home
Home

 

persoonlijk
Persoonlijk

 

muziek
Muziek

 

geofictie
Geofictie

 

Muka
Muka

 

verhalen
Verhalen

 

foto's
Foto's

 

colofon
Colofon

Geschiedenis in vogelvlucht

Van het ontstaan van de aarde tot het ijzeren tijdperk


Tenzij anders vermeld, is de informatie in deze tekst afkomstig uit Geschiedenis voor de jeugd, door Anne McCord (oorspronkelijke titel: Children's Encyclopedia of Prehistoric Life, vertaald door H.G.M. Schipper-Bos, met illustraties van Bob Hersey, ISBN 90 6104 098 1 en copyright 1977). De weergave is verkort en zo her en der aangepast met nieuwere inzichten. Opmerkingen tussen haakjes zijn mijn eigen woorden, bijvoorbeeld aan de hand van afbeeldingen. Soms maak ik een inhoudelijke opmerking. Dat betekent niet, dat ik verder geen aanmerkingen op de tekst heb.
     Een vergelijkbaar verhaal vind je hier in Wikipedia.
     Tenzij anders vermeld komen de foto's van Wikimedia Commons.

13.700 miljoen jaar geleden

Tegenwoordig denkt men dat dit de leeftijd van het universum is. Vergelijk deze pagina in wikipedia. Volgens Modern Physical Geography (door Strahler en Strahler, vierde editie, copyright 1978, herzien 1992) was de leeftijd van het universum nog 17.000 of 18.000 miljoen jaar.

10.000 miljoen jaar geleden

Ontstaan van de heden oudst bekende sterren in het heelal. De jongste sterren zijn slechts een paar miljoen jaar oud, of minder. De leeftijd van de zon wordt geschat op 4000 miljoen of 5000 miljoen jaar (uit het voorwoord van de Times Atlas, copyright 1967, herzien 1973). De Winkler Prins Encarta-encyclopedie (op cd-rom, editie 1999) zegt dat de oudste bolvormige sterrenhoop 14.000 miljoen jaar oud is, en de zon zo'n 4500 miljoen jaar. Maar diezelfde encyclopedie meldt ergens anders dat de aarde 4540 miljoen jaar oud is en nog ergens anders dat het melkwegstelsel 15.000 miljoen jaar oud is.

Bolvormige sterrenhoop M13

Bolvormige sterrenhoop M13.

4700 miljoen jaar geleden

De aarde bestond nog niet. Om de zon kolkte een enorme wolk van stof en gassen. Later splitste de grote wolk zich in een aantal kleinere. Dit werden waarschijnlijk de planeten die om de zon draaiden.

De zon

De zon.

4600 miljoen jaar geleden

De wolk die de aarde zou worden begon in te krimpen en werd zeer heet. Door deze hitte veranderde de wolk in een bal gloeiend gesteente die snel door de ruimte tolde. Volgens het voorwoord van de Times Atlas is de maan ongeveer even oud als de aarde.

4540 miljoen jaar geleden

Volgens de Encarta-encyclopedie is dit de leeftijd van de aarde en de maan.
     De Encarta-encyclopedie meldt verder dat de asrotatie van de maan, ontstaan kort na de aarde, vroeger korter was dan de omlooptijd (de siderische maand), en dat de maan toen nog vloeibaar was. Door getijdewerking zou dit een vaste positie ten opzichte van de aarde hebben aangenomen en door wrijving de maan hebben afgeremd, totdat rotatietijd en omlooptijd aan elkaar gelijk waren. Uit dezelfde onderzoekingen, van G.H. Darwin, volgde dat de maan in het verleden waarschijnlijk zeer dicht bij de aarde gestaan heeft (19.100 kilometer tegen 380.000 nu), wat door waarnemingen aan fossiele koralen wordt bevestigd. De asrotatie van de aarde was sneller dan nu en werd door de nabijheid van de maan afgeremd, het aantal dagen per jaar was groter, de dag (rotatie van de aarde) duurde nog geen vijf uur en de maand slechts weinig langer. Per eeuw neemt de dag met 0,0015 s toe (4500 miljoen jaar geleden dus 18,75 uur minder; een etmaal van vijf en een kwart uur).

De aarde

De aarde (gefotografeerd in 1972).


De maan

De maan.


De aarde en de maan op schaal

De aarde en de maan op schaal.

4000 miljoen jaar geleden

In een tijdsverloop van miljoenen jaren koelde de gloeiende bal langzaam af. Aan de buitenkant ontstond een harde steenkorst, maar hieronder was het gesteente nog steeds vloeibaar van de hitte.

3700 miljoen jaar geleden

Volgens Modern Physical Geography is de leeftijd van de oudst bekende rotsen op aarde 3600 tot 3800 miljoen jaar, volgens het voorwoord van de Times Atlas 3900 miljoen jaar, en volgens de Encarta-encyclopedie 3960 miljoen jaar.

3500 miljoen jaar geleden

Rondom de aarde hingen dikke wolken. Toen deze afkoelden ging het regenen. De regen viel duizenden jaren lang en vormde rivieren en oceanen.

Regen

Regen.

3000 miljoen jaar geleden

De eerste levende wezens ontstonden in de oceanen. Het waren geen dieren of planten. Ze waren zo klein, dat de geleerden er nog steeds weinig over weten. Volgens het voorwoord van de Times Atlas was er omstreeks 3300 miljoen jaar geleden voor het eerst leven, en begonnen continenten ongeveer 2500 tot 3500 miljoen jaar geleden over het aardoppervlak te bewegen. Aanvankelijk waren er verschillende continenten, die later samen het ene continent Pangaea zouden vormen. Volgens de Encarta-encyclopedie hebben de oudste fossielen een ouderdom van circa 3800 miljoen jaar.
     Een studie door Kent Condie (New Mexico Tech) toonde volgens de NRC in mei 2009 aan dat er tussen 2450 en 2200 miljoen jaar geleden een 200 miljoen jaar durende pauze in het vulkanisme op aarde was. De vulkaanpauze viel samen met het ontstaan van een zuurstofrijke atmosfeer. De aarde koelde in deze periode sterk af en raakte met sneeuw en ijs bedekt.

2000 miljoen jaar geleden

Heel langzaam ontwikkelde het eerste leven zich tot planten die in de zee groeiden (wier). Er waren nog geen dieren, want er was nog geen zuurstof, die nodig is voor hun ademhaling.
     De Encarta-encyclopedie zegt dat rond deze tijd vrije zuurstof beschikbaar kwam, waarna 1500 miljoen jaar geleden de eerste eukaryotische organismen konden ontstaan. Encarta zegt ook dat tussen 1000 miljoen en 700 of 600 miljoen jaar geleden het continent Gondwana (min of meer polaire positie op het zuidelijk halfrond) een lange periode van vergletsjering kende.

Wier

Wier.

600 miljoen jaar geleden

Als planten groeien, vormen zij zuurstof. Op de lange duur was er genoeg zuurstof zodat er dieren in zee konden leven. Tot de allereerste behoorden kwallen en sponzen.

Kwal

Kwal.


Spons-fossiel

Fossiele spons.

570 miljoen jaar geleden

Het begin van het Cambrium.
     De ozonlaag, op circa 25 kilometer hoogte, moet zijn gevormd na de vorming van zuurstof en voordat er dierlijk leven op het land was.

550 miljoen jaar geleden

Op het kale, rotsachtige land was geen plantaardig of dierlijk leven. Het land was dor en levenloos, maar de zeeën en meren waren vol planten en dieren. Ringwormen, trilobieten die over het zand kropen, op zoek naar voedsel, lampschelpen, zeelelies (geen planten maar dieren, die voedsel vangen met hun golvende armen), en kwallen, die voedsel vangen met hun tentakels.
     Miljoenen jaren bleef het warm en rustig in de zeeën (mooi citaat). Nog steeds kropen trilobieten over de bodem, maar er kwamen nieuwe dieren bij, ongewervelden zoals sponzen, koralen, slakken. In de loop der tijden ontwikkelden sommige dieren wervels en werden vissen, gewervelden.

Rotsgrond

Rotsgrond.


Trilobiet

Fossiele trilobiet.

500 miljoen jaar geleden

Het begin van het Ordovicium.
     Volgens het voorwoord van de Times Atlas botsten Noord-Amerika en Europa 480 miljoen jaar geleden op elkaar, als eerste stadium in de vorming van Pangaea.

440 miljoen jaar geleden

Het begin van het Siluur.
     De ostracodermen, ook wel pantservissen genoemd, waren de eerste dieren met wervels, een soort rog van ongeveer een meter lengte, met een dik gepantserd schild. De eerste vissen hadden geen kaken, maar later ontwikkelden zij kaken met scherpe tanden. De (ongewervelde) eurypteride of zeeschorpioen leefde 400 miljoen jaar geleden, was ongeveer drie meter lang en ving kleine dieren met zijn lange scharen.

400 miljoen jaar geleden

Het begin van het Devoon.
     Plantengroei te land ontstond op vochtige moerassige grond dichtbij water. De sterkste planten verspreidden zich landinwaarts.
     De Encarta-encyclopedie meldt dat een jaar in het Devoon meer dan 400 dagen telde.
     Wikipedia meldt dat de eerste planten op het land 475 miljoen jaar geleden leefden, en de eerste dieren op het land 450 miljoen jaar geleden.

Moeras

Moeras.


Paardestaart

Paardestaart.

375 miljoen jaar geleden

'De grote droogte': het werd zeer warm. In lange droogteperioden deed de hitte van de zon de meren en rivieren uitdrogen. Veel vissen kwamen om. Ze bleven liggen op de kurkdroge modder en raakten bedekt met stuifzand. Het was zo droog, dat ze niet wegrotten.
     De vis eusthenopteron overleefde de grote droogte doordat hij zich over land kon bewegen op zoek naar plaatsen waar water was. Hij had zowel een long als kieuwen en kon daardoor ook buiten water ademen. Hij bewoog zich voort over de grond dankzij de sterke beenderen in zijn vinnen.
     Volgens het voorwoord van de Times Atlas waren in het Devoon de eerste bomen.

