond de 20 graden. We volgen een klein weggetje in de omgeving van Palazzo del Piano en Monti della Cesana.
     We lunchen in Urbino in een goedkoop studenten­restaurant waar de serveerster op Docs loopt. In de stad is een fiets­evenement gaande, met de finish van een fietstocht en tenten met hypermoderne racefietsen. Opvallend weinig muziek of omroep­installatie. Om de hoek is een klein marktje met ambachtelijke producten, zoals schapenkaas, honing en truffels. We praten met een aantal van de verkopers.
     Eenmaal thuis blijken de Nederlanders uit het appartement boven ons te zijn vertrokken. Er komt geen vervanging. We schrijven ansichtkaarten, maar de kaart die we in Venetië voor Hans kochten is zoek.

Op zondag regent het de hele dag af en aan. We besluiten binnen te blijven en we lezen. Ik lees The Red House Mystery door A.A. Milne. We eten het restje vismix van donderdag. Claretta en haar man komen 's middags langs met nog een mand eten: tomaten, komkommers, uien, aardappels, courgettes en courgette­bloemen, veel meer nog dan vorige week.


groentecadeaus

Een mand eten cadeau.


Op maandag vertrekken we rond half tien. Het plan is om via Barbara naar de grotten van Frasassi te rijden, bij Genga. Eerst posten we in Petriano de kaarten (en vinden we de kaart aan Hans terug). Vervolgens doen we er tweeëneenhalf uur over om Fossombrone te bereiken, op een derde van de hele afstand. De kaart blijkt niet te kloppen, en bovendien zijn veel wegwijzers tegenstrijdig of afwezig. Gele weggentjes worden plots onverharde bergpaadjes. Vanaf Fossombrone nemen we de oranje weg, de Via Flaminia.
     We zien aanwijzingen naar de Gola del Furlo, een kloof tussen hoge bergen, en we rijden erheen. De bordjes zijn dit keer correct. Het is erg mooi. Een blauw-groene rivier met steile rotsen en een smalle weg. Er zijn weinig toeristen (op een klein drompje na). We lopen een stukje langs de weg en de rivier. We rijden verder op de Via Flaminia, komen nog door een andere mooie kloof, en bereiken om een uur of twee Sassoferrato, door ons als snel omgedoopt tot Sassefras. We lunchen er opvallend lekker met pasta. We besluiten om maar niet naar Barbara te gaan en nu direct door te rijden naar de grotten.


Gola del Furlo

De Gola del Furlo is een steile kloof.


Laura

Laura staat voor het bordje "verboden te vissen" zodat dat het uitzicht niet bederft.


ik

Ik heb lol in de Gola del Furlo.


Om een uur of drie arriveren we bij de grote parkeerplaats voor een bezoek aan de grotten. Er zijn veel winkeltjes met toeristische kitsch, en de grotten zijn een paar kilometer verderop. Bussen vervoeren de toeristen. Je mag de grotten alleen in met een groep, in een guided tour. Wij sluiten ons aan bij een groep met een Italiaans sprekende gids. Ze geeft bij elke stop heel veel informatie op een schreeuwende toon. Daarna loopt iedereen weer snel naar de volgende stop. Veel stalagmieten hebben namen gekregen. We blijven wat achter en ik maak foto's maar dat mag niet van onze gids. Ik snap niet waarom.
     We blijven weer achter en komen in een groep terecht waarvan de gids Russisch spreekt. Deze gids heeft er geen probleem mee als we foto's maken, wat achter in de groep op grote schaal gedaan wordt (door sommigen zelfs met flits). De grotten zijn heel groot en hoog (ruimtes tot 200 meter hoog schijnbaar) en vaak mooi verlicht. De stalactieten en stalagmieten hebben mooie, vreemde vormen, een indrukwekkend gezicht. De lucht is veel minder vochtig dan we hadden verwacht. De rondleiding duurt ongeveer anderhalf uur. Daarna worden we met de bus weer teruggereden. Bij de winkeltjes kopen we brood, kaas en wijn voor morgen.
     Terug nemen we de snelle tolweg. Dit keer zijn we in anderhalf uur weer terug in Gallo. De Nederlanders in het appartement boven ons hadden ons een paar dagen geleden gewezen op een restaurant in dit dorpje, en we dineren er uitgebreid. Het is een leuk restaurant, Locanda Da Ciacci, met overal hanen (het dorp heet Gallo), van steen, plastic, glas, klei, hout, metaal, en op afbeeldingen. De serveerster noemt telkens een klein aantal gerechten op waar we uit mogen kiezen. De antipasti staan al uitnodigend op tafel voor ons klaar; drie schalen met overvloedige hoeveelheden kaas, ham, salami, artisjok, meloen en meer, en een mandje brood. Daarna pasta, daarna vlees, en toe een zuppa inglese voor Laura (een ratjetoe van cake met drank, custard en chocola). Ik drink een fles witte huiswijn leeg, dus Laura rijdt naar huis. In totaal kostte het diner voor twee personen 50 euro, denkelijk een standaardprijs, ongeacht wat we bestelden.


grot

Stalagmieten en stalactieten in de grotten.


grot

Sommige zijn erg groot.


grot

Meertjes zoals deze zijn opvallend schaars in de grotten.


grot

Rare vormen.


