home
Home

 

persoonlijk
Persoonlijk

 

muziek
Muziek

 

geofictie
Geofictie

 

Muka
Muka

 

verhalen
Verhalen

 

foto's
Foto's

 

colofon
Colofon

English (Engels)De dood van Plnosimdr

In Ivodi bracht in die tijd de laviog Anv Fungu een bezoek aan de eenzame iuniln Plnosimdr. Plnosimdr was iuniln, ooit een van de scheppers der aarde, maar had de strijd met de andere goden verloren. Hij was schepper en god geweest van alle hoop en alle verwachting, maar die waren bij hemzelf nu verdwenen.
     Nadat hij had verloren had hij een lichaam gekregen, en was man noch vrouw. Nu leefde hij teruggetrokken en was in zichzelf gekeerd. En hij bewonderde zijn schepping op een sentimentele manier. De inwoners van Ivodi zagen in hem een wijs iemand; men zei dat hij veel kennis had van de goden, en dat hij wetenschap had over de kennis der goden, als een van de weinige iunilniz.
     Hij woonde in een klein huisje aan de rand van de stad, dicht omgeven door bossen, en hij wilde nooit meer iets met de wereld te maken hebben. Sommigen zeiden dat ze hem regelmatig zagen bidden tot de goden, die eens zijn vrienden waren geweest. Nu verliep de enige communicatie door middel van gebed. Maar Plnosimdr werd langzaam oud, en zou waarschijnlijk binnenkort sterven.
     Anv Fungu klopte aan en werd door Egruo opengedaan. Deze was de laatste jaren altijd bij de oude man geweest, en had hem verzorgd. Hij leidde hem naar de woonkamer en bood hem melk aan. Anv Fungu ging op de grond zitten, en zei lange tijd niets. Plnosimdr zat in zijn stoel en keek uit het raam.
     Pas na drie bekers melk vroeg de laviog: "Ben je bang, Plnosimdr?", maar de iuniln zei niets.
     Toen draaide hij zich om naar de laviog en zei: "Ik weet niet hoeveel werkelijk contact jullie met Iulgia hebben, maar het mijne is teleurstellend weinig." "Contact met de goden heeft eenieder zoveel als hij zelf zoekt," antwoordde Anv Fungu. "Maar voor jou, Plnosimdr, ligt dat anders omdat je ooit één van hen was. Treur niet om het contact dat je verloren bent, wees blij om het contact dat je ooit had."
     "Nee," zei de iuniln nu, "niet iedereen heeft zoveel contact als hij zelf wenst. Iedereen, mensen, laviomin en iunilniz, wordt aan het lijntje gehouden. De goden accepteren hun gebedsdiensten, nemen hun offerandes in dankbaarheid aan, maar nooit, nooit krijgt iemand er iets voor terug. Nooit tonen de goden hun werkelijke aard."
     "Maar, Plnosimdr," zei nu Anv Fungu, "hoe kun je nu de goden met de mensen vergelijken? Jij zou dat moeten weten. Je zult moeten accepteren dat de goden oppermacht hebben, doordat zij degenen zijn die de schepping hebben gemaakt. En wat je terugkrijgt is liefde, is zekerheid." Bijna had hij er vertrouwen en hoop aan toegevoegd, maar hij bedacht zich net op tijd dat de iuniln nog alleen vertrouwen kon op de dood. Het was zinloos om in deze kamer leven ter sprake te brengen.
     De iuniln verzonk in diep gepeins. Even was het niet duidelijk of hij nog wel leefde. De gedachten die in zijn hoofd bovenkwamen gingen waarschijnlijk enorm ver terug, verder dan de gedachten van ieder ander kunnen gaan. Hij staarde uit het raam, en uiteindelijk schudde hij zijn hoofd.
     "Ik weet wat je denkt," zei de laviog tot verbazing van Plnosimdr. "Natuurlijk heb ook jij een gedeelte van de schepping gemaakt. Maar je hebt je niet aan de regels gehouden. Je wist dat de goden geweld niet zouden accepteren."
     "Maar het had toch ook anders kunnen aflopen?" vroeg Plnosimdr. "Nee," antwoordde de laviog hem. "Dat had het niet. Jullie waren degenen die geweld gebruikten, en dus moesten de anderen wel winnen. De wereld van de goden zit anders in elkaar dan die van de mensen, Plnosimdr. Ook iets dat juist jij zou moeten weten."
     "Wil jij geen god zijn?" vroeg de iuniln aan de laviog. "Nee," antwoordde deze. "Ik wil buiten zijn, de bossen zien, de zee, de bergen. Waarom zou je zo'n zware taak op je willen nemen? Je zou blij moeten zijn met wat je hebt."
     "Ik kan het mezelf niet vergeven," bracht de iuniln stilletjes uit.
     En weer was het lange tijd stil. Anv Fungu dronk zijn melk op. "Toch zul je dat moeten doen, mijn vriend," zei hij. "Het heeft geen zin jezelf te beklagen in de stille hoop dat Iulgia het merkt, medelijden krijgt, en je weer opneemt onder de goden. Je kunt niet meer terug."
     Plnosimdr zweeg weer. Dit keer nog langer dan anders. Urenlang staarde hij uit het raam, en Anv Fungu bleef naar hem kijken. De zon ging onder, en de nacht hulde de wereld in duisternis.
     Na lange tijd draaide Plnosimdr zich om naar de laviog, en keek hem in de ogen. Hij huilde, en tussen zijn tranen door zei hij: "Zeg Iulgia dat ik van hem hou."
     Anv Fungu stond op en omhelsde de oude man. "Hij heeft het al gehoord," zei hij. "Rust maar." En toen de laviog de deur achter zich dichttrok, werd Plnosimdr onthaald door Iulgia.


naar het begin van de bladzijde