345 miljoen jaar geleden

Het begin van het Carboon.
     De eerste dieren op het vasteland zijn amfibieën, dieren die op het land leven maar terug moeten naar het water om hun eieren te leggen. Het klimaat was heet en regenachtig, en er waren veel poelen waarin ze hun eieren konden leggen. In deze tijd leefden ook de eerste insecten, waaronder kakkerlakken en reuzenlibelles.
     Evolutie-bioloog Hans Roskam van de Leidse universiteit zei in een interview op de radio naar aanleiding van het uitsterven van diersoorten dat de gemiddelde levensduur van een levenssoort op het land ongeveer een miljoen jaar is, in zee ongeveer vier miljoen jaar.
     Wikipedia meldt dat de eerste insecten 400 miljoen jaar geleden leefden.

Libelle

Libelle.

300 miljoen jaar geleden

Dichte wouden bedekten het land. In de wouden lagen meren en moerassen vol rottende bladeren en planten. Enorme wolfsklauwen, palmachtige bomen, werden dertig meter hoog en hadden stammen van bijna een meter doorsnee. De stammen vertoonden littekens van afgevallen bladeren, die alleen in de top van de boom groeiden. De calamites waren paardestaarten die achttien meter hoog werden. Op de vochtige grond groeiden mossen en varens, kakkerlakken aten bladeren en rottende planten, en amfibieën leefden dichtbij meren en moerassen in de bossen en aten vissen en insecten. Encarta noemt het Carboon tevens als bloeitijd van zeelelies, brachiopoda, schelpetende haaien en reuzeninsecten (spanwijdte tot 70 centimeter).
     Steenkool is ontstaan uit planten die 300 miljoen jaar geleden leefden.

Bos

Bos.


Boreaal bos

Boreaal bos (taiga).

280 miljoen jaar geleden

Het begin van het Perm.
     Als tweede stadium in de vorming van Pangaea botste Afrika tegen het Noord-Amerikaanse-Europese kontinent, volgens het voorwoord van de Times Atlas ongeveer 280 miljoen jaar geleden; "the great mountain-building period."
     Het klimaat veranderde opnieuw; het werd zeer heet en droog. De moerassen droogden geleidelijk uit en de meeste amfibieën kwamen om. Een nieuwe diersoort ontwikkelde zich: de reptielen. Zij hadden een dikke geschubde huid en legden eieren die door een leerachtige schaal beschermd werden tegen uitdrogen in de hete zon. De reptielen legden hun eieren in warm zand of in nesten van rottende planten. Reptielen zijn koudbloedig, wat wil zeggen dat ze de temperatuur van hun omgeving aannemen.

Woestijn

Woestijn (Namibië).

Encarta vermeldt dat het Perm werd gekenmerkt door een lage zeespiegel, en dat er een grote uitbreiding was van ijskappen in het toen bij de zuidpool gelegen gebied.

Poolgebied

Poolgebied (Antarctica).

225 miljoen jaar geleden

Het begin van het Trias.
     De omlooptijd van het zonnestelsel rond het centrum van het heelal is 225 miljoen jaar, een snelheid van 250 kilometer per seconde (volgens het voorwoord van de Times Atlas). De Encarta-encyclopedie zegt dat die omlooptijd 240 miljoen jaar is.
     Omstreeks 225 miljoen jaar geleden was er volgens het voorwoord van de Times Atlas op aarde één continent, Pangaea, en één oceaan, Panthalassa. Ongeveer 200 miljoen jaar geleden scheurde Pangaea ongeveer ter hoogte van de evenaar in twee delen, erboven Laurasia en op het zuidelijk halfrond Gondwana. De Encarta-encyclopedie meldt dat Pangaea 245 miljoen jaar geleden bestond, aan het einde van het Perm.
     Volgens Encarta waren ijstijden een normaal verschijnsel gedurende een groot deel van de ontstaansgeschiedenis van de aarde, zij het in sterk wisselende omvang. Zo was de aarde in het Mesozoïcum en het daaropvolgende Paleoceen geheel of nagenoeg geheel ijsvrij, dus van 225 miljoen tot 55 miljoen jaar geleden.
     In een periode van miljoenen jaren veranderden sommige reptielen langzamerhand. Ze kregen andere tanden, hun poten werden sterker en sommige van hen hadden haren in plaats van schubben. Omdat sommige reptielen zoogdierachtige trekken vertoonden noemt men hen zoogdierachtige reptielen. De lystrosaurus leefde in moerassen en at planten, maar de sauroctonus had angstaanjagend lange, scherpe tanden en at dieren. Van de euparkeria stammen sommige dinosauriërs af. Er zijn eieren gevonden van 225 miljoen jaar oud. De eerste dinosauriërs leefden 200 miljoen jaar geleden.
     De eerste zoogdieren leefden eveneens ongeveer 200 miljoen jaar geleden. Zij waren vermoedelijk nachtdieren, en sliepen overdag. De koudbloedige dinosauriërs werden in de koele nacht traag en dus ongevaarlijk. Terwijl de dinosauriërs sliepen konden de kleine zoogdieren veilig op zoek gaan naar insecten en wormen.
     Volgens het voorwoord van de Times Atlas was het klimaat van de Britse eilanden en noordwest-Europa 200 miljoen jaar geleden subtropisch.

Bronzen Megazostrodon

Bronzen Megazostrodon (één van de eerste zoogdieren).

190 miljoen jaar geleden

Het begin van het Jura.
     Volgens het voorwoord van de Times Atlas splitste het zuidelijk continent Gondwana ongeveer 180 miljoen jaar geleden in Zuid-Amerika, Afrika, Australië, Antarctica en India, dat snel noordwaarts beweegt. Australië splitste zich af van Antarctica (volgens de Encarta-encyclopedie gebeurde dat pas 55 miljoen jaar geleden). Het noordelijk continent Laurasia splitste in Noord-Amerika en Eurazië. De Atlantische Oceaan ontstond.
     In de tijd van de dinosauriërs (Trias, Jura en Krijt) leefden er ook enorme dieren in zee. Zij ontwikkelden zich uit reptielen die in het Perm op het land leefden. In de loop van miljoenen jaren werd hun lichaam glad en gestroomlijnd en hun poten ontwikkelden zich tot vinnen. Het waren reptielen, maar ze legden geen eieren. Er zijn fossielen van zeereptielen gevonden met jongen erin. Ze brachten dus levende jongen ter wereld. De ichthyosauriërs (een soort kruising tussen een zwaardvis en een dolfijn) waren snelle zwemmers met een sterke staartvin die waarschijnlijk uit het water konden opspringen. Ze stuurden met de zijvinnen en de rugvin hield het lichaam tijdens het zwemmen in evenwicht. Hun lange kaken waren bezet met scherpe tanden waarmee ze vissen en schelpdieren aten. Er waren veel verschillende soorten ichthyosauriërs, sommige waren ongeveer twaalf meter lang. De pliosauriërs hadden een korte nek, sterke vinnen en een grote kop met een groot aantal scherpe tanden, en konden diep het water induiken op zoek naar vis en schelpdieren. De plesiosauriërs hadden een kleine kop en een zeer lange nek, sommigen telden in hun nek wel 76 botten. Ze peddelden door het water met grote platte roeipoten en konden hun kop naar alle kanten buigen op zoek naar vis. Ze konden ongeveer twaalf meter lang worden.

Pliosaurus vangt plesiosaurus

Een pliosaurus vangt een plesiosaurus.

Een studie door Jun-Jie Gu et al. in januari 2012 reconstrueerde op basis van de vorm van de vleugels het geluid van een krekel 165 miljoen jaar geleden. Dat geluid is hier op YouTube te horen.
     De vliegende reptielen, pterosauriërs, leefden in dezelfde tijd als de dinosauriërs. Volgens sommige geleerden waren het geen reptielen, maar waren ze warmbloedig en behaard. Hun botten waren hol en hun vleugels waren leerachtig en werden gesteund door de zeer lang uitgegroeide vierde vinger. Ze hadden klauwen aan hun vleugels en aan hun achterlijf.
     Alle thans levende vogels stammen af van de dinosauriërs. De eerste vogel, archaeopteryx, leefde 150 miljoen jaar geleden en was ongeveer zo groot als een kraai. Wel had hij een reptielskelet, met holle botten, maar fossielen tonen aan dat hij veren had en dus een echte vogel was. Hij leefde in bosachtige streken en at bessen en insecten. Waarschijnlijk kon hij vanwege zijn gewicht niet opvliegen vanaf de grond, maar maakte hij glijvluchten vanuit bomen. De kop van de archaeopteryx was net zo geschubd als de huid van de dinosauriërs. Op de rest van zijn lijf hadden de schubben zich ontwikkeld tot veren.

Archaeopteryx

Archaeopteryx.

De eerste zoogdieren legden waarschijnlijk eieren, net als hun voorouders, de reptielen. Later brachten sommige zoogdieren heel kleine jongen ter wereld. Deze kropen rond in een buidel aan de buik van de moeder en bleven daar tot ze wat groter waren. Deze zoogdieren worden buidelzoogdieren of marsupialia genoemd.

150 miljoen jaar geleden

In de tijd van de dinosauriërs en de eerste zoogdieren waren alle kontinenten nog met elkaar verbonden. Ongeveer rond deze tijd begonnen ze langzaam uit elkaar te drijven. Toen Australië en Amerika van de rest van het vasteland losraakten, leefden op alle kontinenten uitsluitend buidelzoogdieren. Later ontwikkelden zich in Europa en Noord-Amerika placentale zoogdieren. Zij wisten zich beter te handhaven dan de buideldieren, die alle uitstierven. In Australië bleven buideldieren doordat zich daar geen placentale zoogdieren ontwikkelden.

136 miljoen jaar geleden

Het begin van het Krijt.

Regenwoud

Regenwoud (Madagascar).