Op dinsdag gaan we wandelen. We rijden een stukje rond en vinden een plekje om de auto te parkeren, naast een akker onder een boom. Eerst oriënteren we ons goed, opdat we later de auto kunnen terugvinden. We lopen de berg op, eerst een doodlopend weggetje in dat uitkomt bij een drie-onder-een-kapwoning. We wandelen een klein stukje over de provinciale weg en gaan dan in de richting van Santa Maria in Calafria. Achter een hek bij een tuin is een klein poesje waar we een tijdje mee spelen. De eigenaresse waarschuwt ons dat we het niet mogen meenemen.
     Een paar huizen verderop zien we nog een poesje, en al snel komen de moederpoes en een broertje of zusje naar buiten. De moederpoes blaast, en we raken ze dus niet aan. We lopen door en komen weer bij de weg uit. Erlangs ligt een begraafplaats, die we bekijken. Kisten liggen er in een gebouw in een muur achter deurtjes, ongeveer vijf hoog en tien breed, hun plaatsen als op een schaakbord met letters en cijfers aangeduid.
     Iets verderop langs de weg ontmoeten we weer een poes. Deze mauwt ons toe om geaaid te worden. Na een tijdje lopen we verder en maken we een bocht naar een speelplaatsje waar die poes weer op ons afkomt. We nemen even een pauze op een bankje met de poes tussen ons in. Daarna lopen we langs de thermen en ons huis en vervolgens dezelfde weg die we vanochtend met de auto reden. Het is steil en warm. In de verte zien we regen.
     Plots steekt vlakbij ons een hert het pad over. We staan een tijdje stil door de verrassing. Iets verder staan we even stil bij een riviertje. Rond kwart voor vier zijn we terug bij de auto, moe en lunchloos. Vlakbij de auto is een boer zijn land aan het omploegen. We rijden terug naar huis, lunchen en lezen daarna tot rond zeven uur. Laura maakt de groenten van Claretta klaar. We drinken er prosecco bij.


Laura

Laura.


rugzak

Het rugzakje dat Laura in de Zuid-Amerikaanse winkel in Fano kocht.


poes

Jong poesje nummer 1.


poezen

Jong poesje nummer 2 (met moeder).


poes

Jong poesje nummer 3.


Laura met poes op schoot

Laura met poes op schoot.


poes

De poes wil graag geaaid worden.


huis

Overwoekerd huis.


riviertje

Riviertje.


ploeg

Boer met ploeg.


Op woensdagochtend bekommert Laura zich om het huishouden: was, afwas, schoonmaak en eten. Ik sta later op. Bij het ontbijt trekken we ons plan voor de komende dagen. We willen Laura's tante in Milaan bezoeken en het Alfa Romeo-museum in Arese. We rijden naar Urbino voor het internetcafé. Op de weg ernaartoe zien we drie gelukkige varkens in een maïsveld.
     Van de parkeerplaats is (behalve een steile weg en trappen omhoog) ook een lift die naar de binnenstad leidt, en die nemen we. We komen vlakbij het internetcafé uit. We komen erachter dat het museum niet in de weekends geopend is, en dus besluiten we er een dag Siena tussen te plakken. We reserveren er een hotel en printen de route uit. Het is mooi weer (26 graden), en we gaan lunchen in een binnentuin van een restaurant in het centrum. Daar sms'en we Laura's tante.
     We eten ijsjes en Laura rijdt ons naar Urbania, het voormalige buitenverblijf van de hertog. Het gaat regenen, en dus besluiten we niet uit te stappen. Er is wel een supermarkt, en we doen boodschappen. We rijden terug en het blijft regenen. Laura's tante sms't ons helaas dat ze dit weekend niet thuis zal zijn. We lezen tot een uur of zeven, eten restjes, en lezen dan weer verder. Ik begin in Enduring Love door Ian McEwan, zo beklemmend in de eerste paar hoofdstukken dat ik eerst even iets anders moet lezen voor ik kan gaan slapen.


varken in een maïsveld

Een varken in een maïsveld.