65 miljoen jaar geleden

Het begin van het Paleoceen. Het Tertiair duurde van 65 miljoen jaar tot 1,8 miljoen jaar geleden.
     Ongeveer 65 miljoen jaar geleden stierven de dinosauriërs uit, evenals alle pterosauriërs en zeereptielen. In de tijd van de dinosauriërs was het klimaat het hele jaar door warm. Ongeveer 65 miljoen jaar geleden werd het koeler met koude winters. De dinosauriërs waren koudbloedig en hadden zonnewarmte nodig. Als hun enorme lichamen erg koud werden, duurde het te lang voor ze weer op temperatuur kwamen en gingen ze dood. De tuatara's (brughagedissen) leefden in de tijd van de dinosauriërs, maar zij bleven in leven. In dezelfde tijd verbrokkelden grote aardbevingen de gesteenten en er ontstonden hoge bergen. Pas rond de jaren negentig van de twintigste eeuw werd waarschijnlijk dat de dinosauriërs inderdaad uitstierven als gevolg van een meteorietinslag.
     In de tijd van de grote geschubde dinosauriërs leefden al miljoenen jaren lang kleine behaarde dieren in bossen en struikgewas. Waarschijnlijk kwamen ze alleen 's nachts te voorschijn en aten insecten, hagedissen en planten. Het waren de eerste zoogdieren. Zoogdieren hebben een behaarde huid en voeden hun jongen met moedermelk. Ook zijn ze warmbloedig. Vanaf het verdwijnen van de dinosauriërs konden de kleine zoogdieren onbedreigd uit hun schuilplaatsen te voorschijn komen.
     Van de eerste zoogdieren leefden sommige in bomen, andere waren ratachtige dieren die over de grond renden. Ook waren er merkwaardige vliegende eekhoorns en primitieve konijnesoorten. Niet alle dieren uit dit tijdperk echter waren zoogdieren. Sommige reptielen, zoals de slangen en hagedissen, overleefden de dinosauriërs en zijn de voorouders van de reptielen uit onze tijd.
     In de loop van miljoenen jaren ontwikkelden zich geleidelijk nieuwe soorten zoogdieren. Er waren enorm grote planteneters, zoals de reusachtige brontotherium, het 'donderbeest', en neushoorns, tweemaal zo groot als de huidige. Er waren grijze holeberen, wolharige mammoeten met dikke ruige vachten en bloeddorstige sabeltandkatten. De protictis (een soort wolf) was een zoogdier dat ongeveer 60 miljoen jaar geleden leefde.
     De meeste vroege zoogdieren aten insecten en wormen. In de loop der tijden werden sommige van hen carnivoren. Een van de eerste vleesetende zoogdieren was de oxyaena (een soort tijger), die jaagde op langzame plantenetende dieren.

Inslag van een asteroïde op aarde

Weergave, gemaakt in opdracht van NASA, van een mogelijke inslag van een asteroïde op aarde. Deze asteroïde is opvallend groot (afbeelding afkomstig van wikipedia).

55 miljoen jaar geleden

Volgens de Encarta-encyclopedie raakte Australië in deze tijd los van Antarctica en begon weg te drijven.
     Volgens Encarta was de aarde in de afgelopen periode van 170 miljoen jaar (225 miljoen tot 55 miljoen jaar geleden) geheel of nagenoeg geheel ijsvrij.

54 miljoen jaar geleden

Het begin van het Eoceen.
     De herbivoren ontwikkelden zich later dan de carnivoren doordat planten moeilijker te verwerken zijn dan vlees. De dieren moesten sterke tanden met platte kauwvlakken ontwikkelen om plantaardig voedsel goed te kunnen kauwen. De carnivoren jaagden op hen en dus moesten ze zich kunnen verdedigen. Bij sommige herbivoren ontwikkelden zich horens of slagtanden, andere konden snel lopen of leefden in veilige kudden.
     Toen de eerste paarden leefden, ongeveer 50 miljoen jaar geleden, was het land bedekt met dichte bossen. Heel langzaam echter werd het klimaat koeler en nam gras de plaats in van de bomen. De paarden moesten zich hierbij aanpassen. Ze werden groter en konden harder lopen om op het onbeschutte grasland te kunnen vluchten voor carnivoren. Ook hun tanden veranderden, zodat ze taai gras konden eten in plaats van zachte bladeren. De eerste paarden waren zo groot als een vos en hadden lange nagels in plaats van hoeven. De tenen stonden gespreid zodat ze in zachte grond niet wegzakten. De hyracotherium leefde in de bossen.
     Ongeveer 50 miljoen jaar geleden leefde er een enorme vogel, de diatryma (soort grote arend), bijna even groot als een Afrikaanse olifant, ongeveer drie meter. Hij at het vlees van kleine zoogdieren. Hij kon niet vliegen en is 45 miljoen jaar geleden uitgestorven.
     In de tijd van de eerste zoogdieren was het op aarde warmer dan nu. Ongeveer 45 miljoen jaar geleden kwamen in Europa palmen en krokodillen voor.
     De eerste olifanten leefden 40 miljoen jaar geleden. Ze zagen er niet bepaald uit als olifanten; ze hadden geen slurf en slagtanden en waren niet groter dan een varken. De moeritherium, de oudst bekende olifant, leefde in moerassen en at sappige zachte planten. Bij gevaar verborg hij zich in het water. Doordat zijn ogen en oren hoog in zijn kop zaten kon hij horen en zien terwijl de rest van zijn lichaam onder water was. In de loop van miljoenen jaren werden olifanten groter en zwaarder, wat bescherming bood tegen kleine carnivoren. Ook kregen ze een lange slurf. Toen de olifanten groter werden kregen ze niet, zoals andere dieren, een lange nek om naar voedsel te reiken, omdat hun kop daarvoor te zwaar was. In plaats daarvan werden de bovenlip en neus van de olifant heel lang en samen vormden ze de slurf die olifanten gebruiken bij het eten en drinken (is dat niet Lamarckiaans?).
     De hyrarchus, een voorvader van de neushoorn, was zo groot als een varken, 75 centimeter hoog, kon hard lopen en had geen horens. Hij leefde ongeveer 40 miljoen jaar geleden.

Grasland

Grasland.

38 miljoen jaar geleden

Het begin van het Oligoceen.
     India, dat voorheen onderdeel was van Gondwana, botste tegen Eurazië en vormde zo de Himalaya.
     Prehistorische honden, 30 miljoen jaar geleden, cynodictis, waren nog geen dertig centimeter lang, ongeveer zo groot als een wezel. Ze liepen niet erg hard, en leefden in troepen. De leden van een troep jaagden samen en deelden hun buit. Samen konden ze meer vangen dan alleen.
     Ongeveer 30 miljoen jaar geleden waren de voorouders van de mens aapachtigen, die in de bossen leefden en zich voedden met vruchten.

26 miljoen jaar geleden

Het begin van het Mioceen.
     De eerste hyena's. De sabeltandkatten verschenen ongeveer 26 miljoen jaar geleden op het toneel. Ze hadden lange puntige tanden waarmee ze waarschijnlijk de dikke huid van olifanten openscheurden. Er waren veel verschillende soorten sabeltandkatten.
     De stenomylus was een kleine prehistorische kameel. Hij leefde ongeveer 20 miljoen jaar geleden en had de afmetingen van een geit, 75 centimeter groot. We weten niet of hij een bult had.
     Ongeveer 15 miljoen jaar geleden wisselden de magnetische polen van de aarde herhaaldelijk van plaats, in periodes van ongeveer duizend jaar, volgens het voorwoord van de Times Atlas. De laatste wisseling was ongeveer 30.000 jaar geleden.
     Ongeveer 12 miljoen jaar geleden was de temperatuur op aarde aan het dalen. Het bosgebied werd kleiner en er kwam gras voor in de plaats. Waarschijnlijk in deze tijd gingen onze voorouders uit de bomen naar de grond. De Encarta-encyclopedie meldt dat onderzoek naar de verschillen in eiwitten doet vermoeden dat de splitsing tussen de mensapen, in casu de voorouder van de chimpansee, en de mensen pas 5 miljoen jaar geleden plaatsvond.

7 miljoen jaar geleden

Het begin van het Plioceen.
     Ongeveer 5 miljoen jaar geleden zorgden vulkaanuitbarstingen voor een strook land die Noord en Zuid-Amerika verbond (volgens het voorwoord van de Times Atlas was het de botsing van de continenten die de verbinding veroorzaakte). In het tijdperk van de zoogdieren waren Noord- en Zuid-Amerika niet met elkaar verbonden. In Zuid-Amerika ontwikkelden zich soorten zoogdieren die in Noord-Amerika niet voorkwamen. Toen Noord- en Zuid-Amerika een verbinding kregen, trokken zoogdieren uit Noord-Amerika zuidwaarts. Ze waren beter in staat om zich te handhaven dan de Zuidamerikaanse, die geleidelijk uitstierven. Tot 20.000 jaar geleden kwamen in Zuid-Amerika merkwaardige zoogdieren voor. De thylacosmilus was een buidelzoogdier en leek op de sabeltandkat, hoewel ze geen familie van elkaar zijn. De phororhacos was een meer dan twee meter grote vleesetende vogel, die niet kon vliegen omdat zijn vleugels te klein waren, maar wel heel hard kon lopen. De daedicurus had dikke benige schilden en op zijn staart (een knots van) stekels om zich tegen carnivoren te beschermen, bewoog zich langzaam voort en at insecten, wormen en bessen. En de macrauchenia was zo groot als een kameel, maar had een korte slurf die hij misschien gebruikte om te eten of te ruiken, had aan iedere teen een kleine hoef en was een snelle loper.

Vulkaan

Vulkaan.

De eerste mensen leefden ongeveer 3 miljoen jaar geleden. Ze leerden ruwe werktuigen maken van steen door er net zo lang stukken af te hakken tot ze scherp waren. Er waren in die tijd twee soorten mensachtigen, hominiden, die leefden in de Afrikaanse grasvlakten. De hominiden konden vermoedelijk nog niet spreken. Eén daarvan was een rechtstreekse voorvader van de mens; hij wordt Homo genoemd. Het andere geslacht heeft de naam Australopithecus gekregen. Dit geslacht was weer onderverdeeld in verschillende soorten. De Australopithecus robustus leefde in kleine groepjes, van 3½ miljoen tot 1½ miljoen jaar geleden. Ze waren ongeveer 150 centimeter groot en zeer gespierd, en hadden lange aapachtige armen. Ze hadden grote tanden en sterke kaken voor het fijnkauwen van taaie planten. De Australopithecus robustus at bessen, bladeren en vruchten. Ze konden geen voedsel bewaren, en moesten dus iedere dag op pad om eten te zoeken. Misschien roerden ze met stokjes in termietennesten om de kleine witte larven te pakken te krijgen en op te eten. Op deze manier eten ook chimpansees termieten. De Australopithecus robustus groeven vermoedelijk wortels op met behulp van stokken en zochten vogeleieren, die ze rauw opaten. We weten niet of ze werktuigen maakten. De hersenmassa van de Australopithecus was ongeveer de helft van die van de hedendaagse mens. De Australopithecus africanus was ongeveer 120 centimeter groot en leefde van 5½ miljoen tot 1½ miljoen jaar geleden. Ze hadden kleinere tanden dan de robustus en aten vlees, dat gemakkelijker te kauwen en te verteren is dan planten. Als voedsel dienden kleine dieren. Waarschijnlijk gebruikten ze takken of stenen om hun prooi te doden en om zich te verdedigen tegen andere dieren op de vlakte. De Australopithecus en de Homo leefden waarschijnlijk in elkaars nabijheid. Dat kon zonder bezwaar omdat ze verschillende soorten voedsel aten.
     De paarden zoals wij die nu kennen, equus, stammen van 3 miljoen jaar geleden. Elke voet heeft slechts één teen, die eindigt in een harde hoef.

2,5 miljoen jaar geleden

Het begin van het Jong-Paleolithicum, en dus begin van het Paleolithicum, ofwel de oude steentijd. Deze duurde tot 10.000 jaar geleden.
     In de laatste miljoenen jaren (Modern Physical Geography zegt sinds ± 2½ of 3 miljoen jaar) is het noordelijke deel van de wereld verscheidene malen met een dikke laag ijs bedekt geweest. Duizenden jaren lang waren de winters lang en koud en de sneeuw en het ijs smolten nooit. Gedurende de ijstijden trokken de dieren die niet tegen de kou konden zuidwaarts naar warmere plaatsen. Andere dieren zoals de mammoet veranderden langzamerhand zo, dat ze bestand waren tegen de kou. Op de toendra's groeiden alleen kleine struikjes korstmos en andere mossen, en er leefden poolhazen, wolven, en kudden rendieren en bizons.

Toendra

Toendra (op het eiland Wrangel).

Tussen de ijstijden in was het warmer en leefden in Noord-Europa neushoorns en nijlpaarden. De dieren die van de kou hielden trokken verder noordwaarts. Eikenbossen ontstonden en er kwamen olifanten met rechte slagtanden. Gedurende deze interglacialen was het klimaat in Europa warmer dan nu.
     Ongeveer 2½ miljoen jaar geleden ontdekten de mensen dat ze schilfers konden afslaan van stenen zodat deze scherpe snijkanten kregen. Dit werden de eerste werktuigen die de mens ging gebruiken. De tijd waarin de eerste mensen leefden noemt men het Paleolithicum (de oude steentijd). In deze tijd maakten de mensen al hun gereedschappen van stenen, botten, hout of geweien. De oudste werktuigen die we kennen worden kiezelgereedschappen genoemd. Ze waren nog erg grof, maar werden geleidelijk verfijnder.
     Volgens de Atlas van de wereldgeschiedenis door John Haywood, 1999 (oorspronkelijke titel: World Atlas of the Past, 1999, Andromeda Oxford Ltd), dateren de oudst bekende menselijke werktuigen van circa 2,4 miljoen jaar geleden.

2 miljoen jaar geleden

Het Kwartair begon 1,8 miljoen jaar geleden, eerst Pleistoceen tot 10.000 jaar geleden, dan Holoceen.
     Ongeveer 1,75 miljoen jaar geleden leefden in Oost-Afrika kleine groepjes mensen aan de oever van een meer. Deze mensen waren onze rechtstreekse voorouders. Men noemt hen Homo habilis. De Homo habilis was ongeveer 150 centimeter groot, en maakte ruwe stenen werktuigen uit keistenen, zoals een stenen bijl om vlees mee te snijden. Ook Australopithecus leefde in deze tijd hier. Homo habilis bouwde schuilplaatsen van takken (in de vorm van een halve bol) om zich te beschermen tegen wilde dieren en koude wind. De mannen gingen op jacht en brachten hun buit naar het kamp om die met de anderen te delen. De vrouwen en kinderen bleven in de buurt van het kamp. Zij zochten eieren, bessen en kleine dieren. Dichtbij het meer vonden soms vulkaanuitbarstingen plaats. In de lava zijn fossiele botten gevonden.
     De Homo habilis had meer hersenen dan de Australopithecus en was intelligenter en handiger. Ze gingen samen op jacht om hun groep van voedsel te voorzien. De jagers hadden geen wapens. Zij beslopen vermoedelijk hun prooi en besprongen hem. Ze doodden het dier met stenen of dikke takken. Stenen werktuigen waren moeilijk te vervoeren en werden vermoedelijk ter plaatse gemaakt. De jagers sneden het vlees met scherpe steensplinters in stukken voor ze het vervoerden. Ze aten het vlees rauw omdat ze geen vuur konden maken. Paleontologen hebben fossiele botten gevonden die opengebroken waren. Dit bewijst (ja ja) dat de eerste mensen botten openmaakten om het zachte merg eruit te eten.
     Circa 1,8 tot 1,6 miljoen jaar geleden trok Homo erectus van Afrika naar Zuidoost-Azië, volgens de Atlas van de wereldgeschiedenis, door John Haywood.
     Volgens de Atlas van de wereldgeschiedenis door John Haywood was circa 1,6 miljoen jaar geleden het oudst bekende gebruik van vuur, bij Chesowanja (in de buurt van Kenia of zo) en Swartkrans (Zuid-Afrika) in Afrika.
     Ongeveer anderhalf miljoen jaar geleden begon de in het voorwoord van de Times Atlas vroegst vermelde ijstijd, en duurde ongeveer 100.000 jaar. Volgens Encarta komen de best bekende sporen van oude vergletsjering uit het Perm en het Carboon, dus zeg zo'n 300 miljoen jaar geleden, en zijn oudere glacigene afzettingen tot 3000 miljoen jaar oud uit Noord-Amerika vermeld.

Kampvuur

Een kampvuur.

1 miljoen jaar geleden

In de loop van duizenden jaren ontwikkelden de mensen zich geleidelijk. Omstreeks 1 miljoen jaar geleden waren ze langer en hadden grotere hersenen dan hun voorouders. Ze liepen rechtop en worden daarom Homo erectus genoemd, ongeveer 150 centimeter groot. Ze leefden tussen 1½ miljoen en 250.000 jaar geleden. Men heeft overblijfselen van hen gevonden bij zwartgeblakerde stookplaatsen in grotten. Hieruit blijkt dat ongeveer 300.000 jaar geleden de Homo erectus had geleerd vuur te maken en te gebruiken (het maken van vuur blijkt daar niet uit, maar goed). In 2008 bleek uit in Israël gevonden vuursteentjes dat Homo erectus 790.000 jaar geleden al vuur kon maken.
     De oudste vuistbijlen werden voor allerlei doeleinden gebruikt. Later zou de mens voor verschillende werkzaamheden specifieke werktuigen gaan maken en raakten de vuistbijlen in onbruik. Ongeveer 1 miljoen jaar geleden maakte de mens grote vuistbijlen, negen centimeter lang, met botte uiteinden, die ruw waren afgehakt, de oudste vuistbijlen. Men gebruikte ze om te graven en dieren in stukken te hakken.
     Het voorwoord van de Times Atlas plaatst de tweede ijstijd tussen 1.100.000 en 1.000.000 jaar geleden. De Atlas van de wereldgeschiedenis door John Haywood vermeldt een ijstijd tussen 1 miljoen en 10.000 jaar geleden. Zo kun je 't ook zien ja.
     Volgens de Encarta-encyclopedie wisselden de magnetische aardpolen zo'n 800.000 jaar geleden voor het laatst.
     Volgens Encarta zijn de gematigde streken sinds ongeveer 700.000 jaar geleden bewoond, door Homo erectus-achtigen vanuit Oost-Afrika. Met de komst van Homo erectus eindigt de cultuur van kiezelgereedschappen, pebble tools, en verschijnen (tussen 350.000 en 60.000 jaar geleden) betere vuistbijlen, en vuurstenen, klingen, spitsen, stekers, krabbers, schaven, schrapers en messen, en later ook grotschilderingen en rotsgraveringen.

Vuistbijl

In Algerije gevonden vuistbijl, wellicht 1 miljoen tot 500.000 jaar oud.

500.000 jaar geleden

Omstreeks 500.000 jaar geleden werden de mensen bekwame jagers (zie olifantenjacht 300.000 jaar geleden).
     Ongeveer 350.000 jaar geleden kwamen de mensen erachter hoe ze vuur konden maken om te koken en zich te warmen. De oudste hominiden waren vermoedelijk doodsbang voor vuur, dat soms door natuurlijke oorzaken op de grasvlakten ontstond. De hitte en rook verschrikten hen al evenzeer als de andere dieren. Geleidelijk leerden de mensen hun angst voor vuur overwinnen. Waarschijnlijk profiteerden ze van de vrees van dieren, en vingen die als ze vluchtten voor de vlammen. Aanvankelijk gebruikte de Homo erectus wel vuur, maar kon het niet ontsteken. Misschien bracht hij (smeulende of) brandende takken van een bosbrand naar zijn kamp.
     Vuur beschermde de Homo erectus tegen de kou. In Noord-China zijn menselijke fossielen gevonden, hoewel het klimaat daar heel koud was. Met een vuur in zijn hol had de Homo erectus 's nachts licht en warmte. Om het vuur gezeten vertelde men elkaar wellicht jachtverhalen en maakte gereedschappen. De Homo erectus had waarschijnlijk gemerkt dat dieren die bij brand waren omgekomen lichter verteerbaar waren dan rauw vlees. Men ging daarom het vlees branden in het vuur.
     De Homo erectus dreef dieren in een hinderlaag met behulp van brandende takken. Daar werden ze gevangen met een bola, drie ronde stenen, gewikkeld in stukken leer en bijeengebonden met leren riemen. De jager slingerde hem om de poten van een dier, zodat dit viel.

Bola

Hedendaagse bola.