De dag erna doen we rustig aan en vertrekken rond kwart over elf naar een oud klooster, Fonte Avellana, in het zuiden van onze provincie. Het is daar veel berg- en bosachtiger dan bij ons in de omgeving. We lunchen in een restaurantje langs de weg. Er is een rondleiding om drie uur die ongeveer een half uur duurt. Het is alleen in het Italiaans, maar we krijgen een A4'tje met een samenvatting in het Engels. Er wonen nog monniken in het klooster en we mogen het bewoonde gedeelte niet in. We zijn met ongeveer 15 personen. Het is indrukwekkend en eenvoudig, met dikke muren van grijze natuursteen. Sommige gedeelten van het klooster stammen uit de tiende eeuw, en het klooster wordt door Dante genoemd in La Divina Commedia.
     Nadien liggen we nog even naast het klooster in een bergweitje met muntplanten. 's Avonds eten we thuis rijst met bot (vis dus). Ik lees mijn boek uit.


nabij het klooster

Parkeerplaats bij het klooster.


klooster

Het klooster, verscholen achter bomen.


Vrijdag is onze laatste dag in het appartement. We brengen vuilnis en glas en zo weg, en posten de kaart aan Hans bij het postkantoor in Petriano. Via Monteguiduccio rijden we naar Cairo. Onderweg stoppen we even bij een raar kerkje met een parkeerplaatsje. Het is hier heerlijk rustig, maar zo nu en dan komt er een auto voorbij. Het valt ons op dat het steeds Nederlanders zijn, en ze rijden allemaal datzelfde zijweggetje in of uit. Nieuwsgierig rijden we ze achterna, en vinden een camping vol Nederlanders. Geschrokken rijden we snel weer weg.
     We gaan verder via Villagrande, Candelara, Santa Veneranda en Pesaro, waar we weer twee keer verkeerd rijden, naar Casteldimezzo, aan de kust. Er staat inderdaad een half kasteel, of misschien zelfs niet meer dan een kwart. Het is een hoge, steile kust met veel bomen en struiken. In een restaurant vlakbij lunchen we met uitzicht op zee. Helaas start korte tijd later in de tuin van een huis vlakbij een luidruchtige machine.
     We rijden via de hoge, kronkelige kustweg terug naar Pesaro, en van daar de snelste weg naar huis. Onderweg worden we aangehouden door twee zonnebrillen met politieagenten erachter. Ze controleren onze papieren en laten ons weer doorrijden. 's Avonds eten we weer in het hanen­restaurant in Gallo, en thuis pakken we alvast wat in.


Laura

Laura.


ik

Ik.


Cairo

Richtingaanwijzer naar het dorpje Cairo.


zee

Zee.


zee

Steile weg omlaag naar zee.


Laura

Laura.


spinnenwebben

Natuurlijke bescherming tegen muggen op ons balkon.


Op zaterdagochtend nemen we afscheid van Claretta, schrijven op het laatste moment nog wat in haar gastenboek, en rijden rond half tien weg. Om een uur of één eten we broodjes bij een tankstation. We rijden nog een keer door de Furla-kloof, een kleine omweg. We rijden via Perugia en het Trasimeense meer naar Siena, waar we rond half twee aankomen.
     Onze geprinte Google Map komt maar tot de parkeergarage aan de rand van de oude binnenstad. We parkeren en lopen het laatste stukje naar het hotel. Het blijkt niet ver. Het is een onopvallend gebouw van buiten, maar het is een veertiende-eeuws klooster met een mooie binnenplaats met een kloostergang en een torentje. We krijgen een mooie, grote kamer.
     We wandelen de stad in, langs de dom en het Piazza del Campo, en zitten een tijdje op een terras in een achteraf­straatje waar Laura met een Amerikaanse praat die hier in de streek woont. Ik vind het een wat deprimerende stad, hoge gebouwen met smalle straten, veel onpersoonlijker en minder pittoresk dan Venetië, maar veel protseriger en mogelijk nog toeristischer. We lopen nog een eind bergaf en vinden een roltrap terug de stad in.
     Het hotel heeft gratis wifi, dus op Laura's iPad zoeken we een alternatief voor morgen. We besluiten om het Fiat-museum in Turijn te bezoeken, dat wel open is op zondag. We lopen de stad weer in en vinden een restaurant met terras. Het heeft opvallend creatieve gerechten op de kaart staan, en het blijkt lekker eten te zijn. Bresaola met gember bijvoorbeeld. Laura heeft hoofdpijn en gaat na het eten direct naar bed. De terugweg door de stad is wel fijn; het is nu veel rustiger. We staan even te genieten op de binnenplaats van de muziekschool met mooi beschilderde plafonds in de galerijen.


ons hotel

Op de binnenplaats van ons hotel.