De Homo erectus had een grotere herseninhoud dan de eerdere hominiden, maar de onze is nog groter. De eerdere hominiden konden niet spreken, maar de Homo erectus kon zich waarschijnlijk verstaanbaar maken met lage klanken en simpele woorden.
     De eerste Homo erectus leefde in Afrika, maar geleidelijk trok hij ook naar andere delen van de wereld. In Nice aan de Franse Rivièra heeft men een kampplaats gevonden waar meer dan 350.000 jaar geleden mensen hebben geleefd. Men heeft dit kamp Terra Amata genoemd naar de straat in Nice waar het werd gevonden. Het zeepeil is tegenwoordig lager, zodat de kampplaats niet op het strand is gevonden, maar in de stad. Paleontologen vermoeden dat een groep Homo erectus jagers deze plaats ieder jaar bezocht. Ze bleven er telkens maar een paar dagen tijdens hun jacht op dieren zoals olifanten en neushoorns.
     Het hele jaar door trokken de jagers en hun families kudden dieren achterna, van de ene plaats naar de andere. In Terra Amata kwamen ze aan het eind van het voorjaar. In dat jaargetijde bloeit de gele brem, en paleontologen vonden fossiel stuifmeel van deze bloemen in het kamp. Daaruit kon men opmaken wanneer het werd opgebouwd. Bij Terra Amata vonden paleontologen resten van een hut, die ongeveer negen meter lang en vijf meter breed was (en drie meter hoog). Bovendien vonden ze stenen werktuigen en fossiele botten van dieren. De hut was gebouwd van takken. Twee palen overdwars hielden het dak omhoog. Naast de hut waren grote stenen geplaatst als bescherming tegen de wind.
     De mensen sliepen op dierehuiden bij een vuur dat in de hut brandend werd gehouden. Ook lag er een platte steen waarop iemand stenen gereedschappen zat te maken. De mannen gingen op jacht om de groep van eten te voorzien. Zij wisten dat de olifanten en neushoorns die in het bos leefden gewoonlijk aan de rivier dichtbij het kamp kwamen drinken. Ze jaagden ook op herten en wilde beren. Het kamp moest dichtbij een bron liggen omdat ze niets hadden om water mee te vervoeren. Men verzamelde aan het strand drijfhout voor het vuur. Waarschijnlijk zochten de vrouwen schelpdieren op het strand en bleven ze dichtbij het kamp.
     Waarschijnlijk kon men nog geen vuur maken. Misschien bracht men gloeiende as mee uit de vorige kampplaats om daarmee het vuur in het nieuwe kamp aan te maken. Bij het vuur was de plaats waar het voedsel gebraden of geroosterd werd. Ze stapelden stenen rondom het vuur zodat het niet uitwaaide. De mensen waren niet erg netjes; in de hut lag allerlei afval.
     Ongeveer 300.000 of 200.000 jaar geleden werd een nieuwere, scherpe vuistbijl gemaakt, elf centimeter lang (een halve bol als onderkant, met een puntig uiteinde). De kanten waren heel nauwkeurig bewerkt. Hij werd gebruikt om dieren te villen en om vlees te snijden en van de botten te schrapen. Geleidelijk leerden de vroegste mensen verschillende gereedschappen te maken van steensplinters. Een gebogen schraper van vijf centimeter lang kon worden gebruikt om van stokken scherpe speren te maken.
     Voor het maken van een vuistbijl koos de jager eerst een steen uit. Hij wist welke soort de beste was en trok soms een heel eind van het kamp weg om geschikte stenen te zoeken. Met behulp van een ronde kei hamerde hij stukken van de steen. Door zorgvuldig inschatten van zijn slagen gaf hij het werktuig de gewenste vorm. De gereedschapsmaker sloeg een aantal grote schilfers van de steen en kreeg zo de ruwe vorm. Als de steen op de verkeerde plaats brak moest hij opnieuw beginnen. Daarna gebruikte hij een bot als hamer om splinters van de kant af te slaan. Zo kreeg het werktuig een heel dun, scherp snijvlak. De splinters werden gebruikt om vlees te snijden. Tenslotte was de vuistbijl klaar. Hij had een gepunt einde en een scherp snijvlak. De ronde achterkant werd in de hand gehouden.
     Fossielen bij het dorp Ambrona in Spanje bewijzen dat daar 300.000 jaar geleden een olifantenjacht werd gehouden. Paleontologen vonden op deze plaats stenen werktuigen en de fossiele botten van geslachte dieren. Er waren ook sporen van houtskool, die aantoonden dat er vuur was gebruikt om de dieren in een hinderlaag te drijven. Voor zo'n grote jacht kwamen waarschijnlijk verscheidene groepen jagers bij elkaar.
     De jagers wisten dat ieder jaar op dezelfde tijd een kudde olifanten door dit dal trok op zoek naar nieuwe weidegrond, en ze wachtten de dieren op. Als ze de olifanten zagen staken ze het gras op de hellingen in brand. De olifanten waren doodsbang voor het vuur en vluchtten in paniek het dal in. Hun weg werd echter geblokkeerd door moerasland. Met de schreeuwende jagers achter zich en vuur aan beide zijden draafden de angstige dieren het moeras in. Hoe meer de zware olifanten worstelden in het moeras, des te dieper zakten ze weg. Sommigen vielen om van uitputting en werden door de jagers met scherp gepunte houten speren gedood. De jagers gebruikten vuistbijlen om de dieren in stukken te snijden. Waarschijnlijk aten ze de zachte hersenen en lever van het dier meteen op. Daarna sneden ze de rest van het vlees af en namen dat mee naar het kamp om het te braden. Paleontologen vonden botten van olifantspoten en een slagtand, die op een rij waren gelegd. Ze denken dat de jagers deze gebruikten als stapstenen in het moeras.
     Omstreeks 300.000 jaar geleden leefde de Homo erectus in Afrika, Europa en Azië (dus nog niet in Noord- of Zuid-Amerika of Australië, pas sinds 40.000 jaar).
     Het voorwoord van de Times Atlas plaatst de derde grote ijstijd tussen 300.000 en 250.000 jaar geleden.
     Omstreeks 250.000 jaar geleden was de Homo erectus langzaam veranderd in een hoger (huh?) ontwikkelde mens die tot dezelfde groep wordt gerekend als de hedendaagse mens en die Homo sapiens wordt genoemd. In het verleden bestonden verschillende soorten Homo sapiens, nu is er nog maar één. Een van die oudere soorten van de Homo sapiens wordt de Neandertaler genoemd. De Neandertalers leefden in de ijstijd.
     Volgens de Atlas van de wereldgeschiedenis door John Haywood verschenen circa 150.000 jaar geleden de eerste Neanderthalers in Europa, en was circa 130.000 jaar geleden de vroegst bekende moderne mens, Homo sapiens sapiens. Circa 100.000 jaar geleden begon de migratie van de moderne mens uit Afrika.

IJskap op Groenland

De uiterste grens van de ijskap op Groenland (helemaal rechts op de foto staan twee mensen).

100.000 jaar geleden

Het begin van het Midden-Paleolithicum.
     De Encarta-encyclopedie vermeldt dat de excentriciteit van de (ellipsvormige) aardbaan verandert met een periode van circa 96.000 jaar, de invloed waarvan overheersend blijkt te zijn in het optreden van klimaatschommelingen en ijstijden (ook de verandering in de helling van de ecliptica elke circa 40.000 jaar en de precessie van het lentepunt elke 21.000 jaar).
     De Neandertalers waren klein, sterk en gespierd. Zij waren de eerste mensen die in zeer koude streken in leven konden blijven. Ze jaagden met houten speren op dieren zoals wolharige mammoeten. Ze aten het vlees en gebruikten de huid en het dikke ruige haar om zich te beschermen tegen de kou. De Neandertalers woonden in grotten of bouwden hutten van takken die ze bekleedden met dierehuiden. Soms bouwden ze hutten in de vochtige koude grotten of onder een overhangende rots.
     De schedels van de Neandertalers hadden een dikke wenkbrauwplooi, grote tanden en puntige kiezen, maar hun hersenen waren even groot als die van de hedendaagse mens. De Neandertalers waren bekwame werktuigmakers. Hun vuistbijlen waren kleiner, acht centimeter in plaats van elf, en gemakkelijker te hanteren dan die van de eerdere mensen zoals de Homo erectus. Ze maakten negen centimeter grote schrapers van steen om het vel van dierehuiden te schrappen, en zeven centimeter grote boren om gaten te maken. De schraper had een ronde kant om te schrappen en een rechte kant om vast te houden. Voor men van een dierevel kleren kon maken moest eerst het vet van de binnenkant van de huid geschrapt worden. Men spande het vel strak op de grond en bewerkte het met een schraper. Misschien hebben ze de huiden in de rook van het vuur gedroogd zodat ze zacht en soepel bleven. Daarna boorden ze met een stenen boor gaatjes in het vel. Vermoedelijk wikkelden ze zich in het vel en staken leren riempjes door de gaatjes om het dicht te maken. We denken dat ze ook huiden om hun voeten bonden.
     De Neandertalers hebben misschien vlees gebraden. Eerst maakten ze een vuur op stenen. Als de stenen heet waren, werd het vuur weggeveegd en het vlees op de gloeiende stenen gelegd. Door de hitte van de stenen werd het vlees langzaam geroosterd. Het vlees werd daardoor malser.
     De holebeer leefde ongeveer 70.000 jaar geleden, in dezelfde tijd als de mensen uit het stenen tijdperk. Hij was groter dan de bruine beer van nu: van neus tot staart drie meter. De holebeer, een omnivoor, was sterk, maar kon zijn prooi niet snel achtervolgen.
     De Neandertalers jaagden op de woeste holebeer omdat ze geloofden dat de botten en schedels van beren magische kracht bezaten (die "omdat" is nogal twijfelachtig; er zal wel "en" bedoeld zijn...). Vermoedelijk meenden ze dat deze kracht hen kon beschermen. Ze volgden de sporen van de beer naar het hol waar het dier leefde. Het was een gevaarlijke jacht, want de beren waren meer dan 3½ meter groot en bijzonder agressief. Vermoedelijk gooiden ze brandende takken in het hol om de beer uit te roken. De jagers stonden hem buiten op te wachten met hun houten speren, voorzien van een stenen punt. Als de beer zijn rokerige hol uitkwam besprongen de jagers hem met hun speren. Anderen gooiden waarschijnlijk zware rotsblokken naar het dier. Bij zo'n gevecht zullen zeker slachtoffers gevallen zijn. Als de beer dood was sneden de mannen zijn kop af en brachten die naar hun grot. Daar stopten ze hem in een kuil waarin ze al meer bereschedels hadden verzameld.

Holebeer

Holebeer.

De eerste mensen besteedden een groot deel van hun tijd aan de jacht en het verzamelen van voedsel. Waarschijnlijk vroegen zij zich nooit af hoe hun leven begon of wat er met hen gebeurde als ze stierven (met andere woorden: bewustzijn is een begrafenisritueel). De Neandertalers zijn waarschijnlijk de eerste mensen geweest die hun doden begroeven. Men heeft geraamtes gevonden die begraven waren in de bodem van de holen waar de Neandertalers leefden. Soms waren er ook werktuigen begraven. Misschien dacht men dat de overledenen die nodig hadden in een volgend leven (misschien betoonden ze eenzelfde vorm van eerbied voor door levenden gemaakte voorwerpen als voor levenden zelf). In een grote grot in de bergen van Irak werd het graf gevonden van een man van ongeveer veertig jaar, die 60.000 jaar geleden stierf. Men had hem in het graf gelegd met de knieën opgetrokken onder de kin. Er moet veel tijd voor nodig geweest zijn om een gat te graven in de aarden vloer van de grot. De Neandertalers hadden daarvoor alleen maar stokken en stenen werktuigen. In het graf is fossiel stuifmeel gevonden. Zo weten we dat er bloemen waren meegegeven aan de dode, korenbloem, blauwe druif, stokroos en kruiskruid. De Neandertalers legden de dode op een bed van dennetakken en strooiden bloemen over hem heen.
     Het voorwoord van de Times Atlas plaatst de vierde en laatste grote ijstijd tussen 50.000 en 10.000 jaar geleden. Smeltende ijskappen doen tussen 10.000 en 6500 jaar geleden het zeeniveau met honderd meter stijgen.

Europa, 50.000 jaar geleden

Europa, 50.000 jaar geleden.

40.000 jaar geleden

Het begin van het Jong-Paleolithicum.
     Encarta vermeldt dat de helling van de ecliptica in circa 40.000 jaar varieert tussen 21½° en 24½° (heden circa 23½°).
     Een onderzoek op basis van DNA-vergelijkingen (gepubliceerd in Nature in juni 2003) toonde aan dat alle hedendaagse mensen afstammen van een groep van ongeveer tweeduizend individuen die zo'n 70.000 jaar geleden leefde en zich vanuit Afrika over de rest van de wereld heeft verspreid, de andere mensensoorten eruit concurrerend.
     De Neandertalers stierven omstreeks 40.000 jaar geleden uit, en een nieuwe soort Homo sapiens kwam tot ontwikkeling. Deze nieuwe mensen hadden voor het eerst dezelfde schedels en lichamen als de moderne mens. Men noemt hen de Cro-Magnonmensen. Zij waren onze rechtstreekse voorouders (een vertegenwoordiger van de ondersoort Homo sapiens sapiens). In de bodem van hutten en holen zijn veel graven van Cro-Magnonmensen gevonden. Een geraamte was bedekt met knopen en schelpen, afkomstig van vergane kledingstukken. Lichamen werden dikwijls op hun zij in het graf gelegd en met opgetrokken knieën. Soms werden werktuigen en wapens in het graf meegegeven.
     Sommige Cro-Magnonmensen leefden in de koude vlakke steppen van Oost-Europa. Daar waren geen grotten en weinig bomen waarvan men hutten kon bouwen. Ze jaagden op mammoeten, die vrijwel alles leverden wat ze nodig hadden. Ze bouwden hutten van lange botten en slagtanden van mammoeten, bedekt met huiden. Men kon de botten niet in de harde bodem steken, daarom plaatste men ze in schedels. Deze Cro-Magnonmensen droegen broeken en jassen van mammoetvellen. Ze aten mammoetvlees en bewaarden dat in kuilen, uitgehakt in de bevroren grond.
     De Cro-Magnonmensen bedachten veel nieuwe werktuigen en wapens. Ze bevestigden geweipunten met weerhaken aan hun speren om deze meer effect te geven. Ze gebruikten een apparaat waarmee ze de speer verder konden werpen (aan het uiteinde, waarmee ze de speer vasthielden en wierpen, de speerwerper vasthoudend). Deze speerwerpers werden uit een gewei gesneden en soms werden er versieringen in gegraveerd. Ze vingen vis met harpoenen, voorzien van weerhaken, die gesneden werden uit geweien. Ze bonden de harpoenen aan speren vast en doorboorden er de vis mee.
     Men heeft bij de overblijfselen van de Cro-Magnonmensen naalden van been gevonden. Ze blijken dus huiden genaaid te hebben. Waarschijnlijk waren zij de eersten die naaiden. De Cro-Magnonmensen bewerkten geweien met een beitelvormige steen, een zogenaamde burijn (zodat er een splinter, een naald afscheurde). Ze boorden een gat in het uiteinde van de naald en maakten hem glad door hem te slijpen aan een stuk steen. Vermoedelijk maakten ze met een stenen boor gaatjes in het leer en staken daar de naald door. Ze naaiden met dunne repen leer of darm. Dikwijls versierden de Cro-Magnonmensen hun kleren met kleine kraaltjes van gekleurde steen. Soms gebruikten ze hiervoor doorboorde schelpen.
     Ongeveer 50.000 of 40.000 jaar geleden raakten de vuistbijlen in onbruik en gingen de mensen al hun werktuigen maken van steensplinters. De mens maakte scherpe mesachtige werktuigen van splinters, acht centimeter lang.
     Sinds ongeveer 40.000 jaar leefden behalve in Afrika, Europa en Azië ook in Noord- en Zuid-Amerika en in Australië mensen. Encarta houdt het voor de oversteek over de Beringstraat naar Noord-Amerika op zo'n 50.000 jaar geleden en voor Australië op 32.000 jaar of meer, en meldt daarbij dat het in Australië om aanvankelijk twee morfologische typen Homo sapiens ging, een Talgai-groep en een modernere Keilor-groep. Charles C. Mann vermeldt in 1491, De ontdekking van precolumbiaans Amerika (2005) dat sinds 1997 steeds meer wetenschappelijke consensus bestaat dat de Amerika's vele duizenden jaren eerder bewoond waren dan de 13.000 of 15.000 jaar geleden die vroeger werden geloofd. Volgens de Atlas van de wereldgeschiedenis door John Haywood werden Australië en Nieuw-Zeeland circa 60.000 tot 40.000 jaar geleden door zeevaarders bereikt. Hij vermeldt verder dat het oudst bekende muziekinstrument van circa 47.000 jaar geleden stamt, een benen fluit in Haua Fteah, Noord-Afrika (in Libië), dat de oudst bekende kunstwerken van circa 40.000 jaar geleden stammen, Australische rotstekeningen, en dat circa 40.000 jaar geleden de moderne mens de Neanderthaler in Europa verdrong.

Fluiten, ongeveer 35.000 jaar oud

Fluiten van ongeveer 35.000 jaar oud. Klik op de foto om een geluidsfragment te beluisteren (foto en geluid beide afkomstig van Don's Maps).