Siena

Siena.


Siena

Siena.


ganzenvlag

Blijkbaar heeft Siena iets met ganzen.


Siena

Siena.


op onze hotelkamer

Op onze hotelkamer.


uitzicht uit onze hotelkamer

Uitzicht uit onze hotelkamer.


muziekschool bij nacht

Muziekschool bij nacht.


Op zondag ontbijten we op de binnenplaats van het hotel. Zo te horen komt er een groep trommelaars langs. Gisteren zagen we al twee jongetjes met trommels. We hebben wat gedoe met de parkeerautomaat die ons geld inslikt, maar er komt hulp opdagen die ons laat uitrijden terwijl we maar 20 van de 30 euro hebben betaald. Hij verontschuldigt zich namens de machine.
     We brengen de middagpauze door in de Autogrill nabij Parma. Wat een ontzettende drukte. Als iemand hier een hartaanval krijgt, is er niemand die het zal merken. In Turijn parkeren we bij het bordje "hotels" maar het vinden van het hotel valt niet mee (tassen in onze handen en 29 graden). De ene NH is dicht en we dwalen door een winkelcentrum. Uiteindelijk vindt Laura (ik wacht in de schaduw bij de tassen) een andere NH vlakbij, tien minuten lopen van het museum. Het hotel blijkt in de oude Fiat-fabriek te zijn, het Lingotto-gebouw, met de test track op het dak. Wat mooi om daar te slapen.
     Rond vijf uur gaan we het museum in. We moeten beginnen op de bovenste verdieping. Telkens als we de roltrappen af lopen, staat er iemand die ons op de verdieping wegwijs maakt (in het Italiaans). Als het museum om zeven uur sluit, zijn we nèt een verdieping verder. Het is een mooie verzameling, met een Diatto, een heel mooie Delage, enkele Itala's, een mooie, oude Panhard et Levassor, een Cisitalia en een zaal met schuin opgehangen chassis'. Je vindt hier foto's van het museum.
     We zoeken een restaurant en lopen door lange, rechte straten met hoge huizenblokken erlangs. Wel veel bars. Het is een arbeidersstad en we maken arbeidersgrapjes. Heel veel van de stad is na de tweede wereldoorlog opnieuw opgebouwd. In het restaurant drinkt niemand wijn. Ook wij drinken bier. Weinig poeha hier. Het eten is lekker. Als we terugwandelen, is het nog steeds 25 graden. Het hotel is prettig luxe.


Turijn

Turijn.


Op maandag gaan we terug om de rest van het museum te bekijken. Tijdens het ontbijt koopt Laura een half uurtje wifi om de route naar huis te bekijken. Na het ontbijt gaan we eerst het dak op. We checken uit en krijgen de sleutel van de receptie. We lopen door het winkelcentrum naar de lift die ons naar het dak brengt. Er ligt een circuit met schuine (Brooklands) bochten en er is een helikopterplatform. Ik vind het indrukwekkend. We hebben ook een mooi uitzicht over de stad (die opvallend weinig hoogbouw heeft). Je vindt hier foto's van het Lingotto-gebouw.
     Rond kwart over tien zijn we weer terug in het museum, en rond half één zijn we klaar. We eten een broodje in de lunchroom van het museum. Daarna halen we onze bagage op bij het hotel en rijden we rond half drie weg. Eerst rijden we een heel eind de stad door.
     Voor de Gotthardtunnel staat een langzame file. Het is al zes uur. Aan de zuidkant van het meer waar Luzern aan ligt (de Vierwaldstättersee) vinden we een dorpje met een hotel, Emmetten. Hotel Seeblick is mooi gelegen maar duur, druk (vanwege een feest) en het restaurant is gesloten (gereserveerd voor feestgangers). We proberen nog even een klein hotel beneden in het dorp, waar twee konijnen buiten in een veldje lopen, maar de mevrouw heeft alleen een kleine kamer zonder water. Dus het wordt hotel De Engel. Het is prima. We eten in het hotel en gaan naar bed. Er is feest met vuurwerk vanavond want het is de onafhankelijkheidsdag van Zwitserland, dat 720 jaar bestaat. In totaal hebben we deze vakantie 4682 kilometer gereden.


Vierwaldstättersee

Vierwaldstättersee.


Je vindt hier nog meer foto's van deze vakantie.


naar het begin van de bladzijde