Diep in hun grotten beeldden de Cro-Magnonmensen de dieren uit waarop ze jacht maakten. Zij waren waarschijnlijk de eerste mensen die konden schilderen met verschillende kleuren, hoewel er misschien Neandertalers zijn geweest die hun lichaam versierden met rood steenpoeder, oker genaamd. Voor de Cro-Magnonmensen hadden de afbeeldingen misschien een magische betekenis of moesten ze hun veiligheid waarborgen en hen verzekeren van een goede jacht. Van eerdere mensen zijn geen schilderingen gevonden.
     De Cro-Magnonmensen schilderden afbeeldingen van paarden, bizons en rendieren. Vaak voegden ze er speren aan toe. Een Cro-Magnon kunstenaar legde zijn hand tegen de rots en blies er daarna door een rietje verf omheen. Er zijn weinig afbeeldingen van mensen of planten gevonden. Zowel in Frankrijk als in Spanje zijn rotsschilderingen van Cro-Magnonmensen gevonden. Hoewel ze meer dan 30.000 jaar oud zijn, hebben de kleuren nauwelijks geleden. De oudste rotsschilderingen beeldden altijd dieren en jachttaferelen uit. Vermoedelijk werden ze dus door de mannen gemaakt. Soms tekenden ze eerst de omtrek van het dier en kleurden die daarna in met in verf gedoopte kussentjes van mos of bont. Ze verlichtten de grot met lampjes, gevuld met brandend mos of bont dat in dierevet was gedoopt.
     De verf werd gemaakt van gekleurde zachte gesteenten. Men maalde de steen tussen een bot en een harde steen tot poeder en mengde dat met dierevet. Men bewaarde de verf in holle botten met propjes vet in de uiteinden. Er was geen groene of blauwe verf, want er waren geen gesteenten van die kleur. De kunstenaars maakten kwasten van dierehaar en dunne botjes. Soms brachten ze de verf op met hun vingers of met kussentjes van bont of mos.
     De Cro-Magnonmensen maakten reliëfs in steen van zwangere of zeer dikke vrouwen. Ze boetseerden ook beeldjes van klei, die ze droogden in vuur.
     Volgens het voorwoord van de Times Atlas verwisselden de magnetische noord- en zuidpool van de aarde ongeveer 30.000 jaar geleden voor de voorlopig laatste maal van plaats, wat plusminus duizend jaar duurde. Volgens de Encarta-encyclopedie was dit 800.000 jaar geleden, en duurt elke ompoling ruwweg tienduizend jaar.
     De laatste Neanderthalers (Homo neanderthaliensis) in Europa leefden waarschijnlijk op de rots van Gibraltar, 28.000 tot 24.000 jaar geleden. Dit blijkt uit metingen in de grotten van de rots die op 14 september 2006 in Nature werden gepubliceerd. Er waren al wel eerder vergelijkbare late dateringen voor Neanderthalers elders, maar tot nu toe waren die altijd omstreden. Deze datering, van aardlagen in de grot van Gorham, lijkt vooralsnog stevig gefundeerd.
     Encarta vermeldt dat het lentepunt in circa 21.000 jaar één keer rondloopt (de aarde doorloopt de baan om de zon niet precies in een jaar).
     De megaloceros was een reuzenhert met een gewei van meer dan vier meter breed (en poten van bijna twee meter, voet tot heup). Hij leefde ongeveer 20.000 jaar geleden. Alleen de mannetjes hadden geweien, die bestonden uit bot en ieder jaar afvielen, waarna meteen een nieuw gewei aangroeide.
     De wolharige neushoorns zijn ongeveer 20.000 jaar geleden uitgestorven. Ze aten toendra-planten en hadden horens als bescherming tegen wolven en andere carnivoren. Ze hadden dik wollig haar. Ze zetten hun voeten naar buiten, zodat ze goed konden lopen op de besneeuwde grond.
     De megatherium was een reuzenluiaard. Hij leefde 15.000 jaar geleden in Zuid-Amerika. De megatherium had lange gekromde klauwen en kon zijn voeten niet plat op de grond zetten. Hij liep op de zijkanten van zijn voeten en verhief zich op zijn achterpoten om bladeren te pakken. Hij was zo groot als een olifant, zes meter lang.
     Ongeveer 15.000 jaar geleden waren op de plaats waar nu Los Angeles ligt grazige vlakten. Er leefden bizons, olifanten, luiaards en sabeltandkatten. In kleverige asfaltmeren kwam uit de grond asfalt opwellen en raakte bedekt met een laag regenwater. Er kwamen dieren drinken bij deze meren, en sommige van hen vielen in het asfalt. Roofdieren lagen op de loer om dieren die in het asfalt vielen te grijpen en op te eten. Het waren meestal jonge dieren die in het asfalt vastraakten; de oudere kenden de gevaren.
     De laatste ijstijd liep ongeveer 10.000 jaar geleden af (Modern Physical Geography zegt: 15.000 jaar geleden, en het koudste punt van de laatste ijstijd was ongeveer 18.000 jaar geleden) en het klimaat werd warmer (de Atlas van de wereldgeschiedenis door John Haywood vermeldt een ijstijd tussen 1 miljoen en 10.000 jaar geleden). In Noord-Europa groeiden weer bomen en bossen. De dieren die in de ijstijd hadden geleefd, zoals mammoeten en wolharige neushoorns, stierven uit. De mensen uit deze tijd leken veel op de mens van nu.
     Het aantal mammoeten, mastodonten en andere grote planteneters in Noord-Amerika is tussen 14.800 jaar geleden en 13.700 jaar geleden dramatisch afgenomen. Deze vroege ineenstorting kan niet het gevolg zijn van een plotselinge intense koudeperiode (het Jonge Dryas). Die trad immers pas 12.900 jaar geleden in, mogelijk als gevolg van een meteorietinslag. En de teruggang van de grote zoogdieren had zich ook al ingezet voordat jagers uit Azië, de Clovis-mensen, Noord-Amerika binnentrokken. Vaak krijgen zij de schuld van het uitsterven, ten onrechte dus. De jongste fossielen van grote olifant-achtigen, maar ook van reuzenluiaards en reuzenbevers dateren van tussen 13.300 en 12.900 jaar geleden. Dat zou stroken met 13.000 jaar oude Clovis-speerpunten die zijn ontdekt in de Amerikaanse staat New Mexico, maar dit onderzoek laat zien dat het uitsterven van de grote dieren al ver voor die tijd begon. Zo vermeldde NRC Handelsblad op 21 november 2009, in een samenvatting van een artikel in Science, 20 november.
     Recent komen er steeds meer aanwijzingen dat Noord-Amerika al voor de Clovis-tijd bewoond was. Dennis Jenkins van de universiteit van Oregon meldde april vorig jaar in Science de ontdekking van 14.300 jaar oude menselijk DNA in gefossiliseerde poep in de Paisley Caves in Oregon. Afgelopen week rapporteerde hij over benen werktuigen uit dezelfde grotten, volgens koolstofdatering 12.300 jaar oud. Dat komt neer op een werkelijke ouderdom van 14.230 jaar. Die datering klopt weer wel met een menselijke verantwoordelijkheid voor het uitsterven. Aldus NRC Handelsblad, 21 november 2009.
     Omstreeks 11.000 jaar geleden leerden de mensen in het Midden-Oosten landbouw bedrijven, gewassen zaaien en oogsten. Men sneed het graan af met sikkels met stenen snijvlakken en raapte het met de hand. In Europa werd nog gejaagd, waarbij men voor het eerst pijl en boog gebruikte. In Mesoamerikaanse samenlevingen deed de landbouw rond 10.000 jaar geleden zijn intrede.

Sikkel van klei, uit Sumerië

Sikkel van klei, uit Sumerië, ongeveer 5000 jaar geleden.

Zowel in Denemarken als in Engeland zijn de resten gevonden van kampen waar 10.000 jaar geleden jagers leefden. Men kampeerde dikwijls op een open plek in het bos bij een meer. Waar de grond vochtig en modderig was bouwde men de hutten op een laag boomstammen. Men kapte bomen om hutten te bouwen en bedekte de takken met huiden om de regen buiten te houden. De vloer werd bedekt met schors, tegen het vocht. In en bij het kamp werden vuilnishopen met gebroken werktuigen, botten, visgraten en schelpen gevonden. De mensen aten zeer veel vis, die ze vingen in fuiken of met harpoenen. De schors van lange dunne wilgetakken werd afgestroopt en daarna vlocht men er mandvormige fuiken van. Men ving de vis door (in een halve cirkel) een dam in een rivier of beek te bouwen en de fuik in een opening van de dam te plaatsen. Zo zwommen de vissen regelrecht de fuik in.
     De jacht in de bossen was moeilijk en gevaarlijk. De mannen jaagden op herten, reeën en wilde zwijnen. Dat ging het beste met pijl en boog. De jagers hadden tamme honden die hen hielpen bij de jacht op wilde dieren. De vrouwen verzamelden vruchten en bessen in het bos. Pijlpunten bestonden uit steensplinters, vastgeplakt met hars afkomstig uit berkebomen. Veertjes hielden de pijlen tijdens de vlucht in evenwicht. Met pijl en boog schoot men eenden en andere vogels. Het vlees werd opgegeten en de veren gebruikt voor de pijlen. Met behulp van bijlen maakte men boten van bomen. Er zijn verscheidene overblijfselen van zulke uitgeholde boomstammen gevonden (en peddels). De jagers maakten bijlen van scherp gehakte stenen, die ze in holle stukken gewei bevestigden. Hierdoorheen kwam een houten steel. Met deze bijlen kapten ze bomen.
     Volgens de Encarta-encyclopedie leefden de mensen nog semi-sedentair in deze tijd, tussen de oude en de nieuwe steentijd (in het mesolithicum dus, de midden-steentijd). Een groep van ongeveer vijftig mensen heeft verschillende kampplekken binnen een eigen gebied.
     Schilderingen die 10.000 jaar geleden in Spanje werden vervaardigd vertonen menselijke figuren. De man (slank en lang, en met dikke scheenbeschermers en een boog zo groot als hijzelf) schiet herten met pijl en boog, en de vrouw (met lang, misschien in de nek bijeengebonden haar, maar zonder voeten) verzamelt honing uit een bijennest in een boom. De bijen zwermen woedend om het nest.
     Honden stammen af van wolven. Waarschijnlijk werden de eerste getemd toen jagers wolvejongen vingen en die meenamen naar hun kamp. Wolven leven in groepen (roedels), de sterkste wolf is de leider. Als een wolf opgroeit in een mensengemeenschap gehoorzaamt hij ook daar zijn meester (in weekblad Donald Duck nummer 40 uit 1996 schat men de domesticatie van de wolf op 13.000 jaar geleden).

Grotschildering in Lascaux

Grotschildering in Lascaux.

10.000 jaar geleden

Het einde van de steentijd, en begin van het Holoceen.
     De omvang van de wereldbevolking 10.000 jaar geleden wordt (volgens het U.S. Census Bureau) geschat op ongeveer vijf miljoen mensen (zie ook deze pagina in Wikipedia).
     In het Midden-Oosten ontdekten de mensen ongeveer 11.000 jaar geleden dat ze zaden van in het wild groeiende planten konden zaaien en er na verloop van tijd graan van oogsten. Zij waren de eerste landbouwers. Ze verbouwden tarwe en hielden kudden tamme schapen en geiten. Ze waren verzekerd van een geregelde voedselvoorziening en trokken niet meer jagend en verzamelend rond. Ze vestigden zich in dorpen dichtbij hun bouwland. In het warme droge Midden-Oosten groeide tarwe in het wild op de heuvels. De mensen verzamelden de korrels uit de aren en zochten ook vruchten en noten. Ze droegen de tarwe naar hun kamp, waar ze het tussen twee stenen maalden tot meel. Waarschijnlijk viel er wat tarwe op de grond bij de hutten. Ze merkten dat uit gevallen graankorrels planten opkwamen. Ze ontgonnen grond bij hun kamp en zaaiden tarwe om er later van te kunnen oogsten. Ze verzamelden de rijpe aren en hadden dan genoeg graan voor enkele maanden. Voor het afsnijden van de tarwehalmen gebruikten ze sikkels, gemaakt van steensplinters die bevestigd werden in een handvat. De handvatten waren van hout of van het kaakbeen of het gewei van een dier.
     De muren van de huizen bestonden uit een mengsel van leem en stro, gedroogd en hard geworden in de zon. Na de winter moesten de muren hersteld worden als de regen ze had beschadigd. De daken waren van riet, bedekt met leem. Sommige van de huizen hadden verscheidene kamers en op de vloer biezen matten. Een van de huizen diende als opslagplaats voor tarwe. Buiten ieder huis stond op het erf een grote oven van gedroogd leem waarin de vrouwen brood bakten. Binnenin stookte men een vuur. De vrouwen maalden de tarwe tot grof bruin meel. Ze mengden dit met water en vormden het deeg tot platte ronde broden. Deze werden gebakken op stenen die in de oven gloeiend heet waren gemaakt. Het brood was dun en hard.
     In het Midden-Oosten leefden de wilde voorouders van schapen, geiten, varkens en koeien. Zij werden het eerste huisvee. Men jaagde op deze dieren en bracht soms lammetjes of jonge geitjes mee naar het kamp. De jonge dieren werden tam, evenals hun nakomelingen, en al spoedig had het dorp een kudde dieren. De boeren zorgden voor hun kudden en beschermden ze tegen roofdieren. Ze dronken de melk van de dieren en slachtten hen als ze huiden of vlees nodig hadden.
     De Encarta-encyclopedie noemt de beide tarwesoorten emmer (voor het eerst verbouwd 11.000 jaar geleden) en eenkoorn (8000 of 6000 jaar geleden), en verder linze (8500 jaar), gerst (8000 jaar), erwt (8000 jaar) en vlas/lijnzaad (5000 tot 8000 jaar) als de eerste gewassen die werden verbouwd, verder maïs (5200 jaar), spelt (4000 jaar), rogge (3750 jaar), en rijst ("lang voor onze jaartelling") en yam, een wortelstok ("sinds vele eeuwen"). Ook haver is oud, met name oot, waarschijnlijk vanuit Midden-Azië als onkruid meegekomen met de gerst- en tarwe-cultuur. Gierst "werd vanaf het Paleolithicum in Midden-Europa als gras geteeld" (maar ze zullen wel Neolithicum bedoelen en zelfs dan is het behoorlijk vroeg).

Eenkoorn Emmer

Links eenkoorn in het wild in Turkije, en rechts emmer.

Omstreeks 9000 jaar geleden ontstond de oudste stad ter wereld, dichtbij de huidige stad Jericho, met een stenen muur met torens en een gracht, en rijk geworden door de handel (uit Geschiedenis voor de jeugd van het stenen tijdperk tot de val van Rome en Encarta en andere bronnen).

Jericho

Jericho.

Volgens Donald Duck nummer 40 uit 1996 was de domesticatie van hond, schaap en geit al eerder, van de koe en het varken rond 9000 jaar geleden, de kip rond 7500 jaar geleden, de kat rond 6500 jaar geleden, paard en ezel tussen 5500 en 5000 jaar geleden, en even later ook lama, dan 4500 tot 4000 jaar geleden kameel, cavia, eend, gans, en 3000 jaar geleden konijn, kalkoen en rendier.
     Volgens het voorwoord van de Times Atlas werd Engeland ongeveer 8000 jaar geleden van Europa gescheiden. Encarta is het daarmee eens ("omstreeks die tijd stroomde de laatste landbrug in de zuidelijke Noordzee onder" en "in koude tijden was Groot-Brittannië [doordat in elke ijstijd de zeespiegel lager lag dan in de warme perioden daartussen] vrij over land toegankelijk").
     Tussen 7000 en 5000 jaar geleden was er volgens het voorwoord van de Times Atlas een klimatologisch optimum, met gemiddelde temperaturen van 2° hoger dan tegenwoordig.
     De Atlas van de wereldgeschiedenis door John Haywood dateert de eerste ploeg, zeil en pottenbakkerswiel circa 6500 jaar geleden in Mesopotamië.
     Volgens het U.S. Census Bureau leefden 6000 jaar geleden ongeveer zeven miljoen mensen in de wereld, 5000 jaar geleden veertien miljoen en 4000 jaar geleden zevenentwintig miljoen.
     Sumerië van 5500 jaar tot 4000 jaar geleden, Egypte van 5100 jaar tot 3500 jaar geleden en daarna het Nieuwe Rijk tot 2500 jaar geleden. De eerste vermelding van bier is volgens Encarta 6000 jaar geleden in Babylonië. De oude Egyptenaren maakten wijn.
     Het eerste gebruik van koper was volgens de Encarta-encyclopedie al rond 9000 jaar geleden. Encarta dateert de eerste mijnbouw (naar koperertsen) en metallurgie (= reductie, smelten, gieten, smeden) op 6300 jaar geleden, in het Balkangebied (Vinča-cultuur). Wikipedia vermeldt dat tienduizenden jaren eerder mensen in het Paleolithicum reeds stenen fijnmaalden. Het is maar wat je onder mijnbouw verstaat. Eerst met de latere klokbekercultuur, 4600 tot 4000 jaar geleden, werd koper in geheel Europa gebruikt, zij het spaarzaam en vrijwel uitsluitend voor de vervaardiging van dolken en priemen. Het eerste gebruik van lood was ongeveer 5000 jaar geleden, van zilver ook, en van goud ongeveer 4500.
     Ongeveer 5300 jaar geleden was in Egypte het eerste gebruik van hiërogliefen, en in Sumerië het eerste spijkerschrift. De uitvinding van het wiel is omstreeks 5000 jaar geleden (Donald Duck extra nummer 11 uit 2004 houdt het op 5500 jaar geleden voor het pottenbakkerswiel en 5200 jaar voor het karrenwiel). Vanaf ongeveer 5000 jaar geleden schreven de Egyptenaren op papyrusrollen, volgens Encarta, maar elders vermelden ze vanaf ongeveer 4400 jaar geleden.

Spijkerschrift

Sumerisch spijkerschrift, 28 tot 30 eeuwen oud.


Standaard van Ur

Vroege afbeelding van wielen, op de zogeheten standaard van Ur, ongeveer 46 eeuwen oud. De karren worden voortgetrokken door onagers.

Het eerste gebruik van katoen was ongetwijfeld in India, ongeveer 5000 jaar geleden, meldt Encarta. De Atlas van de wereldgeschiedenis door John Haywood plaatst de "domesticatie" van katoen circa 7500 jaar geleden in een noordelijke bergstreek in Pakistan.
     De Atlas van de wereldgeschiedenis door John Haywood dateert de domesticatie van de zijderups in China, en het weven van de eerste zijde, circa 5000 jaar geleden.
     Ongeveer 5000 jaar geleden werd het eerste glas vervaardigd in Egypte volgens Encarta, nog niet hol.
     De bouw van Stonehenge was van 5100 jaar tot 4300 jaar geleden, en de grootste steenconstructies dateren van 4100 tot 4000 jaar geleden. De bouw van de grote pyramide in Gizeh was omstreeks 4500 jaar geleden. Je vindt hier een pagina met een lijst van de zeven wereldwonderen van de antieke wereld.

Stonehenge

Stonehenge.

Encarta laat de bronstijd beginnen rond 4500 jaar geleden. Het eerste gebruik van tin was ongeveer 4100 jaar geleden, van nikkel ongeveer 4000, kwik 3650, en zink misschien ongeveer 3600 jaar geleden.
     Ongeveer 4000 jaar geleden hebben de mensen voor het eerst paarden getemd. Sindsdien heeft men veel soorten gefokt, pony's, renpaarden, trekpaarden.
     Vereniging van Mesopotamië onder Sargon 4400 jaar geleden, en begin van het Babylonische rijk, tot 3600 jaar geleden. Het Gilgameš-epos werd 4200 jaar geleden geschreven. Volgens Encarta stamt de oudst bekende astronomische tekst, een waarnemingsreeks van Venus, uit Babylon, zo'n 3650 jaar geleden. Het Assyrische Rijk was van 3500 tot 2600 jaar geleden.
     Ongeveer 3500 jaar geleden was volgens Encarta het eerste holle glas, niet geblazen, maar gevormd om een uit leem gemodelleerde kern (zandkernglas); wel was de techniek van het in de vorm gieten en slijpen van glas bekend.
     Encarta zegt dat het gistingsproces bekend was rond 3300 jaar geleden, in Egypte.
     Encarta laat de ijzertijd beginnen rond 3600 of 3200 jaar geleden. Het eerste gebruik van zwavel was ongeveer 3250 jaar geleden. Rond 3200 of 3180 jaar geleden zou de Trojaanse oorlog hebben plaatsgevonden, en Homerus schreef de Ilias rond 2750 jaar geleden. Aanleg van de hangende tuinen van Babylon 2600 jaar geleden. De indianen in Colombia kenden platina eerder dan 350 jaar geleden.

Babylon

Babylon en de legendarische hangende tuinen. Tegenwoordig wordt wel betwijfeld of de hangende tuinen ook buiten de fantasie van Griekse schrijvers hebben bestaan.


Wereldkaart uit Babylon

Wereldkaart uit Babylon, rond 2600 jaar oud. Babylon is de rechthoek in het midden, met de twee verticale lijnen erdoor die de rivier Eufraat voorstellen, die stroomt van de bergen bovenin naar de moerassen onderin de kaart. Het land wordt omgeven door een cirkel die de oceaan voorstelt, en daarbuiten ligt het land waar de zon nooit onder gaat.

Ongeveer 3000 jaar geleden leefden in de hele wereld volgens schattingen van het U.S. Census Bureau ongeveer vijftig miljoen mensen, 2500 jaar geleden ongeveer honderd miljoen en 2000 jaar geleden ongeveer honderdzeventig miljoen tot vierhonderd miljoen mensen. De vijfhonderd miljoen werd pas zo'n 500 jaar geleden bereikt.
     Rond 2600 (volgens Geschiedenis voor de Jeugd) of 2425 jaar (volgens een Dagobert Duck-verhaal door Keno Don Rosa) geleden voeren Feniciërs rond Afrika.

Fenicisch schip

Een Fenicisch schip van het type dat gebruikt werd om Afrika rond te varen, van de Rode Zee naar de Middellandse Zee.

Het oudste aquaduct werd door Romeinen rond 2350 jaar geleden gebouwd.

Aquaduct Anio Novus

Aquaduct Anio Novus, voltooid in het jaar 52.

Perkament werd volgens Encarta in Pergamum voor het eerst ongeveer 2200 of 2100 jaar geleden vervaardigd. Het eerste handgeschepte papier dateert volgens Encarta van 1895 jaar geleden (in 105, in China, door Ts'ai Lun).
     Glasblazen is zo'n 2000 jaar oud, volgens Encarta waarschijnlijk uitgevonden door de Feniciërs. Zo'n 1800 jaar geleden kon men voor het eerst geheel doorzichtig, kleurloos glas maken.
     Encarta meldt dat de eerste vermelding van (paardrij-)zadels 1660 jaar geleden is (in 340), en de eerste stijgbeugels nog veel korter geleden.


naar het begin van de bladzijde